Voor het plannen van een vaccinatieafspraak dient u contact op te nemen met de organisatie die de vaccinatie uitvoert. Dit kan de Jeugdgezondheidszorg (JGZ), een Centrum Jeugd en Gezin, of de plaatselijke Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst (GGD) zijn.
Uw kind ontvangt automatisch een uitnodigingsbrief van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) wanneer er een vaccinatie op het schema staat. Mocht u een uitnodiging hebben gemist, neem dan contact op met de JGZ, een Centrum Jeugd en Gezin, of de plaatselijke GGD. De organisatie die de vaccinatie verzorgt, kan per gemeente verschillen.
Reisvaccinaties vallen buiten het Rijksvaccinatieprogramma en worden verzorgd door de GGD. Indien u geen toestemming heeft gegeven voor het delen van gegevens, is het mogelijk dat uw gegevens niet volledig zijn. Geef bij de JGZ aan als u wilt dat uw gegevens van hen worden ontvangen.
Bent u eerder tot de beslissing gekomen om niet te vaccineren, maar wenst u dit alsnog te doen? Neem dan contact op met het consultatiebureau of de JGZ in uw regio. Zij kunnen beoordelen welke vaccinaties nog nodig zijn en hoe deze ingehaald kunnen worden. Bij een verhuizing is het voldoende dit door te geven aan de gemeente waarin u woont; dit hoeft niet specifiek aan het Rijksvaccinatieprogramma te worden doorgegeven.

Praktijkdilemma: Toestemming bij Scheiding en Weigering
Een GGD-arts wordt geconfronteerd met een casus waarbij een 14-jarige jongen, samen met zijn ouders, is opgeroepen voor een vaccinatie tegen meningokokken type W. De ouders zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over de jongen en zijn 9-jarige zusje. De kinderen wonen bij hun vader, terwijl de moeder met haar nieuwe partner en een 4 maanden oude dochter elders woont. De moeder en haar partner hebben gezamenlijk gezag over hun jongste dochter.
Zowel de 14-jarige jongen als zijn vader wensen de vaccinatie. De moeder weigert echter toestemming, gebaseerd op informatie die zij online heeft gevonden over schadelijke hulpstoffen in vaccins. Haar partner deelt deze mening en wenst eveneens zijn dochtertje niet te laten vaccineren. Pogingen van de arts om de moeder te overtuigen met gesprekken en informatiemateriaal, bleven zonder resultaat.
Dit roept de vraag op of de 14-jarige jongen gevaccineerd kan worden ondanks de weigering van zijn moeder, wat te doen voor zijn 9-jarige zusje die een oproep voor de BMR-vaccinatie verwacht, en of de 4 maanden oude dochter gevaccineerd kan worden nu beide ouders toestemming weigeren.
Advies voor de Casus
Voor de drie kinderen in dit praktijkdilemma geldt specifiek advies:
De 14-jarige jongen
Om de 14-jarige jongen te vaccineren, is toestemming vereist van zowel het kind zelf als van beide gezagdragende ouders. Indien één van de gezagdragende ouders geen toestemming geeft, kan de jongen toch gevaccineerd worden indien hij dit zelf weloverwogen blijft wensen. Dit geldt ook wanneer beide gezagdragende ouders toestemming weigeren.
De 9-jarige zus
Voor de 9-jarige zusje biedt de wet geen uitzonderingsmogelijkheid; om haar te vaccineren is toestemming van beide gezagdragende ouders noodzakelijk. De vader, die zijn dochter wel wil laten vaccineren, kan echter vervangende toestemming vragen bij de kinderrechter.
De 4 maanden oude dochter
Voor de 4 maanden oude dochter van de moeder en haar nieuwe partner is toestemming van beide gezagdragende ouders vereist. Aangezien beide ouders weigeren, kan het kind in beginsel niet gevaccineerd worden, aangezien deelname aan het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) niet verplicht is.

Toelichting op de Juridische Gronden
Het 14-jarige kind
Voor de behandeling van een kind tussen de 12 en 15 jaar is toestemming nodig van het kind zelf en van de gezagsdrager(s). In dit dilemma stemmen de vader en het kind in met vaccinatie, maar weigert de moeder. De wet biedt ruimte voor behandeling indien deze nodig is om kennelijk ernstig nadeel voor het kind te voorkomen, of als het kind de behandeling zelf weloverwogen blijft wensen, ondanks de weigering van de gezagsdrager(s). De tweede grond is hier van toepassing, waardoor de 14-jarige jongen ondanks de weigering van zijn moeder gevaccineerd kan worden.
Het 9-jarige kind
Voor de behandeling van een kind jonger dan 12 jaar is toestemming van de gezagsdragers vereist. De vader geeft toestemming, maar de moeder weigert. De wens van het kind zelf biedt hier geen formele basis om de weigering van de moeder te negeren. In uitzonderlijke gevallen kan een arts een beroep doen op het principe van goed hulpverlenerschap, maar dit is bij vaccinaties meestal niet aan de orde. Het advies is daarom de vader te wijzen op de mogelijkheid om bij de kinderrechter vervangende toestemming te vragen. Kinderrechters verlenen deze toestemming in de praktijk vrijwel altijd, omdat deelname aan het RVP in het belang van het kind wordt geacht. De vader heeft hiervoor wel een advocaat nodig.
Het kind van 4 maanden
Voor deelname aan het RVP door een kind van 4 maanden is toestemming van de gezagsdragers nodig. Aangezien beide ouders afwijzend staan tegenover vaccinatie, kan dit jonge kind in beginsel niet gevaccineerd worden. Hoewel deelname aan het RVP belangrijk wordt geacht ter preventie van ernstige infectieziekten, is deelname vrijwillig. Het niet deelnemen brengt het kind niet in een medische noodsituatie die de weigering van de gezagdragende ouder(s) kan negeren, tenzij er sprake is van een uitzonderlijk groot risico voor het kind door zijn specifieke medische situatie. In dat geval is overleg met een deskundige collega of de KNMG Artseninfolijn aan te raden.
Vragen over Toestemming en Gegevensverwerking
Moet de hulpverlener de minderjarige vragen of beide ouders akkoord gaan?
Meestal meldt een minderjarig kind zich met (één van) de ouders voor een vaccinatie. Soms komen oudere kinderen ook alleen. In beide gevallen mag de hulpverlener ervan uitgaan dat beide gezagdragende ouders instemmen. Het is onwerkbaar om van de hulpverlener te verlangen dat hij actief navraagt of alle gezagsdragers toestemming hebben gegeven. Indien de hulpverlener echter duidelijke aanwijzingen heeft dat toestemming ontbreekt, dient hij hiernaar te vragen. Anders dient de ouder die bezwaar heeft, dit actief kenbaar te maken.
De rol van de ouder bij het Rijksvaccinatieprogramma (RVP)
Het RIVM organiseert het Rijksvaccinatieprogramma, waarbij de jeugdgezondheidszorg de vaccinaties verzorgt. Bij deelname aan het RVP is toestemming vereist. Het RIVM stuurt met de uitnodigingen een brochure mee ter informatie. De jeugdarts of -verpleegkundige informeert over de vaccinaties en beantwoordt vragen. Voordat vaccinaties worden toegediend, onderzoekt de arts het kind. Bij ziekte kan de vaccinatie worden uitgesteld. De toestemming, die mondeling gegeven kan worden, is geldig voor het gehele RVP en kan op elk moment worden gewijzigd.
Na vaccinatie legt de JGZ de gegevens vast, inclusief welk vaccin is gegeven en waar en wanneer. Deze gegevens worden doorgegeven aan het RIVM. Indien u toestemming geeft voor het delen van persoonsgegevens (naam, adres, BSN, etc.), deelt de JGZ deze mee. Zonder deze toestemming weet het RIVM niet welke vaccinaties u heeft gehad, wat kan leiden tot onjuiste herinneringen of het missen van vaccinaties.
Het RIVM gebruikt vaccinatiegegevens, met of zonder persoonsgegevens, voor wetenschappelijk onderzoek en wettelijke taken. Anonieme gegevens worden gebruikt voor ander onderzoek. In zeldzame gevallen kan voor onderzoek extra toestemming voor persoonsgegevens gevraagd worden. De JGZ bewaart gegevens tot 20 jaar na het laatste contact, het RIVM tot 15 jaar na de leeftijd van 18 jaar. Gegevens kunnen bij het RIVM verwijderd worden.
Hoe werken vaccins? - Kelwalin Dhanasarnsombut
Vaccinatieschema's en Alternatieven
Vaccinatieschema Nederland (vanaf 2025)
- 2-14 maanden: Rotavirus, DKTP, HiB, Hepatitis B (indien moeder 22 wekenprik gemist heeft)
- 3 maanden: Rotavirus, DKTP, HiB, Hepatitis B, Pneu
- 5 maanden: DKTP, HiB, Hepatitis B, Pneu
- 12 maanden: DKTP, HiB, Hepatitis B, Pneu
- 14 maanden: BMR, Men ACWY
- 3 jaar: Tweede BMR-vaccinatie (overgangsregeling voor geboren tussen 2016-2021)
- 5 jaar: DKT (vervangt DKTP van 4 jaar; polio niet meer nodig volgens WHO)
- 10 jaar: HPV (ook voor jongens)
- 14 jaar: DTP, Men A/C/W/Y
Vaccinatieschema België
- 2-15 maanden: DKTP, Hib, Hep B, Pneu, Rotavirus (2, 3, 4 maanden); Pneu (12 maanden); DKTP, Hib, Hep B, Men A/C/W/Y (15 maanden)
- 5-7 jaar: DKTP
- 10-13 jaar: MBR, HPV, TD
- 14 jaar: DTPO
Ouders Lezen Zich Meer In
Vaccineren is in Nederland niet verplicht, hoewel het politiek besproken wordt. Vaak wordt er op het consultatiebureau vanzelfsprekend vanuit gegaan dat vaccinatie plaatsvindt, zonder veel uitleg. Een groeiend aantal ouders verdiept zich in de veiligheid en lange-termijn effecten van vaccins. Zij voelen zich soms niet serieus genomen door medische professionals en hun omgeving, wat leidt tot een spanningsveld tussen eigen gevoel en de heersende opvatting.
Mogelijke Gevolgen van Vaccinaties en Hulpstoffen
Vaccinaties kunnen mogelijk meer gevolgen hebben dan voorheen werd aangenomen. De manier waarop immuniteit wordt verkregen, verschilt van natuurlijke immuniteit na doormaking van een ziekte. Bij vaccinatie worden antigenen direct in de spier geïnjecteerd, soms met tot 16 tegelijk. Hulpstoffen in vaccins, zoals antibiotica, aluminiumzouten, conserveringsmiddelen, dierlijke producten en cellijnen van geaborteerde foetussen, worden toegevoegd om de effectiviteit, houdbaarheid en toediening te verbeteren. Er is een verschil tussen stoffen die oraal worden ingenomen en stoffen die geïnjecteerd worden.

Alternatieve Vaccinatiemogelijkheden
Ouders hebben de mogelijkheid om af te wijken van het standaard vaccinatieschema. Dit vereist echter goede informatie over alternatieve methoden:
- Later vaccineren: Uitstel van vaccinaties, met aangepaste schema's en intervallen. Bijvoorbeeld de DKTP-Hib-Hep B vanaf 3 maanden, met minimaal twee maanden tussen de eerste en tweede dosis.
- Splitsen: Vaccinaties apart toedienen, bijvoorbeeld DKTP en Hib met enkele weken ertussen.
- Gebruik van losse vaccins: Waar mogelijk gebruik maken van losse vaccins, zoals een los tetanusvaccin (TT of Td), dat meestal vanaf 7 jaar wordt gebruikt.
Een andere benadering is de preventieve kuur, die het immuunsysteem stimuleert de ziekte te herkennen en te bestrijden, wat leidt tot natuurlijke immuniteit die levenslang kan duren. Dit staat tegenover de bescherming die een vaccin biedt.
Bij detoxkuren kan, na testen met een biotensor, een op maat gemaakte kuur worden samengesteld om eventuele klachten na vaccinatie te neutraliseren.
Juridische Context en Medische Belangen
Vervangende Toestemming via de Rechter
In geval van onenigheid tussen ouders met gezamenlijk gezag over vaccinatie, kan vervangende toestemming via de kinderrechter worden verkregen. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn voor vaccinaties, maar ook voor andere belangrijke beslissingen, zoals medische behandelingen.
Een rechterlijke uitspraak benadrukt dat het Rijksvaccinatieprogramma in het belang van het kind is, bedoeld om te beschermen tegen schadelijke ziekten. Hoewel er bijwerkingen kunnen optreden, wordt gesteld dat gevaccineerde kinderen geen grotere risico's lopen dan andere kinderen. De uitspraak erkent dat er kritische deskundigen zijn, maar acht het overheidsbeleid breed gedragen en medisch onderbouwd.
Rol van het RIVM en de JGZ
Het RIVM organiseert het Rijksvaccinatieprogramma (RVP), en de jeugdgezondheidszorg (JGZ) voert de vaccinaties uit. Bij het RVP is toestemming vereist, en het RIVM stuurt informatiebrochures mee met de uitnodigingen. De JGZ informeert, onderzoekt het kind en vraagt om toestemming voor de vaccinatie(s). De JGZ legt vaccinatiegegevens vast en geeft deze door aan het RIVM. Persoonsgegevens worden alleen met expliciete toestemming gedeeld.
Het delen van gegevens stelt het RIVM in staat bij te houden wie gevaccineerd is, wat belangrijk is voor het beoordelen van de verspreiding van infectieziekten. Indien persoonsgegevens niet worden gedeeld, is de burger zelf verantwoordelijk voor het bijhouden van vaccinatiegegevens.
De JGZ bewaart gegevens tot 20 jaar na het laatste contact, het RIVM tot 15 jaar na de leeftijd van 18 jaar. Gegevens kunnen bij het RIVM verwijderd worden.
Voordelen, Nadelen en Misvattingen
Voordelen van Vaccinaties
- Bescherming tegen ernstige ziekten zoals mazelen en polio, met potentieel levenslange gezondheidsproblemen of zelfs overlijden.
- Bijdrage aan de uitroeiing van ziekten als polio en difterie door hoge vaccinatiegraden.
- Groepsbescherming: Hoge vaccinatiegraden voorkomen uitbraken en beschermen ook kwetsbare, ongevaccineerde personen.
- Wetenschappelijk onderbouwd en uitgebreid getest voordat ze worden goedgekeurd en gebruikt.
Nadelen van Vaccinaties
- Bijwerkingen: Koorts, pijn op de injectieplaats, roodheid of zwelling, die meestal mild zijn en kort duren.
- Koortsstuipen: Zeldzaam, maar kunnen beangstigend zijn. Meestal onschuldig en zelden herhalend.
- Ernstigere, zeldzame bijwerkingen: Zoals anafylaxie, uitgebreide zwelling op de prikplek (ELS) en een laag aantal bloedplaatjes (ITP). Blijvende gevolgen na vaccinatie in het RVP zijn niet aangetoond.
Ontkrachting van Misvattingen
- Vaccineren veroorzaakt geen autisme: De studie die dit verband suggereerde, is gebaseerd op fraude en wetenschappelijk weerlegd.
- HPV-vaccin veroorzaakt geen chronische vermoeidheid of onvruchtbaarheid: Onderzoek toont geen verband aan. Infectie met HPV kan juist negatieve gevolgen hebben voor de vruchtbaarheid.
- Vaccins veroorzaken geen wiegendood: Onderzoek toont zelfs aan dat vaccinatie de kans op wiegendood kan verkleinen.
Vaccins worden streng getest en gecontroleerd door geneesmiddelenautoriteiten zoals de EMA en het CBG. Bijwerkingen worden continu gemonitord.
Waarom Vaccineren?
De ziekten waartegen het RVP beschermt, zijn niet onschuldig. Vaccinaties voorkomen ernstige gevolgen zoals ziekenhuisopname, blijvende gezondheidsproblemen of overlijden. Jonge baby's zijn extra kwetsbaar voor ernstige infectieziekten. Hoewel natuurlijke immuniteit kan ontstaan na doormaking van een ziekte, brengt dit risico's met zich mee op ernstige complicaties en ziekenhuisopname. Vaccinatie leert het lichaam effectief te vechten tegen ziekteverwekkers, waardoor de ziekte minder ernstig verloopt of zelfs wordt voorkomen.
'Vaccinatieschade' is geen medische term. Klachten die hieraan worden toegeschreven, zoals chronische aandoeningen of gedragsproblemen, hebben geen wetenschappelijk bewezen verband met vaccinaties uit het RVP.
Fabrikanten van vaccins produceren en verkopen de vaccins, maar hebben geen invloed op advies en besluitvorming over het RVP. Beslissingen worden genomen op basis van advies van de onafhankelijke Gezondheidsraad.
Vaccinatie voor Specifieke Groepen
Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) is bedoeld voor alle kinderen tot 18 jaar en zwangere vrouwen (vanaf 22 weken) die in Nederland wonen. Er gelden echter specifieke voorwaarden:
- Nederlandse kinderen in Duitsland of België: Komen niet in aanmerking voor het RVP, maar volgen de programma's van hun woonland.
- Zwangere vrouwen in Duitsland/België met zorg in Nederland: Komen wel in aanmerking voor de 22-wekendosis.
- Diplomaten en militairen in het buitenland: Komen in aanmerking, maar ontvangen geen uitnodiging. Zij kunnen (gemiste) prikken halen bij de arbodienst of tijdens een bezoek aan Nederland.
- Nederlandse expats: Komen doorgaans niet in aanmerking voor het RVP.
- Uitgeprocedeerde vreemdelingen: Kunnen gevaccineerd worden in bijvoorbeeld vreemdelingenbewaring.
- Buitenlandse baby's in Nederlandse ziekenhuizen: Kunnen tijdens langdurig verblijf gevaccineerd worden indien ze de leeftijd bereiken voor vaccinatie.
Voor kinderen die om andere redenen in Nederland zijn, hangt deelname aan het RVP af van reeds ontvangen vaccinaties:
- Kinderen die nog niet alle basisprikken hebben gehad: Kunnen deze ontvangen indien zij langer dan 1 maand in Nederland verblijven.
- Kinderen die alle basisprikken al hebben gehad: Volgende prikken (5, 10, 14 jaar) mogen iets later volgen.