Zwangerschapsdiabetes en het herstel na de bevalling

Zwangerschapsdiabetes, ook wel zwangerschapssuiker genoemd, is een tijdelijke vorm van diabetes die ontstaat tijdens de zwangerschap. Dit komt door hormonale veranderingen die ervoor zorgen dat het lichaam minder goed reageert op insuline, het hormoon dat de bloedsuikerspiegel regelt. Hoewel zwangerschapsdiabetes meestal vanzelf overgaat na de bevalling, kan het gevolgen hebben voor zowel de moeder als de baby. Dit artikel beschrijft wat zwangerschapsdiabetes inhoudt, hoe het behandeld wordt en wat de periode na de bevalling inhoudt, inclusief de duur van het ziekenhuisverblijf.

Wat is zwangerschapsdiabetes?

Zwangerschapsdiabetes wordt ook wel zwangerschapssuiker genoemd. Het betekent dat er tijdelijk te veel suiker in je bloed zit, oftewel: je bloedsuiker is te hoog. Dit gebeurt soms door de hormonen die je aanmaakt als je zwanger bent. De hormonen die de placenta tijdens de zwangerschap aanmaakt, zorgen ervoor dat je lichaamscellen minder sterk reageren op insuline. Normaal gesproken maakt het lichaam dan extra insuline aan om de suikers uit het bloed op te nemen. Bij zwangerschapsdiabetes gebeurt dit echter niet voldoende, waardoor er te veel suiker in het bloed achterblijft. Zwangerschapsdiabetes is niet hetzelfde als diabetes type 1 of 2 en komt voor bij ongeveer 1 op de 15 zwangeren.

Oorzaken en risicofactoren

De oorzaak van zwangerschapsdiabetes ligt in de hormonale veranderingen tijdens de zwangerschap. De placenta produceert hormonen die de gevoeligheid van lichaamscellen voor insuline verminderen. Normaal gesproken compenseert het lichaam dit door meer insuline aan te maken, maar bij zwangerschapsdiabetes lukt dit niet altijd. Verschillende factoren kunnen de kans op zwangerschapsdiabetes verhogen:

  • Eerdere zwangerschap met zwangerschapsdiabetes.
  • Overgewicht (BMI boven de 30 bij de eerste controle).
  • PCOS (polycysteus ovariumsyndroom).
  • Eerder een kind gekregen met een hoog geboortegewicht (boven het 95e percentiel of meer dan 4500 gram).
  • Eerstegraads familielid met diabetes mellitus.
  • Eerder een baby verloren na 22 weken zwangerschap.
  • Een Hindoestaanse, Arabische of Noord-Amerikaanse afkomst.

Hoe merk je dat je zwangerschapsdiabetes hebt?

Vaak merk je niet dat je zwangerschapsdiabetes hebt. Als er toch klachten optreden, kunnen dit zijn:

  • Veel dorst
  • Veel plassen
  • Vermoeidheid
  • Jeuk

Soms kan de verloskundige aan je buik voelen dat de baby groter is dan verwacht voor de zwangerschapsduur, of dit kan zichtbaar zijn op een echo. Ook kan er veel vruchtwater aanwezig zijn. Dit kunnen signalen zijn van zwangerschapsdiabetes.

Diagnose: De Suikertest (oGTT)

Om zwangerschapsdiabetes vast te stellen, wordt een suikertest uitgevoerd, officieel de orale Glucose Tolerantie Test (oGTT) genoemd. Dit onderzoek meet hoe je bloedsuikerspiegel verandert na het drinken van een suikerdrank met 75 gram glucose. De test laat zien of je lichaam voldoende insuline aanmaakt om de suiker uit de drank op te nemen.

Procedure van de suikertest

  1. Je meldt je nuchter (8-12 uur niet gegeten of gedronken, behalve water) bij het laboratorium.
  2. Er wordt bloed afgenomen om je nuchtere bloedsuiker te meten.
  3. Je drinkt een suikerdrank.
  4. Twee uur na het drinken van de drank wordt er opnieuw bloed afgenomen om je bloedsuiker te meten.
  5. Tussen de bloedafnames blijf je in het laboratorium en mag je niets eten of drinken (water mag wel) om de uitslag niet te beïnvloeden.

Als de bloedsuiker bij één of beide metingen te hoog is, heb je zwangerschapsdiabetes. De uitslag wordt met je besproken door de verloskundige.

Schema van de orale Glucose Tolerantie Test (oGTT)

Gevolgen van zwangerschapsdiabetes

Als zwangerschapsdiabetes goed behandeld wordt, zijn er meestal geen gevolgen voor jou en je baby. Blijft het bloedsuikergehalte echter te hoog, dan kan dit leiden tot complicaties:

Tijdens de zwangerschap

  • Macrosomie: De baby wordt erg groot en zwaar, omdat deze via de placenta meer suikers binnenkrijgt en daardoor meer insuline aanmaakt.
  • Verhoogde bloeddruk: Dit kan leiden tot andere gezondheidsproblemen.

Bij de bevalling

Bij zwangerschapsdiabetes is er een verhoogde kans op:

  • Ingeleide bevalling: Vanwege de mogelijke grootte van de baby of andere risico's kan besloten worden de bevalling rond 38 weken in te leiden.
  • Schouderdystocie: De schouders van de baby passen mogelijk niet goed door het bekken, wat vaker voorkomt bij grotere baby's.
  • Keizersnede: Soms blijkt de baby te groot om via de vagina geboren te worden, of vordert de bevalling niet, wat een keizersnede noodzakelijk maakt.

Na de geboorte

  • Lage bloedsuikers (hypoglykemie): De baby is gewend aan veel suiker via de placenta en maakt veel insuline aan. Na de geboorte kan de bloedsuiker daardoor tijdelijk te laag worden. Dit wordt gecontroleerd met een hielprik en de baby kan extra voeding nodig hebben.
  • Geel zien (icterus): Veel baby's worden de derde of vierde dag na de geboorte geel. Ernstige geelzucht kan schadelijk zijn. De verloskundige, kraamzorg of arts controleert dagelijks de kleur van de baby.
Illustratie van een baby met geelzucht

Behandeling van zwangerschapsdiabetes

Als zwangerschapsdiabetes wordt vastgesteld, word je verwezen naar een gynaecoloog, internist, diabetesverpleegkundige en diëtist. De behandeling richt zich op het zo goed mogelijk krijgen van de bloedsuikerspiegel:

Dieet en Leefstijl

Gezond eten en voldoende bewegen zijn cruciaal. Een diëtist geeft advies over voeding, waarbij de nadruk ligt op groenten, fruit, bonen, noten en volkorenbrood, en het vermijden van suikers. Bij 9 van de 10 vrouwen helpt dit om de bloedsuikers weer goed te krijgen. Een gezonde leefstijl kan zwangerschapsdiabetes niet altijd voorkomen, maar wel de kans erop verkleinen en helpen de bloedsuikers stabiel te houden.

Bloedsuiker meten

Je leert zelf thuis meerdere keren per dag je bloedsuiker te meten met een vingerprik en bloedsuikermeter. Deze waarden worden besproken met de diabetesverpleegkundige of internist.

Medicijnen

Als dieet en beweging onvoldoende effect hebben, kan medicatie nodig zijn. Meestal gaat het om insuline, die onderhuids wordt gespoten. Insuline is niet schadelijk voor jou en je baby.

Echo-onderzoek

De gynaecoloog controleert de groei van de baby met regelmatige echo's.

Hoe meet je je bloedsuikerspiegel (glucose)? | Glucometer | Diabetes testprocedure | Verpleegkundige

De bevalling en het verblijf in het ziekenhuis

De plek waar je bevalt, hangt af van de behandeling van je zwangerschapsdiabetes:

  • Bevallen onder begeleiding van de eigen verloskundige: Als je bloedsuikers met een dieet onder controle zijn en er geen problemen worden verwacht, mag je thuis of poliklinisch bevallen.
  • Bevallen in het ziekenhuis: Als je medicijnen (zoals insuline) gebruikt, of als er andere complicaties zijn, word je in het ziekenhuis bevallen onder begeleiding van een klinisch verloskundige en/of gynaecoloog.

Vaak wordt bij zwangerschapsdiabetes, zeker bij insulinegebruik of een te verwachten groot kind, de bevalling rond 38 weken ingeleid om complicaties te voorkomen. Je bloedsuiker wordt tijdens de bevalling gemonitord.

Verblijf na de bevalling

Na de geboorte wordt de bloedsuikerspiegel van zowel de baby als de moeder regelmatig gecontroleerd. Als de bloedsuikers van de baby te laag zijn, krijgt deze extra voeding, mogelijk via een slangetje (infuus). Dit kan een kortdurende opname op de kinderafdeling vereisen. Als de bloedsuikers van de baby stabiel zijn en de baby goed drinkt, kunnen moeder en kind naar huis. In de meeste gevallen zijn de bloedsuikerspiegels van de moeder 24 uur na de bevalling weer normaal, en kan gestopt worden met eventuele medicatie.

Illustratie van een kraamverzorgende die een baby voedt

Herstel en gevolgen op lange termijn

Na de bevalling is de zwangerschapsdiabetes vrijwel altijd direct over. Je kunt stoppen met het dieet en/of de medicatie. De diabetesverpleegkundige of internist bespreekt de verdere controles en adviezen voor de toekomst.

Controle na de bevalling

Zes weken na de bevalling wordt je nuchtere bloedsuiker gecontroleerd bij de huisarts. Dit is belangrijk omdat vrouwen die zwangerschapsdiabetes hebben gehad, een verhoogde kans hebben om later diabetes type 2 te ontwikkelen (ongeveer 50% kans binnen vijf jaar).

Borstvoeding

Je kunt gewoon borstvoeding geven als je zwangerschapsdiabetes hebt gehad. De eerste moedermelk (colostrum) helpt de bloedsuiker van je baby stabiel te houden. Als je baby regelmatig drinkt, is bijvoeding vaak niet nodig. Overweeg eventueel om voor de bevalling al melk te kolven.

Toekomstige zwangerschappen

Als je in een eerdere zwangerschap zwangerschapsdiabetes hebt gehad, heb je een verhoogd risico op opnieuw zwangerschapsdiabetes in een volgende zwangerschap. In dat geval wordt er al vroeg in de zwangerschap (rond 16 weken) een suikertest gedaan, en mogelijk nogmaals rond 28 weken.

Illustratie van een gezonde levensstijl met voeding en beweging

tags: #hoe #lang #in #ziekenhuis #blijven #na