In vitro fertilisatie (IVF) is een medische behandeling die paren helpt om een zwangerschap tot stand te brengen wanneer natuurlijke conceptie niet mogelijk is. Deze vruchtbaarheidsbehandeling is complex en niet altijd succesvol. Het proces vereist rijpe eicellen, die groeien in de eierstokken (ovaria) in eiblaasjes (follikels). De eerste fase van de IVF-behandeling is gericht op het stimuleren van de groei van meerdere eicellen, die vervolgens via een punctie worden opgezogen.

Fases van de IVF-Behandeling
De behandeling omvat de volgende belangrijke stappen:
- Stimuleren van de eierstokken om meerdere eicellen te laten rijpen.
- Voorkomen dat de rijpe eicellen voortijdig loslaten uit de eierstokken (eisprong).
- Controleren van de snelheid waarmee de eicellen uitrijpen.
Stimulatie van de Eierstokken
In een natuurlijke menstruatiecyclus produceert de hypofyse, een klier in de hersenen, het Follikel Stimulerend Hormoon (FSH). Dit hormoon stimuleert de rijping van eicellen in de follikels. Tijdens een IVF-behandeling wordt een hogere dosis FSH toegediend dan in een natuurlijke cyclus, met als doel de gelijktijdige groei van 5 tot 10 follikels te bewerkstelligen. Er zijn diverse FSH-medicijnen beschikbaar, en uw arts zal het meest geschikte medicijn voorschrijven.
Er bestaan verschillende hormoonschema's om de eicellen optimaal te laten uitrijpen voor een IVF- of ICSI-behandeling.
Voorkomen van een Voortijdige Eisprong
De hypofyse produceert in de natuurlijke cyclus het Luteïniserend Hormoon (LH), dat de eisprong initieert. Dit is het moment waarop de rijpe eicellen de follikels verlaten en naar de eileiders gaan. Bij IVF is het echter cruciaal om de eisprong te voorkomen totdat de eicellen via een punctie kunnen worden verkregen. Daarom wordt een medicijn toegediend dat een voortijdige eisprong tegengaat. Er zijn verschillende middelen beschikbaar om de eisprong te onderdrukken, en uw arts zal u informeren over de keuze.
Voorbereiding op de Behandeling
Foliumzuur
Foliumzuur is essentieel voor de gezonde ontwikkeling van het ongeboren kind en vermindert de kans op afwijkingen zoals een open ruggetje. De Inspectie van Volksgezondheid adviseert vrouwen die zwanger willen worden om dagelijks 0,4 mg foliumzuur in te nemen, te beginnen vier weken voor de bevruchting en door te gaan tot de 10e week van de zwangerschap. Foliumzuur is een zelfzorgmiddel en wordt niet vergoed door de verzekering.
Mijn Antonius-account
Het St. Antonius Ziekenhuis biedt het beveiligde online patiëntenportaal Mijn Antonius. Indien u nog geen account heeft, wordt aangeraden er een aan te maken via de website van het ziekenhuis.
Afzeggen van Afspraken
Indien u verhinderd bent voor een geplande behandeling, dient u dit zo spoedig mogelijk telefonisch te melden aan de betreffende afdeling.
Stimulatieschema's voor IVF/ICSI
Er zijn verschillende benaderingen om de eierstokken te stimuleren en de eicellen voor te bereiden op de behandeling. De meest voorkomende schema's zijn:
Eerste Stimulatieschema: Kort Schema Antagonist
Dit schema omvat dagelijkse injecties met FSH om de groei van meerdere eicellen te stimuleren. Vanaf de 7e cyclusdag wordt een tweede medicijn, een antagonist (zoals Fyremadel®), gebruikt om de afgifte van LH door de hypofyse te remmen en zo een voortijdige eisprong te voorkomen.
De eerste cyclusdag wordt bepaald op basis van het moment van de menstruatie. Op deze dag wordt contact opgenomen met het Vruchtbaarheidscentrum voor een uitgangsecho op dag 2 of 3 van de cyclus. Vanaf dag 2 of 3 start u met de FSH-injecties (bijvoorbeeld Fostimon®, Gonal-® of Ovaleap®), die dagelijks op hetzelfde tijdstip, bij voorkeur 's avonds, worden toegediend. De groei van de follikels wordt gemonitord met een echo. Vanaf cyclusdag 7 wordt tevens de LH-remmer (antagonist) toegevoegd. Beide medicijnen worden gebruikt totdat de eisprong wordt opgewekt. Op de dag van de eisprong-opwekking wordt geen FSH meer gespoten, maar wel de antagonist.
Medicatietabel Kort Schema Antagonist
| Tijdstip | Wat moet u doen? | LH remmer | FSH | HCG |
|---|---|---|---|---|
| Cyclusdag 1 | Contact opnemen met Vruchtbaarheidscentrum voor echo op dag 2 of 3 | Nee | Nee | Nee |
| Cyclusdag 2 of 3 | Beginnen met FSH injecteren | Nee | Ja | Nee |
| Cyclusdag 3 en verder | Doorgaan met dagelijkse FSH injecties, liefst 's avonds | Nee | Ja | Nee |
| Cyclusdag 7 | Starten met LH-remmer (Fyremadel®) | Ja | Ja | Nee |
| Cyclusdag 7 tot dag eisprong opwekking | Dagelijks LH-remmer en FSH spuiten | Ja | Ja | Nee |
| Dag eisprong opwekking | Spuiten van Ovitrelle® (1 injectie) of Pregny® 10.000 EH | Ja | Nee | Ja |
Tweede Stimulatieschema: Kort Schema met Agonist
Bij dit schema wordt eveneens FSH via injecties toegediend om de groei van meerdere eicellen te stimuleren. Daarnaast wordt een middel dat de eisprong tegengaat, zoals Triptofem® (ook een injectie), gebruikt. Dit medicijn stimuleert in eerste instantie de eigen aanmaak van FSH en LH, en remt bij langer gebruik de productie van deze hormonen, waardoor de eisprong wordt onderdrukt.
Op cyclusdag 1 neemt u contact op met de polikliniek voor een uitgangsecho op cyclusdag 2. Na de echo, op cyclusdag 2, start u met Triptofem®. Vanaf cyclusdag 3 begint u met FSH, terwijl u de Triptofem® blijft spuiten. Beide medicijnen worden gebruikt tot de dag van de eisprong-opwekking. Op die dag hoeft u geen FSH en geen Decapeptyl® meer te spuiten.
Medicatietabel Kort Schema met Agonist
| Tijdstip | Wat moet u doen? | Triptofem® | FSH | HCG |
|---|---|---|---|---|
| Cyclusdag 1 | Contact opnemen met Vruchtbaarheidscentrum voor echo op dag 2 | Nee | Nee | Nee |
| Cyclusdag 2 | Beginnen met Triptofem® injecteren | Ja | Nee | Nee |
| Cyclusdag 3 en verder | Beginnen met FSH injecteren | Ja | Ja | Nee |
| Volgende dagen tot dag eisprong opwekking | Dagelijks Triptofem® en FSH spuiten, liefst 's avonds | Ja | Ja | Nee |
| Dag eisprong opwekking | Spuiten van Ovitrelle® (1 injectie) | Ja | Nee | Ja |
Derde Stimulatieschema: Lang Schema met Agonist
Deze behandeling start op dag 21 van de menstruatiecyclus met een medicijn (meestal Triptofem®) dat de eigen hormoonproductie stillegt en de eisprong remt. Na ongeveer 10 dagen volgt de menstruatie, waarna meestal een echo wordt gemaakt om de start met FSH te bepalen. Vanaf dat moment spuit u twee medicijnen per dag (FSH en Triptofem®) tot de dag van de eisprong-opwekking. Op die dag stopt u met beide medicijnen.
Medicatietabel Lang Schema met Agonist
| Tijdstip | Wat moet u doen? | Triptofem® | FSH | HCG |
|---|---|---|---|---|
| Menstruatie 1 (1 week voor verwachte menstruatie) | Starten met Triptofem® | Ja | Nee | Nee |
| Menstruatie 1 (na min. 10 dagen Triptofem®) | Contact opnemen met Vruchtbaarheidscentrum voor echo (meestal begint menstruatie binnen deze periode) | Ja | Nee | Nee |
| Menstruatie 2 (na echo, start FSH) | Starten met FSH injecties, doorgaan met Triptofem®. Afspraak maken voor volgende echo. | Ja | Ja | Nee |
| Menstruatie 2: Volgende dagen tot dag eisprong opwekking | Dagelijks Triptofem® en FSH spuiten, liefst 's avonds | Ja | Ja | Nee |
| Dag eisprong opwekking | Spuiten van Ovitrelle® (1 injectie) | Nee | Nee | Ja |

Controles tijdens de Stimulatiefase
De rijping van de eiblaasjes wordt op twee manieren gevolgd:
- Echoscopie: De groei van de follikels wordt zichtbaar gemaakt met een echo. De eerste controle vindt meestal plaats op dag 7 of 8 van de stimulatie.
- Bloedonderzoek: De follikels produceren het hormoon oestradiol (E2), dat in het bloed gemeten kan worden.
De controles bestaan uit een combinatie van echo-onderzoek en, indien nodig, bloedonderzoek. Gemiddeld zijn 2 tot 4 controles nodig om het optimale tijdstip voor de follikelpunctie te bepalen.
Opwekken van de Eisprong
Wanneer de follikels de juiste grootte hebben bereikt, wordt de eicelpunctie ingepland. De eisprong wordt 36 uur vóór de punctie opgewekt met een humaan choriongonadotrofine (hCG) injectie (Ovitrelle® of Triptofem®). Deze injectie bevordert de verdere rijping van de eicellen en hun loslating uit de follikels. Op de dag van de hCG-injectie stopt u met FSH. Indien u een schema met Triptofem® volgt, stopt u ook met dit medicijn op die dag.
De Follikelpunctie
De follikelpunctie vindt plaats in het St. Antonius Ziekenhuis Utrecht. Twee uur voor de procedure neemt u pijnstillers in (Paracetamol en Naproxen). Indien er een verhoogd risico op infectie bestaat, wordt geadviseerd antibiotica te gebruiken. U meldt zich op de afdeling Endoscopie, waar een verpleegkundige u opvangt. Er wordt een infuus geplaatst voor eventuele extra pijnstilling.
Na het ontkleden van het onderlichaam en het aandoen van een badjas, neemt u plaats op de gynaecologische stoel. Een speculum wordt ingebracht om de vagina te reinigen. De vaginawand kan lokaal worden verdoofd. Vervolgens wordt een vaginale echo gemaakt, waarna het vocht uit de follikels, met daarin de eicellen, wordt opgezogen. De totale duur van de procedure, inclusief voorbereiding, is ongeveer 30 minuten.
Dankzij adequate pijnstilling is de follikelpunctie voor de meeste vrouwen goed te verdragen. Het daadwerkelijk aanprikken van de eierstokken duurt gemiddeld minder dan 10 minuten.

Na de Punctie
Na de punctie verblijft u minimaal 2 uur in het ziekenhuis voor observatie. U wordt naar een kamer gebracht om bij te komen. Het wordt aangeraden de rest van de dag rust te houden en lichamelijke activiteiten te beperken. Napijn is normaal en kan worden verlicht met Paracetamol. Een warme kruik op de buik kan verlichting bieden. 's Avonds start u met progesteron (Utrogestan® of Duphaston®).
Informatie voor Partner/Donor/Begeleider
De verkregen eicellen worden in een speciale koffer naar het Universitair Medisch Centrum (UMC) in Utrecht vervoerd. Haast is niet nodig; er is voldoende tijd om veilig aan te komen.
De Spermaproductie
U ontvangt een potje voor het opvangen van sperma, dat vervolgens naar het UMCU wordt gebracht. De zaadlozing dient door masturbatie te gebeuren, na het wassen van de penis zonder zeep. Het ingeleverde potje wordt bij receptie 39 op de 5e verdieping van het UMCU afgegeven. U wordt verzocht aanwezig te blijven totdat de kwaliteit van het sperma voldoende is beoordeeld. U ontvangt informatie over het aantal verkregen eicellen.
Goede Zaadkwaliteit
Om een optimale zaadkwaliteit te garanderen, wordt aangeraden de dag voor de punctie geen zaadlozing te hebben. Minimaal één zaadlozing in de week voorafgaand aan de punctie wordt aanbevolen. Griep of hoge koorts in de drie maanden vóór de punctie kan de zaadkwaliteit beïnvloeden; meld dit aan de fertiliteitsarts. Soms is aanvullend onderzoek naar de zaadkwaliteit noodzakelijk.
De Bevruchting
In de loop van de middag worden de zaadcellen en eicellen met elkaar in contact gebracht. De daaropvolgende dagen wordt onder de microscoop gecontroleerd of de bevruchting succesvol is en of de bevruchte eicellen zich ontwikkelen tot embryo's.
ICSI Behandeling
Bij Intracytoplasmatische Sperma Injectie (ICSI), een speciale vorm van IVF, wordt een enkele zaadcel met een pipet direct in een rijpe eicel geïnjecteerd. ICSI wordt toegepast bij ernstig verminderde zaadkwaliteit of wanneer eerdere IVF-pogingen zonder bevruchting bleven, ondanks goede eicel- en zaadkwaliteit.
De Terugplaatsing
Drie dagen na de punctie wordt u door het UMCU gebeld om te informeren of er eicellen zijn bevrucht en wanneer de embryo's in de baarmoeder kunnen worden geplaatst. Meestal vindt de terugplaatsing plaats op de 3e dag na de punctie. U neemt plaats in de wachtruimte bij Receptie 38 in het UMCU. De terugplaatsing van embryo's is doorgaans pijnloos. Na het inbrengen van een speculum en het reinigen van de baarmoedermond, wordt het embryo voorzichtig in de baarmoeder geplaatst, vaak onder begeleiding van een echo.
Voortplantingscentrum Erasmus MC – De terugplaatsing
Hormoonbehandeling bij Kinderwens
Wanneer zwanger worden niet vanzelf gaat, kan een hormoonbehandeling een belangrijke stap zijn in het fertiliteitstraject. Deze behandelingen grijpen in op de hormooncyclus om het lichaam te stimuleren of te ondersteunen. Hormoonbehandelingen kunnen deel uitmaken van een IUI-, IVF- of ICSI-traject, waarbij ze het aantal eiblaasjes stimuleren, het moment van de eisprong plannen of het baarmoederslijmvlies ondersteunen.
Ovulatie-Inductie
Vrouwen met een onregelmatige menstruatiecyclus kunnen behandeld worden met hormonen om de cyclus te reguleren en een eisprong op te wekken. Dit proces heet ovulatie-inductie. Indien er geen (regelmatige) eisprong is, vaak door het Polycysteus Ovarium Syndroom (PCOS), is behandeling met Letrozol tabletten, clomifeen-citraat of hormooninjecties een veelgebruikte methode.
IUI (Intra-uteriene Inseminatie)
Bij IUI brengt de arts of echoscopiste zaadcellen rechtstreeks in de baarmoeder in. Deze behandeling wordt vaak gecombineerd met hormoontabletten of -injecties voor de vrouw.
IVF en ICSI
In vitro fertilisatie (IVF), ook wel reageerbuisbevruchting genoemd, brengt eicel en zaadcel buiten het lichaam samen om bevruchting tot stand te brengen. Het verschil tussen IVF en ICSI ligt in de bevruchtingsmethode in het laboratorium. Bij IVF worden ze bij elkaar gebracht, bij ICSI brengt de laborant een zaadcel in de eicel.
Invriezen van Gameten en Weefsel
Het invriezen van zaadcellen kan nuttig zijn voor mannen die een behandeling moeten ondergaan die hun vruchtbaarheid kan aantasten (zoals radiotherapie of chemotherapie). Eicellen kunnen via het IVF-centrum worden ingevroren met behulp van vitrificatie. Dit is ook mogelijk voor vrouwen die behandelingen moeten ondergaan die hun vruchtbaarheid verminderen, bij een verhoogd risico op vervroegde overgang, of wanneer er op de dag van een eicelpunctie geen zaadcellen beschikbaar zijn.
Hormoontherapie bij Kanker
Hormoontherapie bij kanker richt zich op het behandelen van hormoongevoelige tumoren door de productie van oestrogeen en progesteron te verminderen of hun invloed op kankercellen te beperken. Het risico op onvruchtbaarheid door deze therapie hangt af van leeftijd en duur van de behandeling. Zwangerschap is niet toegestaan tijdens hormoontherapie vanwege mogelijke schadelijkheid voor het embryo.
Zwangerschapshormonen
Verschillende hormonen spelen een cruciale rol tijdens de zwangerschap:
- hCG (humaan choriongonadotrofine): Het zwangerschapshormoon dat na bevruchting vrijkomt en zorgt voor voldoende progesteronproductie.
- Progesteron: Ondersteunt de innesteling van de bevruchte eicel, zorgt voor het behoud van de zwangerschap en de ontwikkeling van de baby.
- Oestrogeen: Speelt een rol bij de rijping van eicellen, de eisprong en de ontwikkeling van de baarmoeder en melkklieren.
- Oxytocine: Bekend als het 'knuffelhormoon', speelt een rol bij weeën, de geboorte van de placenta en de hechting tussen moeder en kind.
- Relaxine: Zorgt voor doorbloeding in het baarmoederslijmvlies, versoepelt spieren en gewrichten, wat essentieel is voor de groei van de baby en de bevalling.
- Prolactine: Stimuleert de groei van melkklieren in de borsten voor de productie van moedermelk.
- hPL (humaan placentair lactogeen): Speelt een rol bij de suikerstofwisseling van de baby en remt de aanmaak van moedermelk tijdens de zwangerschap.
- Prostaglandine: Helpt bij het starten van de bevalling door de baarmoedermond soepeler te maken en de aanmaak van oxytocine te stimuleren.

Risico's en Beperkingen van IVF/ICSI
Niet elke IVF- of ICSI-behandeling leidt tot een zwangerschap. Er zijn factoren die de kans op succes beïnvloeden, waaronder leeftijd en de specifieke medische situatie. In sommige gevallen kan de behandeling te riskant zijn vanwege bestaande ziektes of aandoeningen. Psychische aandoeningen of psychosociale omstandigheden kunnen ook leiden tot een negatief behandeladvies. De maximale leeftijd voor IVF of ICSI is in Nederland doorgaans 41 jaar, hoewel in specifieke gevallen een uitzondering gemaakt kan worden.
Patiënten met HIV kunnen in sommige centra geen IVF- of ICSI-behandeling krijgen vanwege het risico op besmetting. Patiënten met hepatitis B kunnen wel IVF ondergaan, maar geen ICSI, vanwege het risico dat het virus in de eicel terechtkomt.
Overstimulatie (OHSS)
Bij ongeveer 2% van de IVF/ICSI-behandelingen treedt ovarium hyperstimulatiesyndroom (OHSS) op, waarbij het lichaam te veel eiblaasjes aanmaakt. Dit komt vaker voor bij jonge vrouwen of vrouwen met PCOS. In ernstige gevallen kan dit leiden tot complicaties zoals trombose. Bij een dreigende overstimulatie kan de behandeling worden gestopt.
Infecties en Bloedingen
Tijdens de punctie kunnen bacteriën in de eierstokken terechtkomen, wat tot een infectie kan leiden. Ook bloedverlies na de punctie is mogelijk, maar meestal beperkt. Indien nodig worden antibiotica voorgeschreven of wordt het bloeden gestopt.
Miskraam en Buitenbaarmoederlijke Zwangerschap
De kans op een miskraam na IVF/ICSI is iets hoger (20-25%), deels door de leeftijd van de patiënten. Een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, waarbij het embryo zich buiten de baarmoeder nestelt, is gevaarlijk en vereist medische interventie.
Meerlingzwangerschap
Bij het terugplaatsen van twee embryo's is de kans op een tweelingzwangerschap ongeveer 20-25%. Meerlingzwangerschappen brengen verhoogde risico's met zich mee voor zowel moeder als kinderen.
Lange Termijn Gevolgen
Hoewel IVF/ICSI-kinderen geen grotere kans op aangeboren afwijkingen lijken te hebben dan natuurlijk geboren kinderen, zijn de langetermijngevolgen van deze relatief nieuwe behandelmethoden nog niet volledig duidelijk. Onderzoek suggereert dat de hormoonstimulatie tijdens IVF geen verhoogde kans op kanker veroorzaakt.
Ondersteuning en Nazorg
Niet alle behandelingen leiden tot een zwangerschap, wat teleurstellend kan zijn. Emotionele ondersteuning is beschikbaar via medisch maatschappelijk werkers. Indien een behandeling mislukt, is er de mogelijkheid voor een gesprek met de arts om het behandelplan eventueel aan te passen.
tags: #hormonale #behandeling #zwangerschap