De draagtijd bij honden bedraagt gemiddeld 63 dagen, met een variatie tussen 57 en 72 dagen. Hoewel sommigen beweren dat de nestgrootte de draagtijd beïnvloedt - korter bij grotere nesten en langer bij kleinere - deelt men deze stelling niet uit ervaring. Het herkennen van de symptomen van een naderende bevalling is cruciaal. Deze symptomen kunnen we onderverdelen in drie fasen.
Fase 1: De Voorbereidingsfase
De voorbereidingsfase, ook wel nestelgedrag genoemd, kan per hond verschillen. Veel honden zullen beginnen met graven, zowel in de tuin als in de werpkist, om een hol te creëren. Dit graven gebeurt niet continu, maar met tussenpozen. Dit is een duidelijk teken dat de pups eraan komen, en vanaf dit moment verdient de teef constante aandacht. Om de teef niet te storen, maar toch haar gedrag te kunnen observeren, wordt een camera in de werpkamer aanbevolen. Gedurende deze fase is een duidelijke gedragsverandering zichtbaar. Hoewel de voorbereidingsfase duidelijk is, is de exacte duur ervan niet te voorspellen. Bij teven die voor het eerst bevallen, kunnen deze tekenen soms al 35 uur voor de bevalling beginnen.
Temperatuurmeting als Betrouwbare Indicator
Een meer betrouwbare methode om het begin van de bevalling te voorspellen, is het meten van de lichaamstemperatuur van de teef. Start hiermee vanaf dag 55 van de dracht, tweemaal daags op vaste tijden. Een daling van de temperatuur met 1 à 2 graden Celsius wijst erop dat de bevalling binnen 24 uur zal plaatsvinden. Hoe groter het waargenomen temperatuurverschil, hoe nauwkeuriger de voorspelling.

Melkklieren en Melkgift
Sommige eigenaren vertrouwen op de ontwikkeling van de melkklieren en het starten van melkgift om het tijdstip van de bevalling te bepalen. Dit kan een indicatie zijn, maar temperatuurmeting wordt als nauwkeuriger beschouwd.
Fase 2: De Ontsluitingsfase
De ontsluitingsfase start wanneer de weeën beginnen. Voor onervaren fokkers zijn deze eerste weeën vaak niet zichtbaar, aangezien ze nog niet krachtig zijn en de moederhond nog niet meeperst. Tijdens deze fase worden de baarmoederhals en de vagina opgerekt. Het is belangrijk om de teef in deze fase extra goed in de gaten te houden. Veel teven lijken te wachten met bevallen tot de eigenaar aanwezig is, wat suggereert dat de aanwezigheid van de eigenaar een kalmerend effect kan hebben en de bevalling kan faciliteren. Een rustige omgeving is essentieel; probeer niet steeds weg te lopen en weer terug te komen. Zorg ervoor dat alleen de teef en de begeleider in de kraamkamer zijn.

Fase 3: De Uitdrijvingsfase
Tijdens de uitdrijvingsfase zal de hond haar staart omhoog of opzij houden om meer ruimte te creëren in de bekkenholte. Ze zal ook meepersen met de weeën, een reflex die wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van een pup in het bekken. De meeste teven zullen tijdens de weeën gaan liggen, hoewel er ook teven zijn die de gehele bevalling staand doorstaan. Nadat het vruchtwater gebroken is, wordt de eerste pup doorgaans binnen enkele uren geboren. Het belangrijkste advies tijdens deze fase is om rustig te blijven, aangezien dit de hond zal kalmeren. Het bijhouden van een logboek met de tijdstippen van gebeurtenissen kan nuttig zijn, mocht er onverhoopt medische hulp nodig zijn. De dierenarts zal waarschijnlijk vragen naar de duur van het persen en de tijd tussen de weeën.
Geboorte van de Pup
De teef maakt de vliezen waarin de pup geboren wordt open en eet deze, samen met de nageboorte, op. Als de teef dit niet zelf doet, is het belangrijk om de vliezen rond het hoofdje van de pup te verwijderen zodat deze kan ademen. Het likken van de pup door de teef is cruciaal voor het stimuleren van de ademhaling, de darmen en de moeder-kind binding. Als de teef dit niet doet, dient de pup langdurig te worden gewreven totdat deze goed ademt. De gemiddelde tijd tussen de geboorte van twee pups varieert van 45 minuten tot 1 uur, mits er niet geperst wordt. Als er na de geboorte van een pup langere tijd verstrijkt voordat de volgende pup geboren wordt, is het belangrijk om de rust van de teef te observeren. Als de teef rustig is, kan men de volgende persweeën afwachten. Het drinken van de pups bevordert de baarmoederweeën en versnelt de geboorte van de volgende pup.

Potentiële Complicaties en Oplossingen
Hoewel de meeste bevallingen probleemloos verlopen, kunnen er complicaties optreden. Enkele tekenen van mogelijke problemen zijn:
- Stinkende uitvloeiing uit de vulva: Een beetje rode, bruine of groene uitvloeiing is normaal, maar een onaangename geur kan duiden op problemen zoals pyometra (baarmoederontsteking).
- Schijnweeën: Deze duren normaliter kort. Als de teef actief begint te persen, moet er binnen een kwartier een pup geboren worden.
- Lange tijd tussen pups: Hoewel het soms een dag kan duren, is dit niet gebruikelijk. Bij twijfel of stagnatie van de bevalling is het raadzaam contact op te nemen met de dierenarts.
- Onvoldoende groei of drinken bij pups: Puppies die onvoldoende groeien (<10% gemiddeld per dag) of niet drinken, moeten bijgevoerd worden met kunstmelk. Als de pup niet goed uit het flesje kan drinken, neem dan contact op met de dierenarts.
- Gebrek aan melkproductie: In dit geval is bijvoeding noodzakelijk.
- Pijnlijke, rode en harde tepel: Dit wijst op een ontstoken melkklier en vereist mogelijk een antibioticakuur.
- Puerperale ecclampsie: Een te laag calciumgehalte in het bloed, wat een spoedgeval is.

Wanneer de Dierenarts te Consulteren
Het is raadzaam de dierenarts te bellen in de volgende situaties:
- Als de bevalling op dag 65 nog niet is begonnen (hoewel een normale geboorte tot dag 69 mogelijk is, neemt de kans op problemen vanaf dag 67 toe).
- Bij lichte persweeën die langer dan 1-2 uur aanhouden zonder resultaat.
- Na 30 minuten stevig persen zonder geboorte van een pup.
- Als er 2-3 uur geen persactiviteit is geweest en er nog pups verwacht worden.
- Bij acuut optredende ziekteverschijnselen bij de teef (meer dan eenmalig braken of lichte diarree).
- Bij veel bloedverlies via de vulva.
- Bij stinkende of abnormaal gekleurde uitvloeiing. Groene uitvloeiing vóór de geboorte van de eerste pup is een teken dat er snel ingegrepen moet worden, omdat dit kan duiden op loslating van de placenta. Na de geboorte van de eerste pup is groene uitvloeiing normaal.
Nazorg en Verzorging van Moeder en Pups
Verzorging van de Pups
Na de geboorte is het belangrijk om de pup direct te controleren op de aanwezigheid van vliezen of slijm rond de neus en bek. Deze moeten verwijderd worden om de ademhaling te garanderen. De pup dient stevig te worden drooggewreven met een handdoek totdat deze zelfstandig piept. Zorg ervoor dat de pups droog en warm blijven; de omgevingstemperatuur moet in de eerste week rond de 30-32 graden Celsius liggen. Puppies kunnen hun lichaamstemperatuur nog niet goed reguleren, dus een warmtelamp of kruik is aan te raden. De pups moeten binnen een uur na de geboorte drinken. Indien nodig, legt u de pup aan bij de moeder. Om de pups uit elkaar te houden, kunnen ze gemarkeerd worden met bijvoorbeeld nagellak op de rug of tenen. Het gewicht van de pups mag na de geboorte niet dalen; dagelijkse weging is aan te raden. Als pups onvoldoende drinken, niet aankomen in gewicht, sloom of verzwakt zijn, kan druivensuiker in water worden gegeven, gevolgd door kunstmelk. Controleer de pups op een open gehemelte, een aangeboren afwijking die kan leiden tot ernstige infecties.

Verzorging van de Teef
Het is normaal dat de moederhond in eerste instantie fel reageert op soortgenoten en vreemden. Na enkele dagen zal ze meestal meer toelaten. Het opeten van de nageboorte is niet schadelijk, maar ook niet noodzakelijk. De placenta kan ook worden verwijderd. Het is raadzaam om de temperatuur van de teef de eerste dagen tweemaal daags te meten; deze moet tussen de 38 en 39 graden Celsius liggen. Gedurende de eerste 10 dagen kan er uitvloeiing zijn, die in kleur varieert van rood naar groen en helder. Na twee weken zou er geen uitvloeiing meer mogen zijn. Tijdens de lactatieperiode heeft de teef aanzienlijk meer energie nodig, soms het dubbele of driedubbele van de normale onderhoudshoeveelheid. Vermagering tijdens deze periode is normaal. Puppyvoer is geschikt voor de teef tijdens de zoogperiode.

Voordeel 10: De aanwezigheid van de moederhond
Voeding en Gezondheid tijdens de Dracht
Om de drachtige teef in optimale conditie te houden, wordt geadviseerd om de dagelijkse portie voeding vanaf week 6 wekelijks met 10% te verhogen. In de laatste week heeft de teef vaak minder honger en is het aan te raden kleine beetjes te voeren. Vanaf week 8 kan geleidelijk worden overgeschakeld op energierijke voeding die ook geschikt is voor de pups. Het ontwormen voor de dracht is belangrijk, aangezien pups via de placenta en moedermelk besmet kunnen worden met spoelwormlarven. Dit kan veilig tijdens de dracht met specifieke middelen.
Diagnostiek en Begeleiding
Het bepalen van het juiste moment voor de dekking is essentieel voor een geslaagde dracht, waarbij progesteronmeting in het bloed kan helpen. Een gezondheidscheck van de fokhond en eventueel een HD/ED-onderzoek minimaliseren erfelijke problemen bij de pups. Een echo vanaf dag 28 na de dekking kan de dracht bevestigen, maar geeft geen uitsluitsel over het aantal pups. Een röntgenfoto vanaf dag 45, bij voorkeur tussen dag 55-60, kan het aantal en de grootte van de pups in relatie tot het geboortekanaal inschatten.

Belangrijke Overwegingen voor Fokkers
De term dystocia, wat staat voor een moeilijke, langzame en pijnlijke bevalling, kan diverse oorzaken hebben, waaronder te grote pups of afwijkingen bij de moeder. Snel ingrijpen is vaak noodzakelijk. Een keizersnede kan worden uitgevoerd bij een moeizame bevalling of bij risicorassen. Na de bevalling volgt een herstelperiode voor de teef, waarbij rust, goede voeding en hygiëne worden geadviseerd. Bij problemen zoals koorts of sloomheid is direct contact met de dierenarts noodzakelijk.