Een miskraam is het ongewenst voortijdig eindigen van een zwangerschap, meestal vóór de 16e week. In de meeste gevallen gebeurt dit in de eerste 12 weken, ook wel het eerste trimester genoemd. Tussen 20 en 24 weken is er in officiële termen sprake van een ontijdige geboorte. Bij een miskraam stopt het hartje met kloppen en stoot het lichaam het vruchtje af. Dit kan gepaard gaan met krampen en het verliezen van bloed en stolsels. Soms komt een miskraam niet vanzelf op gang, dan is ingrijpen met medicatie of een curettage mogelijk. Toch kan je ook vaak kiezen om het natuurlijk verloop af te wachten. Je arts of verloskundige zal je hier verder over informeren en kijkt samen met jou wat de beste keuze is.
Meestal is een aanlegstoornis bij het embryo de oorzaak van een miskraam. Als dit gebeurt, is dat ontzettend verdrietig, ongeacht hoe ver je al was in de zwangerschap. Naar schatting eindigt 10-15 procent van de zwangerschappen in een miskraam. Van alle vastgestelde zwangerschappen eindigt gemiddeld 15 tot 20% in een miskraam.

Kans op een miskraam na IVF of ICSI
Als je zwanger bent geworden door IVF (in-vitrofertilisatie) of ICSI (intracytoplasmatische sperma-injectie), heb je gemiddeld een iets grotere kans op een miskraam (15-25 procent). Dit heeft er vooral mee te maken dat je vaak eerder weet dat je zwanger bent. Na een behandeling wordt vaak eerder een zwangerschapstest gedaan dan bij een reguliere zwangerschap. Je bent je namelijk meer bewust van de mogelijkheid van een zwangerschap. Maar in die eerste vier weken kan er nog veel misgaan. Bij een deel van deze vroege miskramen is alleen sprake van een positieve test en is geen hartactie gezien op een echo. Zonder vruchtbaarheidsbehandeling zou je dit waarschijnlijk niet opmerken.
Risicofactoren voor een miskraam
Een miskraam is meestal niet te voorkomen. Er gaat iets mis in de aanleg van het embryo, waardoor de zwangerschap wordt afgebroken. Wel zijn er een aantal factoren die de kans op een miskraam iets kunnen verhogen. Bij je huisarts of op het kinderwensspreekuur van de verloskundige kan je bespreken hoe je zo gezond mogelijk zwanger kan worden. Deze factoren kunnen een negatieve invloed hebben op het verloop van de zwangerschap:
- Overgewicht
- Roken
- Alcoholmisbruik
- Leeftijd boven de 35 jaar
- Medicijngebruik
- Onbehandelde medische problemen
Als (sommige van) deze factoren op jou van toepassing zijn en je hebt een kinderwens, dan kan het slim zijn je levensstijl iets aan te passen. Dit biedt nog altijd geen garantie, maar je geeft je zwangerschap zo in ieder geval een zo goed mogelijke start.
De kans op een miskraam per zwangerschapsweek
De eerste weken van de zwangerschap zijn cruciaal voor de ontwikkeling van de baby. In deze periode vormt zich het hart, het zenuwstelsel, de hersenen en de rest van het lichaam. Als er iets misgaat in dit proces (bijvoorbeeld door een genetische fout) dan beëindigt het lichaam de zwangerschap vaak vanzelf. Wat deze periode extra lastig maakt, is dat je meestal nog geen echo hebt gehad. Veel vrouwen weten in week 4 of 5 nog maar net dat ze zwanger zijn. Het kan dan heel heftig zijn als de zwangerschap plotseling eindigt, vaak zonder duidelijke oorzaak. Hieronder zie je een overzicht van de gemiddelde kans op een miskraam per week van de zwangerschap:
| Zwangerschapsweek | Kans op miskraam (gemiddeld) |
|---|---|
| Week 4 | 22% |
| Week 5 | 17% |
| Week 6 | 10% |
| Week 7 | 5,4% |
| Week 8 | 4,2% |
| Week 9 | 1,5% |
| Week 10 | 0,7% |
| Week 11 | 0,5% |
| Week 12 | 0,3% |
Zoals je ziet, daalt de kans op een miskraam sterk naarmate de weken vorderen. Al na de 8e week wordt het risico aanzienlijk kleiner, en vanaf de 12e week spreken we vaak van een "veilige zone". Veel vrouwen ervaren de eerste echo als een mijlpaal. Als je in week 8 of 9 een kloppend hartje ziet, daalt de kans op een miskraam aanzienlijk - naar minder dan 5%. Vanaf week 12 wordt het risico zo klein, dat de meeste vrouwen hun zwangerschap dan met een gerust hart kunnen delen met familie, vrienden of collega's.
Symptomen van een mogelijke miskraam
Hoewel niet alle miskramen duidelijke signalen geven, zijn dit symptomen waar je alert op kunt zijn:
- Bloedverlies (licht of hevig)
- Buikkrampen die lijken op menstruatiepijn
- Afname van zwangerschapssymptomen (zoals misselijkheid)
- Vochtverlies of stolsels uit de vagina
Maar let op: licht bloedverlies komt vaak voor en hoeft niet te wijzen op een miskraam. Bij twijfel is het altijd verstandig om contact op te nemen met je verloskundige of huisarts. Bij een miskraam stopt de ontwikkeling, is er geen groei en geen hartslag meer. Dit kan kort na de bevruchting plaatsvinden of als je al langere tijd zwanger bent. Soms nemen zwangerschapsverschijnselen zoals gespannen borsten en ochtendmisselijkheid af vlak voor een miskraam. Een miskraam begint meestal met bloedverlies en lichte buikpijn. Het bloedverlies wordt erger en kan korte tijd hevig zijn en zelfs even met stolsels gepaard gaan. De pijn lijkt op menstruatiepijn, soms krijg je krampen die op weeën lijken. Maar soms heeft iemand weinig klachten en merkt (bijna) niets van de miskraam.
Zwanger worden na een miskraam
Na een miskraam kan je meteen weer zwanger worden. Veel vrouwen vinden het prettig om te wachten tot ze weer ongesteld zijn geweest. Je weet dan waar je zit in je cyclus en wat je NOD (Niet Zonder Dokter) is. Een aantal weken na een miskraam kan je een vals positieve zwangerschapstest hebben. Dit komt omdat het zwangerschapshormoon HCG langzaam afbreekt, en dus nog in je lichaam aanwezig kan zijn.
Als je eenmaal een miskraam hebt doorgemaakt, is de kans op een miskraam niet vergroot bij een volgende zwangerschap. De kans op een miskraam is pas verhoogd wanneer je tweemaal een miskraam hebt doorgemaakt.
Herhaalde miskramen
Je spreekt van herhaalde miskramen als je twee of meer afgebroken zwangerschappen hebt gehad. Het is dan mogelijk om onderzoek te laten doen naar de oorzaak. Toch komt het ook vaak voor dat er geen oorzaak wordt gevonden. Gelukkig is de kans dat je een volgende zwangerschap volledig kan uitdragen meestal nog heel groot. Zolang er geen oorzaak wordt gevonden, is er lichamelijk gezien geen bezwaar om het opnieuw te proberen. Geestelijk kan je hier wel veel moeite mee hebben. Een miskraam is een ingrijpende gebeurtenis. Merk je dat je hier veel last van hebt of ben je erg angstig voor een volgende zwangerschap, bespreek dit dan met je huisarts of verloskundige.
Bij een herhaalde miskraam gebeurt hetzelfde als bij een enkele miskraam. Vaak ontstaat er bij de bevruchting al een probleem. Daarna ontwikkelt het vruchtje zich niet goed en stoot je lichaam het af. Maar waarom dit gebeurt, weten we niet precies. Er zijn een paar ziektes die een herhaalde miskraam kunnen veroorzaken. Maar slechts bij 15-20% van de stellen komen we er achter waarom een vrouw meerdere miskramen heeft gehad.
Oorzaken en onderzoek bij herhaalde miskramen
Een chromosoomafwijking is een afwijking in de genen. Genen zijn het erfelijke materiaal dat je doorgeeft aan je kind. Soms zit er een foutje in de genen. Daar hoeft u zelf niet altijd iets van te merken. Maar dit kan wel problemen geven als u een kind wilt. Daardoor kan het vruchtje deels uit genen bestaan met een foutje, waardoor het zich niet goed ontwikkelt en een miskraam kan ontstaan. We kunnen onderzoeken of u of uw partner een chromosoomafwijking heeft. Daarvoor nemen we bloed af bij u allebei. Dat laten we onderzoeken door specialisten. Dit duurt een tijdje. We doen dit onderzoek alleen als we denken dat het nuttig is in uw situatie. Waarschijnlijk is het beter om de uitslag van het onderzoek af te wachten voordat u opnieuw probeert om zwanger te worden. Bespreek dit met uw arts.
Als uit het onderzoek blijkt dat u een chromosoomafwijking heeft, kan uw gynaecoloog u doorverwijzen naar een klinisch geneticus. We kunnen een chromosoomafwijking niet genezen. Na het onderzoek bespreekt de gynaecoloog de mogelijkheden met u. Is er een kans dat u toch nog een gezond kind krijgt via een gewone bevruchting? Is die kans er niet of is die heel klein? Dan kunt u misschien IVF proberen. Daarbij gebeurt de bevruchting buiten het lichaam. Eerst onderzoeken wij of het vruchtje gezond is. Daarna plaatsen we het in uw baarmoeder en breekt een spannende tijd aan. Als het vruchtje in uw baarmoeder nestelt, bent u zwanger. Maar het kan ook zijn dat uw lichaam het vruchtje afstoot. IVF is een ingrijpende behandeling en kan veel spanning geven. Het is belangrijk dat u hierop voorbereid bent voordat u begint.
Ieder mens heeft antistoffen in zijn bloed. Deze stoffen beschermen u tegen ziekte. Ze reageren als er ziekteverwekkers in uw lichaam komen. Maar sommige mensen maken verkeerde antistoffen aan. Die reageren op cellen van het eigen lichaam. Mensen met het antifosfolipidensyndroom (APS) maken verkeerde antistoffen aan. Die verkeerde antistoffen heten antifosfolipiden. Ze maken het bloed stroperig. Zo kunnen er bloedklontertjes of stolsels ontstaan. Hierdoor heeft u een hoger risico op trombose. Bij trombose raakt een bloedvat verstopt door een bloedstolsel. We kunnen onderzoeken of u APS heeft. Daarvoor doen we bloedonderzoek. We kijken hoeveel antifosfolipiden antistoffen er in uw bloed zitten. Is de hoeveelheid 2 keer te hoog? We doen minimaal 2 keer bloedonderzoek. Want soms is er een goede reden waarom u tijdelijk veel antifosfolipiden antistoffen in uw bloed heeft. Uw lichaam maakt de antistoffen ook aan als u bijvoorbeeld griep heeft of een infectie. Zo bestrijdt uw lichaam de ziekte. Als alles goed is, verdwijnen de antistoffen na een tijdje weer uit uw bloed. Door een miskraam kunt u ook antifosfolipiden antistoffen in uw bloed hebben. Daarom kunnen we pas 10 weken na een miskraam het eerste bloedonderzoek doen. Eerder is de uitslag niet betrouwbaar. Vinden we bij het eerste bloedonderzoek te veel antifosfolipiden antistoffen? Dan doen we na 12 weken een tweede onderzoek. Zitten er dan nog steeds te veel antistoffen in uw bloed? Bloedverdunners maken de kans op trombose kleiner. Uw arts kan u tabletten, poeders of injecties geven die uw bloed dunner maken. Hierdoor is het risico kleiner dat een bloedvat in de placenta verstopt raakt.
Homocysteïne is een stofje in het bloed (een aminozuur). Iedereen heeft dit stofje, want het is belangrijk voor de stofwisseling. Maar sommige mensen hebben er te veel van. Dat kan problemen geven. Artsen denken dat dit de kans op een miskraam groter maakt. We doen bloedonderzoek om te kijken hoeveel homocysteïne er in uw bloed zit. Is dit te veel? Vitamine B6, B12 en foliumzuur kunnen de hoeveelheid homocysteïne verlagen. Daarom kan het helpen om deze vitamines in te nemen. Er zijn sterke aanwijzingen dat deze vitamines de kans op een volgende miskraam kleiner maken.
Stollen is het klonteren en hard worden van het bloed. Dit is goed als u bijvoorbeeld een wondje heeft. Maar in sommige families hebben meerdere mensen problemen met de stolling van het bloed. Het bloed stolt bijvoorbeeld te snel en ook op plekken waar het niet moet stollen. Hierdoor kunnen bloedpropjes of stolsels ontstaan. Een losgeraakt bloedpropje gaat via de bloedvaten naar een andere plek in het lichaam. Komen er in uw familie stollingsafwijkingen voor? Dan kan het zijn dat u ook een stollingsafwijking heeft. Als dat zo is, heeft u een hoger risico op trombose. Bij trombose raakt een bloedvat verstopt door een bloedstolsel. Als dat in de placenta gebeurt, krijgt u een miskraam. Hebben in uw familie meerdere mensen trombose, embolie of een beroerte gehad? Met bloedonderzoek kunnen we kijken of u een stollingsafwijking heeft. Dit doen we als er een reden is om te denken dat u misschien een stollingsafwijking heeft. Bijvoorbeeld als u weet dat een familielid een stollingsafwijking heeft. Er is nog geen wetenschappelijk bewezen behandeling. Het zou kunnen dat bloedverdunners helpen om de kans op een miskraam te verkleinen.
Sommige vrouwen hebben afwijkingen aan de baarmoeder. De baarmoeder heeft bijvoorbeeld een andere vorm. Ook kunnen er afwijkingen zijn aan de binnenkant van de baarmoeder (de baarmoederholte). Dit kan aangeboren zijn. Dit is bijvoorbeeld zo bij een dubbele baarmoeder of een tussenschot in de baarmoederholte. De afwijking kan ook later ontstaan. Bijvoorbeeld door een vleesboom in de baarmoeder. Het zou kunnen dat deze afwijkingen een grotere kans geven op een miskraam. Maar dat weten we nog niet zeker. Het kan zijn dat de placenta zich niet goed innestelt in een afwijkende baarmoeder. De wetenschap is nog aan het onderzoeken of afwijkingen aan de baarmoeder een miskraam kunnen veroorzaken. En zo ja, of we daar iets aan kunnen doen. Soms stelt uw arts voor om uw baarmoeder te bekijken. Dit kan met een echo of hysteroscopie. Dit onderzoek kan extra informatie geven. Maar het geeft u geen zekerheid over de oorzaak van uw herhaalde miskraam. Wel kunt u hiermee het wetenschappelijk onderzoek verder helpen.
Afl. 111 Tien soorten miskramen en waarom het belangrijk is
Emotionele impact van een miskraam
Een miskraam is niet alleen fysiek, maar ook emotioneel zwaar. Verdriet, boosheid, schuldgevoel of zelfs schaamte komen vaak voor. Geef jezelf de ruimte om te rouwen. Praat erover met je partner, een vriendin of een zorgverlener. Je staat er niet alleen voor. Veel vrouwen voelen verdriet, schuldgevoel, ongeloof, boosheid en leegte. Dat is heel normaal. Ook voelen veel vrouwen zich alleen. Meestal gebeurt een miskraam voordat u uw omgeving over uw zwangerschap heeft verteld. Toch is het juist goed om met anderen over uw verlies te praten. Dat kan opluchten en helpen om de miskraam te verwerken. U kunt met goede vrienden of familie praten. Of met mensen die hetzelfde hebben meegemaakt. Er zijn ook boeken die u kunnen helpen om een miskraam te verwerken.
De kans dat het mis gaat, lijkt misschien heel groot. Maar de kans dat een volgende zwangerschap wel goed afloopt, is veel groter (gemiddeld 65-70%). Vaak kan de gynaecoloog voor u persoonlijk inschatten hoe groot de kans is op een nieuwe miskraam. Een miskraam is heel ingrijpend. Zeker als u dat meerdere keren meemaakt. Waarschijnlijk heeft u veel vragen. Hoe komt het? Wat gebeurt er precies bij een miskraam? Kunt u zelf iets doen om een nieuwe miskraam te voorkomen? Hieronder geven we zo goed mogelijk antwoord op deze vragen.
Wat kun je zelf doen?
Een miskraam is zelden te voorkomen, maar er zijn dingen die je kunt doen om je lichaam zo goed mogelijk te ondersteunen:
- Neem dagelijks foliumzuur en eventueel vitamine D.
- Stop met roken, alcohol en drugs.
- Eet gezond en gevarieerd.
- Zorg voor voldoende rust en slaap.
- Vermijd stress zo veel mogelijk.
- Beweeg regelmatig, maar met mate.
En misschien wel het belangrijkste: wees lief voor jezelf. De eerste weken van de zwangerschap zijn spannend en vragen veel van je lichaam én je hoofd.