Kleine Testikels en Vruchtbaarheid: Oorzaken en Gevolgen

In een normale situatie beschikt een man of jongen over twee teelballen, ook wel testikels genoemd. Deze zijn gelegen in de balzak, het scrotum. Tijdens de zwangerschap ontwikkelen de teelballen zich in de buik, nabij de nieren. Ongeveer een maand voor de geboorte dalen de teelballen via het lieskanaal af naar de balzak. Dit proces wordt indalen genoemd. Bij de meeste pasgeboren jongens bevinden beide teelballen zich dan ook in de balzak.

Bij ongeveer 2 tot 3% van de jongens zijn direct na de geboorte één of beide zaadballen nog niet volledig ingedaald in de balzak. Dit wordt cryptorchisme genoemd. Vaak treedt gedurende het eerste levensjaar alsnog een spontane indaling op.

Oorzaken van Niet-Ingeënten Teelballen

Bij sommige jongens dalen de ballen niet in. Eén of beide ballen blijven dan in de buik of de lies zitten. De precieze oorzaak hiervan is niet altijd duidelijk. Het komt ook voor dat een bal die eerder wel was ingedaald, enkele jaren later niet meer in de balzak blijft liggen. Recent onderzoek suggereert dat ongeveer de helft van deze ballen alsnog spontaan daalt tijdens de puberteit.

Soms lijkt het alsof een bal niet is ingedaald, maar kan deze wel gemakkelijk in de balzak worden geduwd. Wanneer de bal niet direct terugschiet, wordt dit een retractiele testis of pendelbal genoemd. Dit is een andere situatie dan cryptorchisme.

Cryptorchisme is waarschijnlijk multifactorieel erfelijk, wat betekent dat erfelijke aanleg in combinatie met omgevingsfactoren kan bijdragen aan het ontstaan van deze aandoening. De precieze oorzaak is echter niet altijd te achterhalen, waardoor het moeilijk is te voorspellen wie het zal ontwikkelen. In sommige gevallen is cryptorchisme een kenmerk van een erfelijke aandoening.

Schematische weergave van de indaling van de testikels tijdens de zwangerschap.

Gevolgen van Niet-Ingeënten Teelballen voor Vruchtbaarheid en Gezondheid

Om gezond zaad te kunnen produceren, is het essentieel dat de teelballen een lagere temperatuur hebben dan de rest van het lichaam. Dit is de reden waarom ze zich in de balzak, buiten het lichaam, bevinden. Wanneer de teelballen niet goed indalen, kan dit op latere leeftijd leiden tot verminderde vruchtbaarheid.

Eén niet-ingedaalde teelbal heeft doorgaans geen significante invloed op de seksuele functie of de kans om vader te worden. Twee niet-ingedaalde teelballen kunnen echter wel leiden tot een iets kleinere kans om vader te kunnen worden. Dit komt doordat de hogere temperatuur in de buikholte of lies de zaadproductie kan belemmeren.

Daarnaast is er in teelballen die niet vanzelf indalen, een iets verhoogde kans op het ontstaan van teelbalkanker na de puberteit. Een operatieve behandeling op jonge leeftijd kan deze kans enigszins verkleinen ten opzichte van een operatie na de puberteit, hoewel de kans licht verhoogd blijft. Indien teelbalkanker in een vroeg stadium wordt ontdekt, is de kans op genezing zeer groot.

Diagnose en Behandeling van Niet-Ingeënten Teelballen

Wanneer een kind niet-ingedaalde teelballen heeft, zijn er verschillende behandelingsmogelijkheden. De (kinder)uroloog zal de beste aanpak voor het specifieke geval bepalen.

Fysisch Onderzoek en Pendelballen

Als een bal in de lies voelbaar is, kan de arts proberen deze met een strijkende beweging naar beneden in de balzak te brengen. Als de bal vervolgens in de balzak blijft liggen, is er sprake van een pendelbal. Deze behoeft doorgaans geen verdere behandeling.

Een pendelbal komt meestal rond de puberteit vanzelf op de juiste plek te liggen. Als een pendelbal later niet meer in de balzak te brengen is, kan deze alsnog in ongeveer de helft van de gevallen spontaan in de puberteit in de balzak verschijnen. Operatief ingrijpen is dus niet altijd noodzakelijk.

Chirurgische Interventie

Wanneer de bal niet spontaan daalt of niet stabiel in de balzak blijft liggen, kan een operatie noodzakelijk zijn. De meest ideale leeftijd voor deze ingreep was lange tijd rond het tweede levensjaar, maar recent onderzoek suggereert dat de leeftijd van 6 tot 12 maanden het meest optimaal is. De operatie, genaamd orchidopexie, duurt doorgaans 30 tot 60 minuten.

Als de bal aan de buitenkant niet te voelen is, wordt vaak eerst een geluidsonderzoek (echografie) ingezet om de locatie te bepalen. Lukt dit niet, dan kan een kijkoperatie (laparoscopie) nodig zijn om de bal in de buik op te sporen en te beoordelen. Een bal die in de lies wordt gevonden, wordt meestal operatief in de zak gebracht en vastgezet: inguinale orchidopexie.

Tijdens de operatie wordt de bal via een kleine incisie in de lies opgezocht en vrijgemaakt. Vervolgens wordt deze naar de balzak geleid en daar vastgezet. De huidwond wordt gesloten met oplosbare hechtingen.

Wanneer tijdens een kijkoperatie blijkt dat een bal niet is aangelegd, of als de zaadstreng te kort is om de bal naar de balzak te brengen, kunnen verdere stappen nodig zijn. Soms worden de bloedvaten van het balletje doorgeknipt om lengte te winnen, waarna de bal na zes maanden alsnog op zijn plaats wordt gebracht. Dit verhoogt echter de kans op verschrompeling van de bal. Ondanks een operatie op jonge leeftijd is een normale functie van de niet-ingedaalde bal niet altijd gegarandeerd.

Illustratie van een inguinale orchidopexie procedure.

Herstel na Operatie

Kinderen mogen na de operatie naar huis wanneer zij pijnvrij en stabiel zijn, iets gegeten hebben en de wond er goed uitziet. Thuis mag het kind weer alles eten en drinken. De eerste dag dient het kind het rustig aan te doen; de activiteit zal de eerste dagen beperkt zijn. De wond dient de eerste drie dagen droog gehouden te worden. Douchen is na drie dagen toegestaan, maar baden wordt afgeraden om infectie te voorkomen.

Bij pijn kunnen de eerste dagen paracetamol-zetpillen of -tabletten worden gegeven. Sporten, zwemmen, fietsen of gymnastiek zijn de eerste twee weken niet toegestaan. Zoals bij elke operatie, bestaat er een kleine kans op complicaties zoals nabloeding of wondinfectie.

Vruchtbaarheid en Zaadkwaliteit

De productie van zaadballen, testosteron en zaadcellen begint pas in de puberteit. De kwaliteit van het sperma wordt bepaald door de hoeveelheid, beweeglijkheid en vorm van de zaadcellen. Een verminderde zaadkwaliteit kan leiden tot verminderde vruchtbaarheid, hoewel zwangerschap nog steeds mogelijk is.

Mogelijke oorzaken van verminderde vruchtbaarheid bij mannen zijn:

  • Varicocele (spatader in de balzak): Kan de temperatuur in de balzak verhogen, wat de aanmaak van testosteron en spermacellen negatief beïnvloedt.
  • Hydrocele (vochtophoping in de balzak): Kan de temperatuur verhogen en de spermaproductie vertragen.
  • Cryptorchisme (verborgen zaadballen): Niet-ingedaalde ballen kunnen leiden tot vruchtbaarheidsproblemen.
  • Immunologische infertiliteit: Aanwezigheid van antistoffen tegen zaadcellen.
  • Erectie- of ejaculatieproblemen: Kan het bemoeilijken om geslachtsgemeenschap te hebben of kan leiden tot retrograde ejaculatie.
  • Verstoorde hormoonbalans: Afwijkingen in hormoonproductie kunnen de zaadballen en zaadcelaanmaak beïnvloeden.
  • Afwijkingen in de genen: Zoals het Klinefelter syndroom (47XXY), waarbij een extra X-chromosoom aanwezig is.
  • Obstructie in de mannelijke genitale organen: Blokkades in de zaadleiders, zaadblaasjes of prostaat.
  • Ernstige ziekte of aandoening: Nierfunctiestoornissen of levercirrose kunnen de vruchtbaarheid beïnvloeden.
  • Seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA's) en andere infecties.
  • Invloed van externe factoren: Medicijnen, drugs- en alcoholgebruik, roken, frequente sauna- of heetwaterbaden, chemotherapie, steroïden, pesticiden of zware metalen.

Bij ongeveer 30% van de stellen met vruchtbaarheidsproblemen ligt de oorzaak bij de man, bij 30% bij de vrouw, en bij 30% bij beiden. Bij 10% blijft de oorzaak onbekend.

Alles over de vruchtbaarheid man - Problemen, zaadkwaliteit en zaadcellen | Deskundig advies

Diagnostiek van Vruchtbaarheidsproblemen

Om de oorzaak van verminderde vruchtbaarheid te onderzoeken, neemt de arts eerst een medische vragenlijst af (anamnese) over de voorgeschiedenis. Vervolgens wordt in een laboratorium de kwaliteit van het zaad onderzocht. Het advies is om voorafgaand aan het onderzoek ongeveer 2 tot 4 dagen geen zaadlozing te hebben.

Tijdens het zaadonderzoek wordt het sperma onder de microscoop onderzocht op de hoeveelheid, beweeglijkheid en vorm van de zaadcellen. Soms wordt ook een MAR-test of IBT-test gedaan om de aanwezigheid van antistoffen tegen zaadcellen te onderzoeken. De arts zal ook een lichamelijk onderzoek uitvoeren naar mogelijke afwijkingen van de geslachtsorganen.

Aanvullend onderzoek kan bestaan uit bloedonderzoek om hormoonspiegels (zoals FSH en testosteron) te bepalen, of chromosomenonderzoek bij ernstige sperma-afwijkingen. In sommige gevallen kan een biopsie van de zaadbal worden overwogen.

Leefregels en Behandelmogelijkheden

Hoewel de effectiviteit niet altijd wetenschappelijk is bewezen, worden de volgende leefregels vaak geadviseerd voor mannen met een verminderde zaadkwaliteit:

  • Vermijd strakke en zeer warme kleding; draag bij voorkeur ruim zittend ondergoed (boxershort) en een ruime broek.
  • Regelmatige zaadlozing wordt over het algemeen bevorderlijk geacht voor de kwaliteit; langdurig 'sparen' van zaad is niet optimaal.
  • Stop met roken en beperk alcoholgebruik.
  • Vermijd frequente blootstelling aan hoge temperaturen in de balzak (sauna, hete baden).

Wanneer bovenstaande maatregelen en behandelingen niet leiden tot zwangerschap, zijn er verdere opties:

  • In-vitrofertilisatie (IVF): Hierbij worden zaadcellen en een eicel in het laboratorium samengebracht.
  • Intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI): Een zaadcel wordt direct in de eicel geïnjecteerd, wat met name geschikt is bij een zeer laag aantal of slechte beweeglijkheid van zaadcellen.

tags: #kleine #testikkels #vruchtbaarheid