Wit licht verdrijft een wervelende kakofonie van felgekleurde vormen; er is geen rumoer, afleiding of verleiding meer, alleen vrede. Je bevindt je in een kristallen kamer; een ruimte zonder objecten, uitdijend in oneindigheid; in de vlammende witte parel van de grote maker; de schuimende bron van vitale energie; in alomvattende, onvoorwaardelijke liefde; bovennatuurlijk licht doordringt je ledematen; pracht straalt niet alleen om je heen of boven je, maar door je hele hart en longen. Het is de meest intense ervaring die mogelijk is; de geest die alle objecten, situaties, gedachten en gevoelens van iedereen en alles, overal en van alle tijden bevat; een supernova die stilzwijgend explodeert in het midden van je hoofd. Je bevindt je binnen een wit gat, waar tijd en ruimte samensmelten; een singulariteit; een white-out. Hier zijn het liefhebben van anderen en het vergaren van kennis duidelijk het enige dat ertoe doet, onafhankelijk van dogma en ideologie.
Je hebt misschien het heldere, witte licht van het begin ervaren zonder ooit psychedelica te hebben aangeraakt. Of misschien gebruik je al jaren psychedelica en ben je nog nooit in de buurt geweest. Hoe dan ook, veel wijsheidstradities erkennen de ervaring van een wit licht. Het is een buitenaardse plek, volkomen vreemd. Het voelt en ziet er onwerelds uit, maar ook: het voelt als thuis. Het kan het huis van je onbewuste zijn - of je overbewuste, volgens anderen - een thuis dat je vergeten was dat je had.
De creatie van dit licht gebeurt wanneer je leert je aandacht van het ene bewustzijnsveld naar het andere te verschuiven. Fysiologisch gezien betekent dit: wanneer je alles doet wat je kunt om aandacht te besteden aan je fysieke, mentale en sociale welzijn, en je vervolgens loslaat, waardoor je zenuwstelsel de rest kan doen. Het kan ook gebeuren tijdens meditatie: de aandacht keert naar binnen, terwijl alles van de buitenwereld wegvloeit. Je kunt het cultiveren, elke keer een stap dieper. Op meer dan één manier is deze beweging vergelijkbaar met wanneer je een stap terugdoet van creatief werk: je stopt met maken en observeert wat er is gemaakt. Je krijgt een overzicht. Wanneer je later weer gaat maken en doorgaat - misschien anders, misschien net zoals je was - vergeet je het overzicht, zonder te weten, maar met vertrouwen waar je naartoe gaat. Je creëert ruimte voor de obscuriteit van iets waarvan je toestaat dat je het niet weet. Schijnbaar eenvoudige creatieve operaties zoals deze - ongepland, maar voortdurend getweakt - kunnen onvoorspelbare resultaten opleveren. Opdat een mandala iets bijna onberekenbaars, onkenbaars genereert, neemt het proces gemakkelijke, eenvoudige stappen. Hoe je deze schakelaar tussen licht en duisternis ook vindt of ervaart, totdat je dat doet, zijn psychedelica misschien entertainment, escapisme, therapie, maar nog niet echt studie.

Echter, het heldere licht van het begin is geen einddoel, fysiologisch of metaforisch. Zodra je dit huis van wit licht nieuw leven hebt ingeblazen, weet je dat je op verschillende manieren je weg terug kunt vinden. Studie wordt niet vaak gelijkgesteld aan liefde. Inspanning en ijver voor kennis, ja, maar kennis wordt meestal behandeld als iets dat kan worden ondernomen, afgerond, verpakt, gebruikt en gecommercialiseerd. Toch zijn er andere manieren om kennis te begrijpen: iets weten kan betekenen dat je er intentie aan kunt toekennen. Je plaats kennen ten opzichte van wat wordt bestudeerd, is ook kennis.
De empirische, wetenschappelijke en technologische wetenschappen bestuderen objecten. Maar de subjectieve ervaring van de dingen die worden bestudeerd, is even noodzakelijk om de studie zelf enige betekenis te geven. Alle studie heeft een subjectief element: het is jouw visie, jouw drijfveer, die je in de eerste plaats zal aanzetten tot het uitvoeren van het experiment. Dit visionaire aspect van studie is een deel van de subtiele psychedelische kant ervan. Een andere manier om dit te zeggen is dat er een kunst is in alle studie. Wetenschap zoekt naar antwoorden om problemen op te lossen die aanvankelijk mysterieus lijken. Kunst viert mysterie door antwoorden te problematiseren en vragen te uiten. Eén persoon kan beide rollen vervullen, omdat kunst en wetenschap uiteindelijk twee kanten van dezelfde medaille zijn.
Subjectieve studie wordt uitgedrukt door middel van kunst, waarbij het psychedelische aspect van observatie plotseling niet meer zo subtiel is en een van de belangrijkste talen ervan wordt. Kunst is geen manier van denken per se: het is een manier van zijn, maar het is ook een manier van weten. Dit is niet het soort kennis dat juist of onjuist kan worden bewezen. Het is een soort kennis van de kant van de dingen die niet gekend kunnen worden. We kunnen dit niet-weten noemen.
Psychedelica, of ze nu heel subtiel worden benaderd via dromen, meditatie of reflectie, of actief worden opgewekt door het oefenen van technieken of het nemen van substanties, zijn portalen naar studie. Psychedelische studie is geen mystiek, ook al zijn veel ervaringen moeilijk of schijnbaar onmogelijk te beschrijven. Het is zeer praktisch, en je kunt heel duidelijk zijn over wat je niet weet. Het is de studie van onderwerpen, van ervaringen dichtbij en ver van je eigen ervaringen, en het vindt resultaten in de vorm van vragen. Natuurlijk, net zoals empirisch veldwerk tot visioenen kan leiden, kan een psychedelische trip helderheid verschaffen aan een objectief experiment of constructie. Maar de kern van psychedelische studie zijn de immense mysteries die ons omringen.

Innerlijke studie: je doet het al, je hebt het altijd gedaan, elke nacht, als je diep droomt. Je hebt het ook gedaan tijdens dagdromen, tijdens rust, therapie, wandelingen, vakanties, festivals. Telkens als je ruimte kon maken voor een van die onbeantwoordbare vragen. Het is een van de oudste verhalen: je gaat een grot, een woestijn of een bos in - letterlijk of metaforisch - lang genoeg om te beseffen dat het allemaal een illusie is, en als je er weer uitkomt, deel je wat je hebt gezien. Alles trilt, niets staat stil. Je zwemt al in een zee van licht. Een ster ademt uit, een zwart gat ademt in. Er is geen tijd en geen ruimte.
Artistieke en Literaire Verkenningen
Dirk Vis en Harm van den Dorpel
Dirk Vis (1981) is een Nederlandse auteur van poëzie, (wetenschaps)fictie, non-fictie en essays. Vis publiceerde ook het ‘anti-handboek’ Research For People Who (Think They) Would Rather Create. Zijn boek Study Trip is een aankomende gids voor psychedelica voor onderzoek en kunst. Een ‘study trip’ is een psychedelische reis ondernomen om over de wereld te leren.
Harm van den Dorpel's praktijk richt zich op emergente systemen en de rol die technologie speelt in hun ontwikkeling en betekenis. Van den Dorpel engageert zich met diverse materialen en vormen, waaronder werken op papier, sculptuur, computervriendelijke grafische afbeeldingen en software. Zijn werken evolueren voortdurend, geïnformeerd door feedbackloops en het ontwerp van algoritmische systemen. Binnen en buiten de lijn van ‘net art’ is softwareontwikkeling, die specifieke benaderingen van kunstmatige intelligentie adresseert, een kernaspect van Van den Dorpel's praktijk.
Patricia Domínguez en Absint
Patricia Domínguez is een kunstenaar gevestigd in Puchuncaví, Chili, geboren in Santiago, Chili, in 1984. Door experimenteel onderzoek naar etnobotanie, extractivisme en geneeswijzen, richt haar werk zich op het traceren van spirituele relaties tussen levende soorten in een steeds digitalere en meer corporatieve kosmos.
Op de Tweede Nationale Ongelezen Boeken Dag presenteerde Rue du Dindon haar 22e editie absint: L'Interdite. Gebaseerd op het verboden absintrecept, en inclusief een geheim ingrediënt. Er zijn veel beroemde ongelezen schrijvers die van absint houden. Absint is misschien wel de beroemdste ongedronken drank. Ik spreek hier ook namens Edgar Walthert met wie ik absintdestilleerderij Rue du Dindon vorm. We stoken alleen uit vriendschap, en verkopen alleen aan vrienden. Edgar en ik maakten een pelgrimstocht door de Zwitserse vallei de Travers van Neufchatel naar Pontarlier, en onderweg proefden we absint bij iedere destilleerder. We spraken met boeren, en leerden geheime technieken en recepten. We liepen door de bossen en de heuvels, waar een fles absint verstopt ligt bij de bergbron, zodat je onderweg kunt proeven.
Alsem, de plant die absint absint maakt, maakt zoals zoveel planten een stof aan die ook je mensenmind opent. Zodat je beter met je omgeving verbindt. Voor nieuwe leden van de Ongelezen Boeken Club maakten we L’Interdite, gebaseerd op het recept van de verboden absint. Absint werd verboden, omdat het zogenaamd te geestverruimend is. Het is dat maar een beetje. Het was de wijnlobby die door een verbod de bedreiging van deze veel krachtigere en goedkoper te produceren alcohol wist te pareren. Edgar en ik hebben actieve kool toegevoegd, en een geheim ingrediënt. Het design is van Edgar. De letters zijn van de Ongelezen Boeken Club. Boeken en absint maken beiden geest. Voordat ik voorlees neem ik altijd graag een slok.
Publicaties en Projecten
Het Koreaanse uitgeverij The Flexibility Club kwam met een 2e editie van Research For People Who (Think They) Would Rather Create in het Koreaans: 크리에이터를 꿈꾸는 사람들을 위한 연구. De nieuwste editie van het "anti-handboek" voor artistiek onderzoek is uit! Vraag ernaar bij je lokale boekhandel, of bestel direct bij Onomatopee.
De stichting de Eenzame Uitvaart Rotterdam (dEUR) heeft ten doel een waardig en respectvol afscheid te geven aan overleden stadsgenoten die eenzaam stierven en zonder familie, vrienden of kennissen worden begraven of gecremeerd. Een dichter schrijft een speciaal gedicht voor de overledene en leest dat aan het graf of bij de kist voor.
Natuur, Taal en Zelfreflectie
De Betekenis van Bomen
‘Boom’ is het eerste woord dat ik op school leerde schrijven. In dit essay zoek ik naar vormen om opnieuw naar bomen te kijken, en erover te schrijven. Geschreven als writer-in-residence aan het Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences (NIAS). Bossen begon ik te bezoeken, omdat ik de intuïtie volgde daar te moeten zijn met de vraag: hoe om te gaan met dat we doden wat om ons heen leeft, dat we doden wat we eten, gebruiken en wat ons leven geeft?
Ook Dante raakte in het midden van zijn leven verdwaald in een donker bos. Dantes reis voerde hem door het hiernamaals, en hij leerde zien voorbij de grens tussen leven en dood. Ik las dat boek nadat ik in het verstilde, Arctische oerboslandschap van Lapland uitzocht waarmee je in contact komt als je een maand lang alleen in de natuur bent en niet spreekt, leest of schrijft. Vanwege de aanwezigheid van beren was ik lang (on)redelijk angstig, en ik bivakkeerde steeds in hetzelfde, kleine stukje groen. Resultaat, even onverwacht als onverifieerbaar: ik voelde me verwelkomd.

Harrison beschrijft hoe ideeën over bossen in verschillende periodes totaal tegengesteld konden zijn: van heilig en helend tot kwaadaardig en moordzuchtig. De afgelopen decennia zijn ideeën over bossen en bomen opnieuw verschoven. ‘b∙oo∙m’ is het eerste woord dat meerdere mensengeneraties leerden schrijven.
Schrijven en taal lijken passiever dan ze zijn. Zeg ‘eik’ en je registreert alleen nog de categorie, niet meer het robuuste of fragiele, individuele wezen dat voor je staat. Door een plant te beschrijven, door er een symbool van te maken, verdwijnt de eigen taal van de plant onder een nevel van menselijke betekenissen, zegt ecofilosoof Michael Marder. Zo wordt afstand gehouden van wat onbegrijpelijk en onoverzichtelijk is.
Als tiener leerde ik houthakken, en later professioneel bomen vellen. Of je nou een kettingzaag of een hakbijl gebruikt: het moment van vallen komt altijd even plots. Het zijn de namen die het je laten doen, zegt kunstenaar Peter Nadin. Het kinderlijke idee dat iedere boom een andere ‘ik’ was, waartoe ik mij als jongetje verhield, was inmiddels ver verleden. Tijdens mijn bosreizen kwamen weelderige jeugdherinneringen terug aan een kastanje, aan populieren; herinneringen die ik nooit in woorden had weten te vatten. Hoe kan de even oeroude als geavanceerde technologie van de taal ook op een andere manier worden gebruikt dan ik had geleerd?
Met de Engelse romanschrijver John Fowles - in zijn autobiografische essay The Tree - zag ik in de boomkolommen van eeuwenoude sparren rondom bladerbeschutte ruimtes in het oerbos, de originelen van door mensen gemaakte heiligdommen. Nederland kent geen groene kerken meer. Ik kan me amper inbeelden hoe het moet zijn geweest om tweeduizend jaar geleden op een plek in het Noord-Europese Hercynische oerwoud een vollemaansfeest mee te maken. In de Flevopolder bestaat een Groene Kathedraal van populieren, geplant in de vorm van de plattegrond van een kerk: mooi, tragisch en letterlijk symbool voor wat er is verdwenen.
De dichtstbijzijnde restjes oerbos zijn tenminste twee dagen autorijden - bijvoorbeeld Białowieża in Polen - en zelfs dan zijn het eigenlijk parken. Ik heb lang genoeg in een boshut in dat Poolse oerbos aan de Wit-Russische grens gewoond - totdat dat onmogelijk werd gemaakt door de legermacht die de vluchtelingenstroom tegen moest houden - en met lokale boswachters en paddestoelenplukkers opgetrokken, om anders te kunnen kijken naar mijn Nederlandse leven. Onze gecultiveerde, grootstedelijke omgeving - inclusief landbouw - is een glorieuze schepping van technologie en wetenschap, waarin mensen leven als astronauten op aarde. Oeroude vragen over leven en dood komen alleen op in de schaduwen van jezelf. De meeste mensen kunnen niet zomaar veertig dagen de woestijn of het bos in, of terecht bij voor hen geloofwaardige, religieuze autoriteiten; je stelt zulke vragen waarschijnlijk eerder aan een machine. Nieuwe media kunnen veel bespreekbaar maken, maar niet voelbaar. Hoe je kijkt naar de natuur, bepaalt intussen tot welke mensengroep je behoort. De grenzen tussen wereldbeelden lopen dwars door instituten, woonwijken en families, daarvoor hoef je ons land niet uit.
De Levende en de Dode Structuur van Bomen
Schrijver en bioloog Arjen Mulder schreef de ‘non-fictieroman’ De vriendschap van bomen. Heropvoeding van een bioloog, en daarmee een ego-document over ego-dood. Hij weet wat er allemaal uitsterft. Met de bomen, de enige karakters met persoonsnamen in zijn boek, spreekt hij over zijn crises van emotie, zijn regressies en zijn innerlijk kind.
Het grootste gedeelte van iedere levende boom is dood; cambium is het laagje levend boomweefsel dat hout groeit. Hout is de vertaling van tijd in de vorm van het dode lichaam van een levend wezen, dat heb ik van filosoof Emanuele Coccia in zijn korte tekst in het boek Cambio van FormaFantasma. De filosoof: het dode houtlichaam geeft structuur en kracht aan de levende lichaamslaag. Hout is het anatomisch equivalent van een meervoudig ik, dat oprijst naast de eigen dood. Hout is de populatie van vele ego’s, de een na de ander geboren. Goed en uitvoerig naar een boom kijken, confronteert je met je eigen verleden. Een oud ego loslaten en een nieuw ‘ik’ cultiveren, heet in de psychologie: bekering, een proces waarbij je d...