De verzorging van pasgeboren baby's: Luiers, symptomen en voeding

Het correct beoordelen van de luierinhoud van een pasgeboren baby is een belangrijke indicator voor de gezondheid en voedingstoestand. Over het algemeen geldt dat plassen aangeeft dat de baby vocht heeft binnengekregen en ontlasting dat hij voeding heeft ontvangen. Als vuistregel wordt aangehouden dat zes tot acht flink natte katoenen luiers (of 4-6 wegwerpluiers) per etmaal duidt op voldoende voeding.

Natheid van luiers bij pasgeborenen

Een pasgeboren baby die borstvoeding krijgt, heeft in de eerste dagen slechts weinig plasluiers. Dit komt doordat de baby in de eerste dagen na de bevalling uitsluitend colostrum krijgt. Colostrum wordt in kleine hoeveelheden geproduceerd, omdat het maagje van de baby nog klein is en langzaam moet wennen aan voedselverwerking. De baby krijgt dus weinig vocht binnen, wat resulteert in een beperkte urineproductie. Op de eerste dag kan er slechts één natte luier zijn, waarbij dit aantal met elke volgende dag toeneemt.

Wanneer het colostrum na één of twee dagen overgaat in overgangsmelk, neemt de vochtinname toe, wat resulteert in meer natte luiers, zo'n drie tot zes per dag. Zodra de melkproductie goed op gang komt, tussen drie en vijf dagen na de geboorte, krijgt de baby nog meer vocht binnen. Dit leidt tot zes tot acht flink natte katoenen luiers per dag, of vier tot zes zware natte wegwerpluiers.

Soms kunnen in de eerste week oranjerode vlekjes in de luier worden waargenomen. Dit zijn uraatkristallen in sterk geconcentreerde urine, die verward kunnen worden met bloed. Dit is een normaal verschijnsel bij borstvoedinggevende baby's op de derde dag, vlak voordat de melkproductie toeneemt en de overgang van colostrum naar rijpe melk plaatsvindt. Deze urine verdwijnt snel naarmate de baby meer gaat drinken.

Gedetailleerde illustratie van de verschillende soorten babyvoeding en hoe deze de ontlasting beïnvloeden.

Ontlasting van pasgeborenen

De eerste ontlasting van een pasgeboren baby is meconium: zwarte, teerachtige ontlasting die voor de geboorte is gevormd uit ingeslikte vruchtwaterresten en stofwisselingsproducten. Colostrum helpt bij de snelle uitscheiding van meconium. Zodra de melkproductie op gang komt, krijgt de ontlasting de kenmerkende borstvoedingskleur en -consistentie: mosterdachtig, smeuïg, soms waterig met vlokjes of klontjes, en friszuur ruikend. De meeste kinderen produceren vanaf dan dagelijks meerdere keren ontlasting.

Na de eerste zes weken kan de frequentie van de ontlasting afnemen tot eens per dag of eens per paar dagen. Dit is een normale variatie en geen teken van verstopping bij borstvoedingsbaby's. Als de ontlasting in de eerste dagen achterblijft bij het normale patroon, kan dit duiden op onvoldoende aanleg aan de borst of ineffectief drinken, wat de melkproductie van de moeder onvoldoende stimuleert.

Sommige baby's hebben een onrustigere darmwerking, wat zich kan uiten in schuimende of anders gekleurde ontlasting. Dit hoeft geen indicatie te zijn van een voedingsgebrek, ziekte of allergie. Een kind dat te weinig of juist te veel voeding krijgt, ziek is of een allergie heeft, vertoont naast een afwijkende luierinhoud altijd andere symptomen.

Het plas- en poepproces bij baby's

De aandrang om te plassen wordt niet veroorzaakt door een volle blaas die overstroomt, maar door het geleidelijk oprekken van de blaaswand. Dit stimuleert rek-receptoren, wat leidt tot aandrang. De eerste lichte aandrang wordt gevoeld wanneer de blaas ongeveer halfvol is. Pas bij driemaal de comfortabele hoeveelheid wordt de rek oncomfortabel en pijnlijk. De urineverzameling in de blaas stimuleert een onbewuste reflex waarbij de inwendige sluitspier ontspant, waardoor urine door de urinebuis naar de uitwendige sluitspier stroomt. Deze uitwendige sluitspier, bestaande uit skeletspier, staat onder bewuste controle.

Een gezonde baby kan vanaf jonge leeftijd bewust reageren op zijn lichaamsfuncties. In veel culturen wordt jonge baby's een signaaltje gegeven tijdens het plassen of poepen. Het bewust ophouden van urine door de uitwendige sluitspier gesloten te houden, is een geleidelijk aangeleerd proces. De blaas van een jonge baby is kleiner, waardoor deze sneller vol raakt en de baby eerder plast. De zes tot acht natte luiers bevatten dan ook meestal meerdere plasjes.

Tijdens de slaap wordt meer antidiuretisch hormoon (ADH) afgegeven, wat leidt tot minder urineproductie. Veel moeders merken dat hun kind 's nachts, ondanks meerdere voedingen, langere tijd niet plast of zelfs droog blijft, om na het ontwaken weer meer urine te produceren.

Bij het proces van ontlasting zijn spieren betrokken onder bewuste en onbewuste controle. Verteerd voedsel beweegt zich door de darmen naar de endeldarm. Bij het vullen van de endeldarm prikkelen rek-receptoren de inwendige anale sluitspier tot ontspanning, terwijl de uitwendige sluitspier samentrekt. Dit proces zorgt ervoor dat porties ontlasting voor de anus komen te liggen, waardoor men onderscheid kan maken tussen gas, normale ontlasting of dunne ontlasting. De bewuste beslissing om te ontlasten wordt genomen door licht te persen, wat leidt tot reflexmatige ontspanning van zowel de sluitspieren als de bekkenbodem. Na de ontlasting zorgen sluitreflexen voor het samentrekken van deze spieren. Ontlasting kan worden opgehouden door samentrekking van de uitwendige sluitspier en de bekkenbodem, waardoor de ontlasting terugverplaatst naar de endeldarm en de aandrang afneemt.

De bekkenbodemspier speelt een belangrijke rol en kan vaak compenseren voor afwezigheid van de sluitspieren. Bij afwezigheid van de bekkenbodemspier is continentie echter moeizaam. Een zit- of hurkhouding ontspant de bekkenbodem het best voor ontlasting. Veel niet-westerse ouders houden hun kinderen intuïtief in een hurkhouding om ontlasting te faciliteren.

De gastrocolische reflex is een gecoördineerde golfbeweging van de gladde spieren in het maag-darmkanaal die optreedt tijdens het eten. Deze reflex zorgt ervoor dat de darm zich leegt om ruimte te maken voor nieuw voedsel. Veel baby's poepen hierdoor tijdens of vlak na een voeding. Deze reflex piekt tien tot dertig minuten na een maaltijd.

Schematische weergave van de gastrocolische reflex en de spijsvertering bij baby's.

Kleur en consistentie van ontlasting

De kleur van de ontlasting wordt beïnvloed door de voeding. Een volledig borstvoedde baby heeft meestal een (mosterd)gele ontlasting, hoewel andere tinten ook voorkomen. Zodra een kind ander voedsel gaat eten, kan de kleur veranderen. De ontlasting van een borstvoedde baby is vormloos tot vloeibaar; het is niet ongebruikelijk dat de ontlasting eruitziet alsof er 'zaadjes en pitjes' in zitten. Sommige kinderen produceren vele keren per dag een klein beetje ontlasting, terwijl anderen een of meerdere keren per dag hun luier laten overstromen. Na de eerste zes weken kan het aantal vuile luiers verminderen tot soms maar één per week.

Afwezigheid van ontlasting, vooral in de eerste weken, kan wijzen op onvoldoende energie-inname. Het is daarom onverstandig een gering aantal vuile luiers zomaar als 'normaal voor een borstgevoede baby' te bestempelen. Belangrijk is de groei van de baby, eventuele klachten, en aanwijzingen voor gezondheidsproblemen, voedselovergevoeligheid of bewuste vermijding van bepaalde producten.

Een erg ruime melkproductie, lange intervallen tussen voedingen of te snel wisselen van borst kunnen leiden tot het binnenkrijgen van grote hoeveelheden relatief magere melk. Door het geringere vetpercentage blijft de melk minder lang in het maagje en krijgt de darm in korte tijd veel melk te verwerken. In de darmen moet de melksuiker (lactose) worden afgebroken door het enzym lactase. Bij een grote hoeveelheid melk in korte tijd kan een relatief tekort aan lactase ontstaan, waardoor niet alle lactose wordt afgebroken en opgenomen. Een afwijkende geur van de ontlasting kan duiden op problemen; de ontlasting van een volledig borstvoedde baby zou mild moeten ruiken.

Waterige, groene ontlasting, soms met sporen bloed, kan wijzen op een overgevoeligheid voor iets in de voeding van de moeder of een reactie op een supplement voor de baby. Bij diarree door infectie of voedselovergevoeligheid kan ook een tijdelijk lactase-tekort optreden. Bij doorkomende tanden of kiezen kan de ontlasting vaker komen, losser van structuur zijn, soms zurig ruiken en groenachtig worden.

De erfelijke aandoening taaislijmziekte (cystic fibrosis) treft ongeveer 1 op 2500 blanke kinderen. Een van de verschijnselen is de vaak neongroene, puddingachtige ontlasting van een volledig borstvoedde baby, veroorzaakt door onvolledige opname van vitamines. Erg bleke ontlasting en geel/oranje urine bij geelzucht kan duiden op een lever- of galblaasafwijking. De gele kleurstof bilirubine komt in deze gevallen in de urine terecht en niet in de ontlasting.

De urine van een volledig borstvoedde baby hoort helder en licht van kleur te zijn. Borstvoedingspoep kan verschillende vormen en kleuren aannemen, en de frequentie kan flink variëren. Er wordt benadrukt dat ieder kind en iedere situatie uniek is.

Ziekteverschijnselen en verzorging

Diarree bij baby's betekent vaker poepen met dunnere of waterige ontlasting. Bij jonge baby's is de poep sowieso vaak wat vloeibaar, zeker bij borstvoeding. Diarree is echter veel, spuitend en kan plotseling komen. Meestal gaat diarree na een paar dagen vanzelf over, maar het is belangrijk de baby in de gaten te houden vanwege het risico op uitdroging. Een spuitluier is een luier met waterdunne ontlasting die met kracht uit de baby komt. Naast dunnere, frequentere ontlasting kan de baby ander gedrag vertonen. In veel gevallen is diarree onschuldig. Belangrijk is om goed op de signalen van de baby te letten, rust en regelmaat te bieden, vaker kleine beetjes voeding te geven, te zorgen voor voldoende vocht en prikkels te beperken. De billetjes moeten goed schoon gehouden en beschermd worden met een vette crème of zinkzalf. Tijdens diarree dient geen nieuwe voeding geïntroduceerd te worden. Bij twijfel dient altijd contact opgenomen te worden met de huisarts of het consultatiebureau. Goede handhygiëne is cruciaal, aangezien diarree besmettelijk kan zijn. Smeren van de billetjes na elke luierwissel met zinkzalf of beschermende crème voorkomt schrale plekken en helpt luieruitslag genezen.

Luieruitslag kan baby's chagrijnig maken door huidirritatie. Het komt vaker voor bij baby's en kan thuis behandeld worden. Langdurig contact met urine of ontlasting, nieuwe stoffen (doekjes, luiermateriaal, zeep), of een vochtige huid kunnen luieruitslag veroorzaken. Voedsel dat niet goed verteerd wordt, kan ook leiden tot meer poepen en huiduitslag. Baby's met een gevoelige huid of allergieën hebben meer kans op luieruitslag. Een luier dient verschoond te worden zodra deze bevuild is. Bij luieruitslag mag zo min mogelijk gebruik gemaakt worden van luierdoekjes; verschonen met water wordt geadviseerd. Een zalf die geadviseerd wordt bij luieruitslag kan gebruikt worden. Als de uitslag langer dan drie dagen aanwezig is, dient contact opgenomen te worden met de wijkverpleegkundige of huisarts.

De normale lichaamstemperatuur van een baby ligt tussen de 36.7 en 37.4 graden Celsius. De temperatuur dient de eerste dagen tweemaal daags rectaal gemeten te worden. Bij een te lage temperatuur kan een kruik gebruikt worden; bij een te hoge temperatuur dient eerst gecontroleerd te worden of de baby te warm is aangekleed. Een kruik dient niet in het bedje te blijven liggen vanwege brandwondgevaar.

Badderen is een terugkerende activiteit; twee keer per week is in het begin voldoende. De omgeving dient niet te koud te zijn (ongeveer 22°C) en het badwater ongeveer 36°C. Alles dient van tevoren klaargezet te worden. De baby wordt in principe aangekleed zoals de ouder zichzelf aankleedt; bij kleine baby's of koud weer wordt wat dikker aangekleed en eventueel een mutsje opgezet. Roken in bijzijn van de baby, ook door kraamvisite, wordt sterk afgeraden vanwege het verhoogde risico op wiegendood.

Voor het vervoer van de baby wordt meestal een Maxi-Cosi gebruikt, die met de autogordel vastgezet wordt. Indien nodig kan de Maxi-Cosi kleiner gemaakt worden met een speciale verkleiner. Een Maxi-Cosi op een zitplaats met een airbag vereist dat de airbag wordt uitgeschakeld.

Darmkrampjes kenmerken zich door plotseling huilen, moeite met troosten, het optrekken van beentjes en "pers"-bewegingen. Het geven van een thermometer en het laten rusten van de knietjes op de buik kan verlichting bieden.

Het is normaal dat baby's huilen om ongenoegen te uiten (honger, slaap, knuffelen, schone luier). Ouders dienen de tijd te nemen om de signalen van de baby te leren begrijpen. Bij veel huilen kan dit leiden tot een gevoel van falen of machteloosheid. Het is belangrijk om 'goed' te zijn voor de baby, bijvoorbeeld door 's nachts bij de ouders op de kamer te slapen of zachte muziek aan te zetten. Bij problemen kan advies ingewonnen worden bij de wijkverpleegkundige of huisarts.

De eerste weken na de geboorte zijn een ontdekkingsreis. Een verpleegkundige van Kind en Gezin neemt contact op voor ondersteuning en advies. Niet elke ouder voelt onmiddellijk een nauwe band met de baby, wat niet ongewoon is. Bij borstvoeding krijgt de baby de eerste voeding binnen het uur na de geboorte om de melkproductie op gang te brengen. De eerste dagen zijn oefendagen met huid-op-huid contact en eerste zorgen zoals het toedienen van vitamine K.

Een baby wordt beoordeeld op ademhaling, huidskleur, spierspanning en reactie op prikkels. Bij een score lager dan 8 punten wordt extra aandacht besteed. Bij pasgeborenen worden temperatuur, hoofdomtrek, lengte, gewicht en aantal natte luiers gecontroleerd. Weinig ontlasting en donkergroene of donkerbruine ontlasting kunnen wijzen op te weinig voeding; het gewicht van de baby dient dan gecontroleerd te worden.

Elk pasgeboren kind krijgt een bloedprik (hielprik) om te screenen op aangeboren aandoeningen. De bloedafname gebeurt meestal op de materniteit. De baby ontvangt bij de geboorte antistoffen van de moeder, maar deze bescherming neemt geleidelijk af. Vaccinatie tegen hepatitis B vindt plaats indien de moeder drager is.

Het herstel van de moeder na de bevalling wordt opgevolgd door controle van hartslag, temperatuur, bloeddruk, hechtingen (na knip/scheur), bloedverlies en baarmoederhoogte. Naweeën kunnen optreden, vooral bij volgende kinderen. Goede hygiëne is essentieel om infecties en littekenweefsel te voorkomen. Het bloedverlies na de bevalling duurt gemiddeld 6 tot 8 weken.

Specifieke aandachtspunten voor te vroeg geboren baby's

Baby's die te vroeg geboren zijn, hebben na ontslag uit het ziekenhuis nog steeds speciale aandacht nodig. Ze kunnen anders reageren dan voldragen baby's en hebben tijd nodig om te wennen aan de nieuwe prikkels. De spierbewegingen kunnen afwijken; sommigen hebben weinig spierspanning (voelen 'slap' aan), anderen juist gespannen spieren (spastisch lijkende bewegingen). Het kan langer duren voordat de baby lacht. Baby's die te vroeg geboren zijn, slapen veel en zijn weinig actief, vaak alleen wakker tijdens voeding. Geduld is vereist voor hun verdere ontwikkeling. Sommige baby's huilen zacht, klaaglijk en langdurig, wat frustrerend kan zijn voor ouders. Het is belangrijk om zelf rust te nemen en hulp te vragen. Na drie maanden is de baby vaak nog steeds klein, heeft weinig energie en beweegt schrikachtig. Interactie komt geleidelijk tot stand naarmate de baby groeit en went aan de thuissituatie. Het nadoen van geluidjes kan de baby leuk vinden. Verschillen met voldragen baby's verdwijnen meestal in het eerste en tweede levensjaar.

Te vroeg geboren baby's kunnen kreunende geluidjes maken, wat een normaal verschijnsel is. Ze schrikken ook sneller van geluiden. De temperatuur in huis is koeler dan in het ziekenhuis, dus temperatuurmeting is belangrijk. Een slaapkamertemperatuur van rond de 20 graden Celsius wordt aanbevolen. Het gebruik van een muts, extra deken of kruik is beter dan de verwarming hoger te zetten.

Bij het baden dient de baby eerst gecontroleerd te worden op vermoeidheid en de huidconditie. Een droge huid kan droger worden door het baden. Twee tot drie keer per week in bad is voldoende. Speciaal babybad- of doucheschuim kan gebruikt worden. Een vies oogje kan gereinigd worden met een gaasje met kraanwater. Nageltjes mogen de eerste zes maanden niet geknipt worden, maar wel gevijld.

Bij verkoudheid is het belangrijk op te letten, aangezien baby's door de neus ademen. Snotjes in de neus kunnen verwijderd worden met een opgerold wattenstaafje. Het navelstompje droogt uit, wordt harder en zwart, en valt er vanzelf af. Indien de rand van de navel rood en dik is, kan dit duiden op een infectie; verzorging met een gaasje met alcohol is dan aan te raden. Een klein, vochtig herstelweefselbobbeltje kan achterblijven en aangestipt worden met zilvernitraat. Een bloedende navel kan geen kwaad.

Een navelbreuk komt regelmatig voor, met name bij te vroeg geboren baby's, en herken je aan een bobbel bij de navel die groter wordt bij huilen, persen of hoesten.

Het advies is om maximaal een half uur te voeden, de baby wakker te houden tijdens de voeding en te letten op het drinkritme. Pauzes te laten nemen bij gulzig drinken en de baby te stimuleren indien nodig. Te vroeg geboren baby's die in het ziekenhuis uit een Dr. Brown fles hebben leren drinken, kunnen rond de uitgerekende datum overstappen op een Level 1 speen.

Vitamine K is essentieel voor bloedstolling en wordt de eerste drie maanden na de geboorte gegeven. Bij vroeggeboorte (voor 35 weken zwangerschap) is extra vitamine K en D nodig. Deze vitamines kunnen op een lepeltje voor de voeding worden aangeboden.

De baby mag een mondje of golfje melk teruggeven na de voeding; dit is normaal. Bij borstvoeding wordt gevoed op verzoek, minimaal zes voedingen per dag. Regeldagen (behoefte aan meer melk) kunnen voorkomen rond 10 dagen, 6 weken en 3 maanden.

Verse afgekolfde moedermelk kan tot 8 uur op kamertemperatuur bewaard worden, tot 8 dagen in de koelkast, tot 2 weken in het vriesvak, en tot 4 maanden in een diepvries met frequente openingen, of tot 12 maanden in een diepvries met constante temperatuur van -18 graden. Ontdooien gebeurt in de koelkast of onder lauw stromend water. Opwarmen gaat het best au bain-marie of in de flessenverwarmer, eventueel in de magnetron op de laagste stand met tussendoor zwenken. De temperatuur dient gecontroleerd te worden op de binnenkant van de pols.

Bij kunstvoeding wordt de bereiding beschreven op de verpakking. Er wordt geadviseerd minimaal 30 ml water met 1 schepje melkpoeder aan te maken. Klaargemaakte voeding bewaart men achterin de koelkast, maximaal 8 uur. Flessen, spenen en kolfmateriaal dienen na elk gebruik afgespoeld te worden en bij zichtbaar vuil met heet water en afwasmiddel schoongemaakt te worden. Eén keer per dag dienen deze items 3 minuten uitgekookt te worden of in de vaatwasser op minimaal 55 graden.

Slaap- en hongersignalen kunnen op elkaar lijken. Baby's hebben slaap nodig om te groeien en zich te ontwikkelen. Jonge baby's hebben ongeveer 15 minuten nodig om in slaap te vallen. Baby's slapen in cycli van 45 minuten. Inbakeren kan bijdragen aan rust. De slaapbehoefte is individueel; schema's zijn richtlijnen, maar het belangrijkste is te letten op de signalen van de baby.

Op de gecorrigeerde leeftijd van 2 tot 4 maanden begint een baby de omgeving bewust te verkennen. De slaapperiodes worden korter en de behoefte aan aandacht neemt toe. De slaapbehoefte wisselt per kind. Bij slapende baby's zijn oogbewegingen, gezichtsuitdrukkingen, lachjes, fronsjes, zuigbewegingen en bewegingen van ledematen te zien.

De veiligste slaaphouding is op de rug, waarbij de ligging van het hoofd afgewisseld wordt om een voorkeurshouding te voorkomen. Slapen op de buik of zij wordt afgeraden. Het bedje dient laag opgemaakt te worden met dekentjes en katoenen lakens. Regelmatige ventilatie van de babykamer is belangrijk. Overdag dient de baby regelmatig op de buik gelegd te worden voor spierontwikkeling, altijd onder toezicht.

Daglicht is goed voor het ontwikkelen van een dag/nachtritme. Bij koud weer dient de baby warm genoeg aangekleed te worden.

Het beperken van bezoek in de eerste dagen na thuiskomst wordt aangeraden. Bezoekers met verkoudheid, diarree of koortslip dienen te wachten tot ze beter zijn. Kinderen met kinderziekten buiten het eigen gezin dienen ook niet bij de baby te komen.

De verpleegkundige van de Neonatologie belt 5 dagen na ontslag. Bij ziekte dient contact opgenomen te worden met de huisarts. Voor vragen over de eerste controle op de polikliniek kan contact opgenomen worden met de afdeling Neonatologie. Na de eerste controle kan contact opgenomen worden met de huisarts of het Juliana Kinderziekenhuis. Het consultatiebureau biedt hulp bij de verzorging en algemene informatie.

Een slaapnestje wordt afgeraden vanwege het risico op re-breathing en warmtestuwing, wat het risico op wiegendood verhoogt. Het bedje dient laag opgemaakt te worden met dekentjes en katoenen lakens. Geen losse stoffen in het bedje. Overdag dient de baby regelmatig op de buik gelegd te worden ter bevordering van spierontwikkeling, altijd onder toezicht.

De frequentie en duur van borstvoeding kunnen in de eerste week sterk verschillen, gemiddeld minimaal acht keer per 24 uur. Vaak voeden in de eerste week helpt de melkproductie op gang te brengen. Let op hongersignalen zoals smakken en zoeken. Na enkele dagen is er meer productie en drinkt de baby minder vaak. Bij voeden op verzoek worden vraag en aanbod op elkaar afgestemd. Bij een plotselinge toename van de borstvoedingsvraag kan de baby aan een grotere hoeveelheid voeding toe zijn, of de eigen melkproductie is teruggelopen. Door de baby vaker aan te leggen, zelf goed te drinken en rust te nemen, past de voeding zich weer aan de behoefte aan.

De eerste dag(en) bij volledige borstvoeding is er niet bij elke verschoning een natte luier, wat normaal is. Als de borstvoeding meer op gang komt (na drie tot vijf dagen), krijgt de baby meer vocht binnen en zijn er vier tot zes plasluiers per dag. De eerste ontlasting is zwart (meconium) en verandert in de loop van de dagen naar donkergroen/bruin, en geel als de borstvoeding goed op gang is. Een baby kan één of meerdere poepluiers per dag produceren, wat na verloop van tijd kan verminderen tot eens per dag of eens per paar dagen, zolang de baby er geen last van heeft. De ontlasting mag niet hard zijn.

Bij kunstvoeding kan na de eerste zwarte meconium wat gele en/of korrelige ontlasting volgen. Als een baby onvoldoende borstvoeding kan of wil drinken, is bijvoeden met afgekolfde moedermelk of kunstvoeding in overleg met een zorgverlener aan te raden.

Een borstkolf kan gehuurd worden bij de verloskundige of Medipoint. Bij kunstvoeding kan thuis doorgegaan worden met de voeding die in het ziekenhuis werd gegeven, of er kan voor een andere voeding gekozen worden. De hoeveelheid en frequentie van voeding zijn afhankelijk van het gewicht van de baby. Op de verpakking van de poedermelk staat beschreven hoe deze bereid moet worden. Het is aan te raden de voeding per keer klaar te maken.

Er zijn verschillende soorten spenen verkrijgbaar. Het wordt aangeraden spenen en fopspenen eens in de zes weken te vernieuwen. Fles en speen dienen voor het eerste gebruik uitgekookt te worden. Na gebruik dient de fles omgespoeld te worden en goed afgedroogd.

In de periode voor of net na de geboorte neemt een verpleegkundige contact op om kennis te maken, te ondersteunen en advies op maat te geven. Een geboorte is een emotioneel moment; niet elke ouder voelt onmiddellijk een nauwe band met de baby, wat normaal is. De eerste zorgen na de geboorte omvatten onder andere het toedienen van vitamine K.

Illustratie van de correcte manier om de temperatuur van een baby te meten.

Je poep zegt veel over hoe gezond je bent, dit is waar je op moet letten - RTL NIEUWS

tags: #natte #luiers #neonaat