De periode na de bevalling van een teef, vooral na een keizersnede, vereist speciale aandacht en zorg. De teef zal in eerste instantie nog wat versuft zijn. Het is cruciaal om haar in alle rust te laten bijkomen en de tijd te geven om de pups te voeden. Vaak krijgt u medicatie mee om de teef de eerste dagen te geven. Dagelijkse controle van de buikwond is essentieel om ontsteking te voorkomen. Meestal worden de hechtingen na ongeveer tien dagen verwijderd.
Zowel tijdens als na de bevalling is een rustige omgeving van groot belang voor de totstandkoming van de moeder-kindbinding. Vermijd daarom bezoek en drukte rondom de werpkist. Onrust kan niet alleen ongunstig zijn voor de pups, maar ook leiden tot ongewenst gedrag bij de moeder.
Voeding en Hydratatie na de Bevalling
Na de bevalling heeft de teef aanzienlijk meer voer nodig. Zorg altijd voor vers drinkwater en een uitgebalanceerde, energierijke voeding, verdeeld over 3 tot 4 maaltijden per dag. In de 3e tot 4e week na de bevalling, wanneer de teef veel melk produceert, kan haar energiebehoefte wel vier keer zo groot zijn als normaal. Mits ze voldoende energie kan opnemen, zal de teef op gewicht blijven, hoewel enig gewichtsverlies niet direct verontrustend is.
De melkgift verhoogt de calciumbehoefte van de teef aanzienlijk. Een tekort aan calcium kan leiden tot een levensbedreigende hypocalcemie. Een optimale voeding tijdens de lactatie is daarom essentieel. Het is echter niet altijd aan te raden om extra calcium te geven zonder professioneel advies.
Normale Uitvloeiing en Melkkliercontrole
De eerste 4 weken na de bevalling is het normaal dat er nog enige uitvloeiing uit de vulva komt. Deze uitvloeiing is de eerste dagen helderrood en wordt geleidelijk lichter van kleur en neemt in hoeveelheid af. In de 5e week na de bevalling stopt deze doorgaans. De uitvloeiing dient te allen tijde geurloos te zijn.
Normaal gesproken zijn de melkklieren soepel. Wanneer de melkklieren hard, rood verkleurd of pijnlijk aanvoelen, kan dit duiden op een melkklierontsteking (mastitis). In zo'n geval kan de melk een afwijkende kleur en/of geur hebben.

Voorbereiding op de Bevalling
De zwangere teef moet goed uitgebalanceerd voer krijgen. Het is verstandig om langzaam over te stappen op een voeding die meer eiwitten bevat, vooral als u compleet hondenvoer van een gerenommeerd merk gebruikt. De teef zal de dagen voor de bevalling doorgaans minder eten omdat haar buik gevuld is met de pups.
Na de bevalling zal de moeder steeds meer melk gaan produceren, wat doorgaat tot de derde of vierde week na de bevalling. Indien de teef kwalitatief goed en compleet hondenvoer eet, zijn extra vitamines of mineralen meestal niet nodig. Als de pups drie tot vier weken oud zijn, beginnen ze naast moedermelk langzaam over te schakelen op vast voedsel. Op zes tot acht weken leeftijd drinken ze geen moedermelk meer.
Een gezonde teef weegt na de bevalling vaak vijf tot tien procent meer dan normaal. Een zwangere teef zal instinctief op zoek gaan naar een geschikte plek om haar jongen ter wereld te zetten. Het aanschaffen van een werpkist, waarin de teef languit kan liggen met voldoende ruimte voor de pups, is aan te raden. Een teef kan tijdens de bevalling echter nog van gedachten veranderen en een andere plek geschikter achten. Probeer haar hierin niet tegen te werken, aangezien rust in deze fase cruciaal is.
Signalen van de Naderende Bevalling
Op de dag van de bevalling zal de teef vaak een verminderde eetlust hebben en kan ze zelfs gaan braken als het moment nadert. Verder kan ze veel gaan graven in de werpkist (of buiten als de kans zich voordoet), frequent urineren, ontlasten en zichzelf in het genitale gebied vaak schoonlikken. Het opzwellen van de melkklieren en de aanwezigheid van melk is niet altijd een betrouwbare indicator voor het exacte tijdstip van de bevalling.
Het bijhouden van de bevalling, inclusief het moment van persen en de geboorte van de pups, is belangrijk. De lichaamstemperatuur van de teef kan een indicatie geven van wanneer de bevalling ongeveer verwacht kan worden. Vanaf de 55e dag kan de temperatuur drie keer per dag worden opgenomen. Een daling van de temperatuur, tussen 12 en 24 uur voor de geboorte van de eerste pup, is een veelvoorkomend signaal. Tijdens deze temperatuurdaling kan de teef rillen. Tijdens de bevalling stijgt de temperatuur weer tot ongeveer 39,3 - 39,4 graden Celsius, wat enkele dagen kan aanhouden.

Fasen van de Bevalling
In de voorbereidingsfase bereidt de teef zelf de komst van haar pups voor. Ze zal instinctief een hol graven, wat ze in de werpkist met dekens of kranten kan doen, of soms ook elders. Dit nestbouwgedrag wordt afgewisseld met periodes waarin de teef zich normaal gedraagt.
In de ontsluitingsfase begint de teef weeën te krijgen, meestal 12 tot 24 uur voordat de pups geboren worden. De lichaamstemperatuur daalt dan ongeveer 1 à 2 graden. Deze weeën zorgen voor de oprekking van de baarmoedermond. De hond eet minder tot niet en plast en poept vaker, waarbij de ontlasting wat dunner kan worden. Het is daarom belangrijk haar veel uit te laten, of ervoor te zorgen dat ze zelf naar buiten kan om haar behoefte te doen.
De uitdrijvingsfase begint op het moment dat de teef mee gaat persen met de weeën. Dit meepersen is het gevolg van een reflex die ontstaat doordat een puppy in de bekkenholte ligt. Tijdens een wee zal de teef meerdere malen persen, waarbij ze de staart omhoog houdt om meer ruimte in de bekkenholte te creëren. Meestal ligt de teef, maar ze kan ook hurken of staan, afhankelijk van de meest comfortabele positie voor haar.
Als eigenaar is het belangrijk om uw hond vertrouwen en bescherming te bieden, zodat de teef zich op haar gemak voelt tijdens de bevalling. Blijf rustig en geduldig. Het bijhouden van een schriftelijk verslag van het geboorteproces is essentieel. Noteer wanneer de teef begint met persen, wanneer de pups geboren worden, eventuele bijzonderheden en de tijdstippen waarop deze plaatsvinden. Houd ook bij of de nageboorte na iedere pup is afgedreven. Waakzaamheid is belangrijk, maar ingrijpen moet niet te snel gebeuren. Het bijhouden van de gebeurtenissen vergemakkelijkt de communicatie met een dierenarts en helpt bij het bepalen wanneer interventie nodig is.
Het kan enkele uren duren voordat de eerste pup geboren wordt. Zodra de geboortevliezen of de pup zelf zichtbaar zijn in de vulva, mag het nog maximaal een uur duren voordat de pup geboren wordt. Soms zit de pup nog in een vruchtblaas bij de geboorte. U kunt het vlies voorzichtig kapot maken met uw vingers. De volgende pups, bij frequent en krachtig persen, zouden binnen een half uur geboren moeten worden. Teven nemen echter na de geboorte van elke pup meestal een pauze waarin niet geperst wordt. Gemiddeld duurt het drie kwartier tussen de geboorte van twee pups. Deze pauze kan echter wel twee tot drie uur duren. Sommige teven vallen tijdens deze periode in slaap, wat de duur kan verlengen.
Zolang de teef niet actief perst, kan het lang duren zonder dat dit problemen oplevert. Braken en diarree rond de geboorte zijn vaak normaal. Let echter op stinkende of raar gekleurde uitvloeiing uit de vulva. Verlies van veel bloed via de vulva is ook een punt van zorg. Onrust en stress rondom de geboorte, zoals vervoer, bezoek of onrust bij de eigenaar, kunnen het geboorteproces vertragen.
Navelstreng en Nageboorte
Elke pup heeft een eigen nageboorte, die door de teef na iedere pup wordt afgedreven. Soms komen er eerst twee pups en daarna pas twee nageboorten. Meestal zit de nageboorte nog aan de pup vast. De nageboorte heeft na de geboorte van de pup geen verdere functie meer.
De teef eet de nageboorte op, waarna deze afbreekt. Laat de teef echter niet te veel nageboorten opeten, aangezien dit diarree kan veroorzaken. Als een pup nog in de vruchtvliezen zit bij de geboorte, bijt de teef deze vliezen kapot. Als de teef dit niet doet, bijvoorbeeld bij onervaren teven of bepaalde rassen, moet u dit zelf doen. Zorg ervoor dat de bek van de pup vrij is van vliezen en vocht. Het verbreken van de navelstreng moet ook soms door de eigenaar gebeuren. Doe dit vrij ver van de buik van de pup om inscheuren te voorkomen. U kunt een touwtje of garen om de navelstreng binden en met een dubbele knoop vastknopen. Knip of scheur vervolgens de navelstreng aan de kant van de nageboorte af.
Als de teef haar pups niet droog likt, moeten ze goed drooggewreven worden. Dit wrijven stimuleert de pup om te ademen. Ga door met wrijven totdat de pup goed ademt. Controleer indien nodig of het bekje goed vrij is van vocht en vliezen.

Zorg voor de Pasgeboren Pups
Als een pup goed ademt en levendig is, zal deze direct op zoek gaan naar de tepels van de teef. U kunt de pup helpen door hem/haar aan de tepel van de moeder te leggen, zodat de pup zo snel mogelijk kan gaan drinken. Een te lage lichaamstemperatuur is de grootste doodsoorzaak bij pasgeboren pups. Houd de temperatuur in de werpkist goed in de gaten. Een kruik kan bij twijfel helpen, maar het mag ook niet te warm zijn, aangezien pups hun eigen lichaamstemperatuur nog niet goed kunnen reguleren.
Na de bevalling zal de teef meer voeding nodig hebben, tot wel vier keer zoveel als normaal in de periode van 3 tot 5 weken na de bevalling. Geef haar energierijke complete voeding, verdeeld over meerdere maaltijden per dag. Extra vitamines en mineralen zijn dan meestal niet nodig. Zorg altijd voor een grote bak met schoon en vers drinkwater, aangezien de teef veel water nodig heeft om zoveel melk te produceren. Zodra de pups zelf beginnen te eten, kan de hoeveelheid voeding voor de moeder langzaam verminderd worden.
Post-Partum Zorg en Potentiële Complicaties
Na de bevalling vloeit de teef nog enige tijd. De uitvloeiing is de eerste dagen vaak groenig, wat normaal is. Later verandert de kleur van chocoladebruin of rood naar roze en stopt meestal na ongeveer 10 dagen. De uitvloeiing mag nooit onfris ruiken of stinken.
Melkklierontsteking (mastitis) kan optreden, gekenmerkt door harde, rode of pijnlijke melkklieren en mogelijk afwijkende melk. Het is belangrijk de melkklieren regelmatig te controleren op soepelheid en afwezigheid van pijn.
Calciumtekort (Eclampsie): Een calciumtekort kan tijdens de bevalling leiden tot weeënzwakte. Meer uitgesproken eclampsie, met epileptiforme aanvallen, koorts en onrust, treedt meestal op tijdens de top van de zoogperiode (2-5 weken na de partus). Preventieve calciumtoediening kan nodig zijn, vooral bij gevoelige (kleine) rassen. In acute gevallen van weeënzwakte of insulten is injecteerbare calcium noodzakelijk.
Weeënzwakte en Geboorte die niet vordert: Bij langdurig en intensief vruchteloos persen is deskundige hulp (dierenarts) noodzakelijk. Oorzaken kunnen weeënzwakte, een te grote pup of een verkeerde ligging zijn. Behandeling kan bestaan uit oxytocine-injecties (op voorschrift van de dierenarts) om de weeën te stimuleren. Soms is ook een calcium-injectie nodig, vooral bij onrust en weeënzwakte. Het is belangrijk de juiste dosering en frequentie van injecties te volgen en niet zelf te experimenteren.
Groene Uitvloeiing vóór de eerste pup: Dit duidt op een losgeraakte placenta en vereist onmiddellijk ingrijpen, aangezien de pup anders kan overlijden. Na de geboorte van de eerste pup is groene uitvloeiing normaal.
Pup blijft hangen: Als er vruchtdelen zichtbaar zijn, maar de pup niet verder komt, is snel ingrijpen noodzakelijk. Dit kan door voorzichtig te trekken aan de pup met de hand, in de richting van de ruggengraat. Gebruik geen tangen of andere krachtwerktuigen.
Verzorging van pasgeboren puppy's: essentiële tips en advies
Juridische en Administratieve Aspecten
De pups krijgen hun eerste inenting op 6 weken leeftijd. Op negen weken volgt een inenting tegen Weil en Parvo. Op twaalf weken vindt de laatste puppyenting plaats met de cocktailenting. Vanaf 3-4 weken leeftijd kan begonnen worden met het bijvoeren van de pups.
Het is verplicht om elke hond te chippen. Om de pups te laten registreren en chippen, moet de eerste eigenaar een UBN-nummer aanvragen. Zonder dit nummer mag de dierenarts de pups niet chippen of registreren. Er worden gratis puppyconsulten aangeboden om meer vragen te stellen over het grootbrengen van puppy's en om pups te laten wennen aan de dierenarts.
Schijnzwangerschap bij Teven
Net als wolvinnen kunnen teven schijnzwanger worden na de loopsheid, zelfs als ze niet bevrucht zijn. Dit komt door hormonale veranderingen. Symptomen kunnen variëren van terugtrekking en nestbouw tot aanhankelijkheid en vocalisatie. Regelmatige schijnzwangerschap kan leiden tot knobbeltjes of afwijkingen in de melklijsten. Afleiding, schraal voeren en het negeren van afwijkend gedrag kunnen helpen. Er bestaan ook reguliere middelen (prolactineremmers) en natuurlijke middelen die schijnzwangerschap tegengaan.
