De rol en samenwerking tussen gynaecoloog en verloskundige in de zwangerschapszorg

Tijdens de zwangerschap vinden er diverse consulten plaats met de verloskundige of gynaecoloog. Deze afspraken zijn gericht op het bespreken van de zwangerschap, het uitvoeren van controles en het verrichten van lichamelijk onderzoek om de groei van de baby te volgen. In de latere stadia van de zwangerschap, vanaf week 36, wordt ook de ligging van de baby gecontroleerd. Indien de baby in een stuitligging blijkt te liggen, ontvang je hierover specifieke informatie. Naast medische controles biedt deze periode ook de gelegenheid om het geboortezorgplan, inclusief het bevalplan en de afspraken over kraamzorg, te herzien en eventuele wijzigingen door te voeren.

Vrouw tijdens een controle bij de verloskundige

Controles tijdens de zwangerschap

De controles tijdens de zwangerschap zijn cruciaal om de gezondheid van zowel de moeder als de baby te monitoren. Deze omvatten een reeks medische onderzoeken en handelingen die gedurende de hele zwangerschap, bevalling en kraamtijd kunnen plaatsvinden.

Bloeddruk meten

Bij elke controle wordt de bloeddruk gemeten. In eerste instantie gebeurt dit aan beide armen om eventuele verschillen te identificeren. Bij volgende controles wordt de arm gemeten met de hoogste bloeddruk. Een bloeddruk boven de 140/90 mmHg kan wijzen op zwangerschapsvergiftiging of andere complicaties en kan leiden tot verwijzing naar het ziekenhuis. Een lage bloeddruk is doorgaans ongevaarlijk, hoewel duizeligheid of sterretjes zien kan optreden.

Vingerprik voor bloedonderzoek

Een vingerprik, waarbij een druppel bloed wordt afgenomen, wordt gebruikt om het ijzergehalte (Hb) rond week dertig te controleren. Ook kan hiermee het bloedsuikergehalte worden gemeten om zwangerschapsdiabetes op te sporen, waarvoor een dagcurve kan worden uitgevoerd.

Bloedprikken

Bloedonderzoek, uitgevoerd met een naald uit een bloedvat in de elleboog, is niet verplicht maar kan op verschillende momenten tijdens de zwangerschap plaatsvinden. Het eerste bloedonderzoek omvat onder andere de bepaling van het ijzergehalte, de bloedgroep, de rhesusfactor en screening op infectieziekten zoals hiv, hepatitis B en syfilis. Indien de NIPT (niet-invasieve prenatale test) wordt uitgevoerd, is bloedprikken eveneens noodzakelijk. Aanvullend bloedonderzoek kan worden voorgesteld om zwangerschapssuiker of -vergiftiging uit te sluiten.

Wegen

Regelmatige weging tijdens de controles helpt de verloskundige om snelle gewichtsveranderingen te signaleren, wat kan duiden op gezondheidsproblemen.

Uitwendig onderzoek

Bij dit onderzoek voelt de zorgverlener aan de buik om de groei van de baarmoeder en de baby te beoordelen. Na 24 weken kan de fundus (hoogste punt van de baarmoeder) worden gemeten met een meetlint. Ook wordt de ligging van de baby bepaald, inclusief of het hoofdje of de billen naar beneden liggen en of de baby is ingedaald.

Inwendig onderzoek (vaginaal toucher)

Een vaginaal toucher, waarbij de zorgverlener met twee vingers in de vagina voelt, wordt gebruikt om de rijpheid van de baarmoedermond te beoordelen en de ontsluiting te meten. Dit onderzoek kan tijdens de zwangerschap worden uitgevoerd om te controleren of de bevalling is begonnen, om te strippen, of tijdens de bevalling om de voortgang van de ontsluiting en de positie van het babyhoofdje te beoordelen.

Infuus

Een infuus kan nodig zijn voor de toediening van medicatie, bloed of vocht tijdens de zwangerschap, bevalling of kraamtijd. Tijdens de bevalling wordt een infuus voornamelijk gebruikt bij een lage bloeddruk, voor pijnstilling of voor weeënopwekkers.

Cardiotocografie (CTG)

Een CTG meet de hartslag van de baby en de activiteit van de baarmoeder (weeën). Dit onderzoek, dat meestal in het ziekenhuis plaatsvindt, wordt ingezet bij medische indicaties om de conditie van de baby en het verloop van de weeën te monitoren. Twee sensoren op de buik meten de hartslag van de baby en de weeënactiviteit, die worden geregistreerd op een computer. Een CTG-onderzoek duurt minimaal dertig minuten en kan langer duren bij afwijkingen of beweging van de baby.

Grafiek van een CTG-onderzoek

De rol van de klinisch verloskundige en de gynaecoloog

De samenwerking tussen de klinisch verloskundige en de gynaecoloog is essentieel, met name in de tweede lijn van de zorg. De klinisch verloskundige begeleidt bevallingen, maar is niet zelfstandig bevoegd voor voorbehouden handelingen zoals het beoordelen van CTG's of het toedienen van medicatie zoals Syntocinon; deze handelingen worden uitgevoerd in opdracht van de gynaecoloog.

Casus: Een complexe bevalling

Een zaak voor het Centraal Tuchtcollege betrof een gynaecoloog en een klinisch verloskundige die werden beklaagd door ouders na een bevalling die eindigde in een sectio met een levenloos meisje. De vrouw was opgenomen voor de bevalling van haar tweede kind na een eerdere keizersnede, met een proefbaring en de mogelijkheid van een alsnog geplande sectio bij niet-vorderende ontsluiting. De klinisch verloskundige begeleidde de baring en na overleg met de dienstdoende gynaecoloog werd besloten tot bijstimulatie met Syntocinon. De CTG-beoordeling was variabel en lastig te interpreteren. De gynaecoloog besloot, na tweemaal de CTG te hebben beoordeeld en een vergeefse poging tot vacuümextractie, tot een sectio.

Oordeel van het Centraal Tuchtcollege

Het Centraal Tuchtcollege oordeelde dat de klinisch verloskundige haar deskundigheidsgebied verliet door voorbehouden handelingen te verrichten zonder duidelijke werkafspraken met de gynaecoloog. Er bleek onvoldoende sprake te zijn van concrete werkafspraken. Het college oordeelde dat de gynaecoloog onvoldoende regie had gevoerd en berispte hem. De klinisch verloskundige kreeg een waarschuwing omdat zij niet de verwachte zorg had verleend.

Stages en begeleiding

Tijdens een stage in de verloskunde of gynaecologie wordt een co-assistent voor het grootste deel van de stage gekoppeld aan een gynaecoloog. Dit bevordert de beeldvorming over de co-assistent en versnelt de gewenning. De co-assistent loopt mee op diverse afdelingen, waaronder de polikliniek, operatiekamer, postoperatieve zorg, het verloskundig spreekuur, het echospreekuur en bij de fertiliteitsarts. Een week wordt ingedeeld op de verloskamers, waar de begeleiding voornamelijk door 2e-lijnsverloskundigen plaatsvindt.

Begeleiding op de verloskamers

Op de verloskamers begeleidt de co-assistent patiënten die in partu zijn, met als doel één patiënt tegelijkertijd te begeleiden. Dit omvat psychische ondersteuning van patiënt en partner, het vervaardigen van CTG's en, onder supervisie, het verrichten van een vaginaal toucher na toestemming van de patiënt. Het accent ligt op observeren, met de mogelijkheid om een spontane partus, het nageboortetijdperk, de navelstrengdoorknipping en het onderzoek van de neonaat te begeleiden. Ook kan navelstrengbloed worden afgenomen. Patiënten die zich met klachten melden op de verloskamers kunnen worden onderzocht middels anamnese, CTG-vervaardiging en uitwendig zwangerenonderzoek.

Zelfstandige patiëntenzorg

Na opname wordt een verslag in het dossier gemaakt door de co-assistent. Er is gelegenheid om meerdere patiënten zelfstandig te zien, waarbij anamnese wordt afgenomen onder directe supervisie of zelfstandig, waarna de casus met de gynaecoloog wordt nabesproken. Co-assistenten kunnen assisteren bij diverse ingrepen, waarbij voorbereiding van patiënten, indicaties en ingrepen wordt aangeraden om de leerzaamheid te vergroten.

Persoonlijke zorg en geboorteplan

Elke zwangerschap en bevalling is uniek, en de zorg wordt hierop afgestemd. Vanaf het moment van een positieve zwangerschapstest tot na de bevalling en tijdens de kraamtijd wordt persoonlijke zorg geboden. Dit omvat regelmatige consulten bij de verloskundige, te beginnen met een uitgebreide intake van ongeveer een uur, waarbij ook de partner wordt uitgenodigd. Tijdens dit consult worden belangrijke onderwerpen besproken, zoals de gezondheid van de moeder en de medische geschiedenis van de ouders. Ook wordt informatie gegeven over wat te verwachten tijdens de zwangerschap, de planning van echo's en hoe de praktijk te bereiken.

Vervolgconsulten en controles

Na de intake vinden reguliere vervolgconsulten plaats, die meestal 10 tot 20 minuten duren. Hierbij worden vragen beantwoord, de bloeddruk, de groei en de harttonen van de baby gecontroleerd. Indien de zwangerschap verder gevorderd is, wordt ook de ligging van de baby gecontroleerd. Het Hb-gehalte en glucosegehalte worden op specifieke momenten bepaald, en aanvullende bloedonderzoeken vinden plaats op indicatie. De frequentie van de consulten neemt toe naarmate de zwangerschap vordert.

Begeleiding tijdens de bevalling

Wanneer de weeën beginnen, is een verloskundige aanwezig voor begeleiding. De locatie van de bevalling hangt af van de voorkeur van de moeder en de medische situatie. Ook bij een ziekenhuisbevalling blijven de verloskundigen aanwezig. Indien de situatie verandert en de zorg wordt overgedragen aan een gynaecoloog, vindt een goede overdracht plaats. Afhankelijk van het moment van overdracht blijven de verloskundigen wel of niet bij de bevalling. Om toch persoonlijke zorg te garanderen, kan de verloskundigenpraktijk een doula-service aanbieden, waarbij een ervaren doula wordt ingeschakeld.

Geboorteplan

Een geboorteplan is een document waarin de wensen van de aanstaande moeder voor de bevalling worden vastgelegd. Dit dient als leidraad voor zorgverleners. Het is echter belangrijk te beseffen dat wensen kunnen veranderen zodra de bevalling begint. De zorgverleners volgen daarom altijd het natuurlijke proces van het lichaam. Ook na de bevalling vinden regelmatige controles plaats tijdens de kraamtijd.

Echo's tijdens de zwangerschap

Gedurende de zwangerschap kunnen verschillende echo's plaatsvinden om de ontwikkeling van het kind te volgen:

  • Vitaliteitsecho: Niet verplicht en niet vergoed.
  • Termijnecho: Voor alle zwangeren.
  • 20-wekenecho: Een gedetailleerd onderzoek van de ontwikkeling van het kind.
  • Groei-echo: Om de groei van het kind te controleren.
  • Liggings-echo: Om de ligging van het kind te bepalen.

6 weken zwanger? Bekijk symptomen, informatie over de echo en je kindje en je lichaam | ikenmama.nl

tags: #opdracht #gynaecollog #aan #verloskundige