Blootstelling aan ioniserende straling heeft niet noodzakelijk en automatisch schadelijke gevolgen voor een ongeboren kind. Echter, embryo's en foetussen zijn zeer gevoelig voor ioniserende straling. Door de veelvudige celdelingen en complexe ontwikkelingsmechanismen, kan een blootstelling gezondheidseffecten veroorzaken: miskramen, aangeboren afwijkingen, een aantasting van de hersenfuncties en de inductie van kanker. Elke bestraling van ongeboren kinderen moet daarom zoveel mogelijk worden vermeden. Indien het gebruik van medische beeldvormingstechnieken met ioniserende straling bij een zwangere vrouw absoluut noodzakelijk is, dan moeten de nodige maatregelen worden genomen om de stralingsblootstelling van het ongeboren kind zoveel mogelijk te beperken.
Om het risico voor het kind te kunnen beoordelen, is het dus belangrijk om te weten op welk ogenblik van de zwangerschap de blootstelling plaatsvindt en welke stralingsdosis het kind daarbij oploopt. Bepaalde radiologische onderzoeken brengen een grotere stralingsblootstelling met zich mee voor het ongeboren kind dan andere.

Gevoeligheid van het Embryo en de Foetus voor Straling
In het algemeen geldt dat misvormingen pas optreden boven een drempeldosis van 100-200 mGy. Hogere doses straling die toegepast worden bij therapie kunnen tot foetale schade leiden.
Vroege Zwangerschap (Conceptie tot ± 2 weken)
In de beginnende zwangerschap, van conceptie tot ongeveer 2 weken, wordt vooral het risico op een abortus verhoogd wanneer het embryo wordt blootgesteld aan een dosis die een bepaalde waarde overschrijdt. In dit stadium zijn de meeste cellen van het embryo nog pluripotent en hebben ze zich nog niet gespecialiseerd tot een bepaalde embryonale weg. Een beschadigde cel kan dus eenvoudig vervangen worden en de normale ontwikkeling kan zonder problemen voortgezet worden. Deze periode staat daarom gekend als de alles-of-niets periode, maar ook in deze periode kunnen sommige blootstellingen een nadelige impact hebben op de verdere ontwikkeling van het embryo. Dat betekent dat reeds vanaf de eerste dagen na bevruchting van de eicel voorzichtigheid geboden is.
Ontwikkeling van Organen (± 2 tot 8 weken)
Na de eerste dagen en gedurende de eerste twee maanden van de zwangerschap begint de ontwikkeling van de organen. Het grootste risico van blootstelling tijdens deze fase is het ontstaan van misvormingen. Deze misvormingen kunnen leiden tot een miskraam of kunnen zich manifesteren bij de geboorte.
Gevoeligheid van het Centrale Zenuwstelsel (8-25 weken)
Gedurende de periode van 8-25 weken na conceptie is het centrale zenuwstelsel bijzonder gevoelig voor straling. Vanaf de derde maand van de zwangerschap vormt blootstelling aan ioniserende straling vooral een risico voor de ontwikkeling van de hersenen. De periode tussen de 8e en de 15e week (derde en vierde maand) is vooral kritiek. In die periode zullen de zenuwcellen zich vermenigvuldigen en hun plaats in het brein innemen.
IQ-reductie door Straling
In de periode van 8-15 weken na conceptie is de IQ-reductie bij een dosis van 1000 mGy (1 Gy) circa 30 punten. In de periode van 16-25 weken is de reductie minder.

Risico op Tumorinductie
Bij bestraling van een embryo/foetus is er een extra risico op tumorinductie (stochastisch effect). Het sterfterisico als gevolg van tumorinductie na bestraling in utero in de leeftijdscategorie van 0-15 jaar wordt geschat op 6 per Gy (0,06 per 10 mGy). Ten slotte kan een blootstelling aan ioniserende straling op om het even welk moment van de zwangerschap ertoe leiden dat het kind een verhoogd risico op het ontwikkelen van kanker heeft, en dit zowel tijdens de kindertijd als op latere leeftijd. De verhoging van het risico op kanker bestaat eveneens na de blootstelling van een volwassene.
Medische Beeldvorming en Stralingsblootstelling
Bij bepaalde types van beeldvormingsonderzoeken, onderzoeken uit de zogenaamde nucleaire geneeskunde, wordt gebruik gemaakt van radioactieve producten, die meestal langs de mond of via de aders worden toegediend. De dosis die een embryo of foetus ontvangt tijdens een gangbare diagnostische procedure blijft beperkt en vraagt daarom geen specifieke maatregelen. Uw behandelende arts of radioloog kan de nodige informatie verzamelen om u correct te informeren over de mogelijke effecten voor uw kind.
Verschillende Onderzoeken en Hun Risico's
Bepaalde radiologische onderzoeken brengen een grotere stralingsblootstelling met zich mee voor het ongeboren kind dan andere.
Onderzoeken die niet schadelijk zijn voor uw baby
- Echografie tijdens uw zwangerschap: Dit onderzoek maakt gebruik van geluidsgolven en is niet schadelijk voor uw ongeboren kind.
- MRI-scan tijdens uw zwangerschap: Een MRI-scan is doorgaans veilig. Indien een contrastmiddel nodig is, wordt dit met voorzichtigheid toegepast.
Onderzoeken die een risico kunnen zijn voor het kind
- Röntgenfoto tijdens uw zwangerschap: De hoeveelheid straling bij röntgenonderzoek is heel laag en brengt meestal geen risico's met zich mee.
- Mammografie tijdens uw zwangerschap: De stralingsdosis is laag, waardoor een mammografie mogelijk is.
- CT-scan tijdens uw zwangerschap: Een CT-scan vereist meer straling dan een röntgenfoto. De arts zal de noodzaak en mogelijke risico's bespreken, met name bij scans van het buikgebied. Een CT-scan van de buik wordt in principe nooit gedaan. Krijgt u in de eerste 3 maanden van uw zwangerschap een CT-scan? Dan gebeurt dit bijna altijd zonder contrastmiddel.
- PET-CT-scan tijdens uw zwangerschap: Dit onderzoek gebruikt een lage hoeveelheid straling. Indien nodig, kan het veilig worden aangepast met een zeer lage stralingsdosis, bij voorkeur met een wholebody PET-CT-scanner.
Diagnostische beeldvorming uitgelegd (röntgenfoto / CT-scan / echografie / MRI)
Belang van Communicatie en Voorzorgsmaatregelen
Indien u zwanger bent, vertel dit dan spontaan aan de arts die het onderzoek aanvraagt of uitvoert, ook als hij/zij er zelf niet over begint. Het FANC (Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle) tracht artsen en medisch personeel te sensibiliseren omtrent de risico's van ioniserende straling voor ongeboren kinderen. Niettemin gebeurt het nog steeds dat vruchtbare vrouwen een onderzoek met ioniserende straling ondergaan zonder dat er rekening wordt gehouden met een eventuele zwangerschap.
Als het nemen van röntgenfoto's medisch noodzakelijk blijkt (bij gebrek aan een andere techniek die geen gebruik maakt van ioniserende straling), moeten speciale voorzorgsmaatregelen worden genomen om de stralingsdosis zo veel mogelijk te beperken. Indien u de arts die het onderzoek zal uitvoeren niet persoonlijk kunt spreken, praat er dan over met de persoon aan het onthaal of met het verplegend/assisterend personeel. Zij zullen het dan doorgeven aan de arts. Indien het onderzoek niet dringend is, kan de arts beslissen om het onderzoek uit te stellen en eerst een zwangerschapstest uit te voeren. Een andere optie is om het onderzoek uit te voeren met behulp van een andere techniek, die geen blootstelling aan ioniserende straling vereist, bijvoorbeeld een echografie of MRI-scan.
Regelgeving en Dosislimieten
De regelgeving specificeert dat de bescherming van het ongeboren kind in geen geval lager mag liggen dan deze van de personen van het publiek. Hieruit volgt dat de dosis die het ongeboren kind oploopt zo laag als redelijkerwijze mogelijk moet zijn en gedurende de totale duur van de zwangerschap zeker beneden 1 millisievert (mSv) moet blijven.
Volgens de Decree on Basic Safety Standards Radiation Protection mag de effectieve dosis ontvangen door elke werknemer als gevolg van zijn werk niet meer dan 1 mSv per jaar bedragen. De sterkste radioactieve bron die tijdens een laboratoriumcursus wordt gehanteerd, bevat ongeveer 150 MBq 60Co. De bronconstante van dit radionuclide is Γ = 0.36 μSv h-1 MBq-1 m2. De werktafstand tijdens het experiment is 1 meter of meer, en de hanteringstijd is 2 uur of minder. Omdat dit een sterk gekollimeerde bron is, is de bovengenoemde berekening alleen van toepassing op een persoon die wordt blootgesteld aan de directe bundel. Door opzij te stappen, kan de dosis gemakkelijk met verschillende ordes van grootte verder worden gereduceerd.
De gemiddelde effectieve dosis ontvangen door een patiënt bij een intra-orale röntgenfoto bedraagt hoogstens enkele μSv. Deze dosis kan bijna volledig worden toegeschreven aan directe bestraling van een of meer van de zes speekselklieren - met een weegfactor wsalivary = 0.01 - en omdat de schildklier - met een weegfactor wthyroid = 0.04 - wordt blootgesteld aan röntgenstraling die verstrooid wordt vanuit de kaak. De afstand tussen baarmoeder en kaak is meer dan 10 keer groter dan de afstand tussen schildklier en kaak. Volgens de kwadratische wet is de equivalente dosis voor de baarmoeder en dus de effectieve dosis voor het ongeboren kind meer dan 10^2 = 100 keer kleiner dan de schildklierdosis van de moeder. Met andere woorden: de effectieve dosis van het ongeboren kind is veel minder dan 1 μSv per röntgenfoto.
De natuurlijke achtergrondstraling varieert in tijd (wisselende zonneactiviteit), locatie (variërende bodemgesteldheid) en hoogte. De dosis Snelheid op een hoogte van 1500 m is bijvoorbeeld 60 nSv/h vergeleken met 30 nSv/h op zeeniveau.

Risico's Gerelateerd aan Werkzaamheden
Chemische stoffen en ioniserende straling kunnen schadelijk zijn voor een ongeboren baby. Daarom is het advies om hier niet mee te werken als je zwanger bent, zwanger probeert te worden of borstvoeding geeft. Het gaat bijvoorbeeld om bestrijdingsmiddelen, zware metalen, weekmakers en chemische stoffen die het DNA kunnen veranderen of kankerverwekkend zijn.
Werk je in een laboratorium? Of kom je vaak in aanraking met chemische stoffen of straling? Dan is het goed om met je bedrijfsarts te bespreken dat je zwanger bent of wilt worden. Die kan je advies geven over je werk. Lees meer over de risico's van schadelijke stoffen, infecties of straling.
Werk je met straling of radioactief materiaal? Neem dan - liefst al vóór je stopt met anticonceptie - contact op met je bedrijfsarts of de arbodienst en/of je werkgever om op tijd maatregelen te nemen. Wat je met de bedrijfsarts bespreekt valt onder medisch geheim. Dat betekent dat de bedrijfsarts dat niet mag bespreken met je werkgever. Het mag wel als jij daar toestemming voor geeft. Het advies van de bedrijfsarts kun je zo nodig bespreken met je werkgever. Heb je geen bedrijfsarts of arbodienst? Ga dan naar de huisarts of verloskundige.
Mensen die voor hun werk veel vliegreizen maken (bijvoorbeeld personeel van luchtvaartmaatschappijen) krijgen een grotere hoeveelheid radioactieve straling.
Belangrijke Informatie voor Zwangere Vrouwen
Als je zwanger bent of zou kunnen zijn, vermijd dan straling. Tijdens je zwangerschap probeer je straling best zo veel mogelijk te vermijden. Bij sommige medische onderzoeken zoals radiografieën en CT-scans wordt radioactieve straling gebruikt. Artsen wegen de voordelen van zulke onderzoeken altijd af tegen de mogelijke gevolgen van de straling, zeker bij baby's en kinderen. Die doelgroep is veel gevoeliger voor de gevolgen van straling dan volwassenen.
Vertel dat dan spontaan aan de arts of verpleegkundige vóór je een medisch onderzoek ondergaat waarbij gebruik gemaakt wordt van ioniserende straling, ook als je niet zeker bent dat je zwanger bent. Het FANC wil het grote publiek - en dan specifiek vrouwen - bewust maken van de problematiek van blootstelling aan ioniserende straling tijdens de zwangerschap.
Moet je een medisch (beeldvormend) onderzoek ondergaan, zeg dan altijd dat je zwanger bent. Houd daar rekening mee als je moet afspreken voor bijvoorbeeld röntgenfoto's in het ziekenhuis of bij de tandarts. Ben je al zwanger? Zeg dat dan tegen je arts of tandarts.
tags: #radioactieve #straling #en #zwangerschap