Abortuswetgeving en richtlijnen in Nederland

Inleiding tot de abortuswetgeving

Het CDA staat achter de huidige abortuswetgeving, wat betekent dat de partij van mening is dat de Abortuswet ongewijzigd zou moeten blijven. Er bestaan in de samenleving verschillende visies op abortus, die soms met elkaar in conflict komen. Hierdoor wordt abortus door het CDA niet beschouwd als een gewone medische handeling, maar als een ethisch vraagstuk waarbij recht gedaan moet worden aan beide perspectieven.

De Abortuswet is ontworpen om een evenwicht te vinden tussen enerzijds de waarde van de zelfbeschikking van de vrouw en anderzijds de waarde van de beschermwaardigheid van het ongeboren menselijk leven. Dit evenwicht werd gerealiseerd in de Abortuswet die begin jaren '80 werd ingevoerd door CDA-minister Job de Ruiter en VVD-minister Ginjaar. Abortus bleef onderdeel van het Wetboek van Strafrecht, maar werd tegelijkertijd gereguleerd via zorgvuldigheidseisen. Dit heeft ertoe geleid dat abortus niet strafbaar is, mits deze zorgvuldig wordt uitgevoerd.

schematische weergave van de abortuswetgeving in Nederland

Abortus in de praktijk volgens het CDA

Vanuit het perspectief van het CDA betekent de huidige wetgeving dat de beslissing over een abortus bij de vrouw zelf ligt, in overleg met haar arts, zolang voldaan wordt aan de wettelijke zorgvuldigheidseisen. Dit houdt in dat de vrouw de beslissing vrijwillig moet nemen, zonder druk van haar omgeving, en dat de abortus alleen mag worden uitgevoerd door een bevoegde arts. Omdat de beslissing bij de vrouw ligt, hoeft zij zich wat het CDA betreft nooit te verantwoorden over de reden van de abortus. Moties die verzoeken om redenen voor abortus te registreren, worden daarom door het CDA afgewezen.

Het CDA uit echter wel zorgen over het te grote aantal abortussen bij vrouwen die al eerder een abortus hebben ondergaan, ook wel herhaalde abortussen genoemd. Om deze reden heeft het CDA in het verleden maatregelen getroffen, zoals het gratis aanbieden van langdurige anticonceptie aan kwetsbare vrouwen die een abortus hebben ondergaan.

Recente en voorgestelde wijzigingen van de Abortuswet

In de afgelopen jaren zijn er diverse voorstellen gedaan om de Abortuswet te wijzigen. Het CDA beoordeelt elk voorstel kritisch om te bepalen of het de oorspronkelijke bedoeling van de wet - het bewaren van het evenwicht tussen de keuzevrijheid van de vrouw en de beschermwaardigheid van het ongeboren leven - in stand houdt. Om deze reden heeft het CDA tegen het afschaffen van de wettelijk verplichte beraadtermijn gestemd en is het tegen het verwijderen van abortus uit het Wetboek van Strafrecht.

Tegelijkertijd benadrukt het CDA dat goede abortuszorg voor iedere vrouw beschikbaar en bereikbaar moet zijn.

De Wet Afbreking Zwangerschap (Wafz)

Het recht op abortus in Nederland is geregeld in de Wet Afbreking Zwangerschap (Wafz), die in 1984 van kracht werd. Alleen abortusklinieken en ziekenhuizen mogen een vergunning aanvragen voor het uitvoeren van abortussen en werken volgens specifieke richtlijnen om de veiligheid en kwaliteit van de zorg te waarborgen.

De organisatie Rutgers stelt dat abortuszorg geen plaats heeft in het strafrecht, maar beschouwd moet worden als medisch noodzakelijke zorg. De huidige wetgeving, die stelt dat het uitvoeren van een abortus zonder vergunning strafbaar is, wordt door hen bekritiseerd omdat het abortuszorg zou criminaliseren. Het uitgangspunt is dat iedereen met een ongewenste zwangerschap toegang moet hebben tot veilige en goede abortuszorg.

illustratie van een abortuskliniek in Nederland

Afschaffing van de verplichte beraadtermijn en beschikbaarheid van de abortuspil

Sinds 1 januari 2023 is de verplichte beraadtermijn van 5 dagen bij een abortus afgeschaft. Deze bedenktijd werd als betuttelend, rigide, belastend en ongewenst voor vrouwen ervaren. De meeste vrouwen nemen hun beslissing om de zwangerschap af te breken al voordat ze de kliniek of arts bezoeken. Indien een vrouw nog twijfelt, kan in overleg met de arts de benodigde tijd voor een weloverwogen beslissing worden bepaald.

Daarnaast is in 2022 een wetsvoorstel aangenomen om de abortuspil bij de huisarts beschikbaar te maken. Vanaf 1 januari 2025 mogen huisartsen, naast abortusklinieken, de abortuspil voorschrijven. De abortuspil is medicatie waarmee een zwangerschap tot 9 weken kan worden afgebroken en wordt als veilig en effectief beschouwd.

Medische aspecten en wettelijke kaders van abortus

Abortus provocatus, ook wel abortus genoemd, is het opzettelijk afbreken van een zwangerschap. Sinds 1984 mag abortus in Nederland worden uitgevoerd tot 24 weken zwangerschap. Jaarlijks vinden er ongeveer 30.000 abortussen plaats.

Er is een lange discussie geweest voorafgaand aan de legalisering van abortus in Nederland, en ook nu nog bestaan er grote meningsverschillen over dit onderwerp. Er zijn verschillende methoden om een zwangerschap af te breken, en vrouwen kiezen om uiteenlopende redenen voor abortus. De maatschappij wordt opgeroepen om oog te hebben voor de nood van deze vrouwen.

In Nederland is abortus in principe strafbaar, tenzij aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, zoals vastgelegd in de Wet afbreking zwangerschap (Waz). De abortus wordt uitgevoerd door een arts in een ziekenhuis of kliniek met een speciale vergunning. Sinds 1 januari 2023 is er geen verplichte bedenktijd meer, waardoor een abortus direct kan worden uitgevoerd. Dit kan via de huisarts (waar de abortuspil sinds 1 juli 2024 verkrijgbaar is) of via een abortuskliniek.

Hoewel de wet strikte voorwaarden stelt, oordeelt in de praktijk de vrouw zelf of er sprake is van een onontkoombare noodsituatie en of zij voldoende rekening houdt met haar verantwoordelijkheid voor het ongeboren leven. In feite wordt abortus om elke gewenste reden uitgevoerd, waarbij de arts geen oordeel velt. Tot 24 weken zwangerschap maakt het niet uit of er een sociale of medische reden is voor de abortuswens.

Bij zeer ernstige afwijkingen is het mogelijk om na 24 weken zwangerschap een abortus te ondergaan, wat valt onder de speciale regeling ‘Late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen’.

Evaluaties van de abortuswet

Wetten worden periodiek geëvalueerd om te beoordelen of ze nog goed functioneren en het beoogde doel bereiken. De Wet afbreking zwangerschap is sinds de invoering in 1984 twee keer geëvalueerd: in 2005 en 2020. De belangrijkste conclusie van de evaluaties is dat de wet in het algemeen goed wordt nageleefd en dat er voldoende toezicht is op de naleving ervan.

Methoden van zwangerschapsafbreking

Er zijn verschillende manieren om een zwangerschap af te breken:

  • Abortuspil: Tot 9 weken zwangerschap kan de vrouw kiezen voor de abortuspil. Deze bestaat uit meerdere tabletten. De eerste tablet blokkeert de werking van progesteron, wat de zwangerschap stopt. Enkele dagen later brengt de vrouw vier tabletten vaginaal in, wat samentrekkingen van de baarmoeder veroorzaakt.
  • Zuigcurettage: Tot 13 weken zwangerschap is dit een gebruikelijke behandeling.
  • Abortustang: Vanaf 13 tot 24 weken wordt het ongeboren kind met een abortustang verwijderd.
  • Opwekken van de bevalling: Vanaf 13 tot 24 weken kan een bevalling ook worden opgewekt met prostaglandinen.
infographic met de verschillende methoden van abortus

Levensvatbaarheid en abortusgrenzen

Hoewel er uiteenlopende meningen bestaan over het moment waarop een ongeborene mensenrechten verkrijgt, is het biologische startpunt van menselijk leven de bevruchting. Abortus mag in Nederland plaatsvinden tot het moment dat het kind levensvatbaar is. In 1984 werd de grens gesteld op 24 weken zwangerschap, omdat destijds kinderen vanaf 26 weken konden overleven. Tegenwoordig kunnen kinderen al vanaf 24 weken behandeld worden, maar de abortusgrens is niet verlaagd.

Rond 24 weken zwangerschap kan de vrouw het kindje al voelen bewegen. Nederland is het enige land binnen de Europese Unie waar abortus tot deze termijn is toegestaan. Uit onderzoek uit 2020 bleek dat 47% van de Nederlanders niet weet tot hoeveel weken abortus is toegestaan, en slechts 14% gaf het correcte antwoord (12 weken was het meest gegeven antwoord).

De meningen over het verlagen van de abortusgrens zijn verdeeld: 37% van de ondervraagden vindt dat de grens verlaagd moet worden, tegenover 22% die dit niet vindt.

Redenen voor abortus

Ongeveer 7% van de vrouwen kiest voor abortus vanwege een medische reden, zoals een erfelijke ziekte of chromosoomafwijking van het ongeboren kind. De meeste vrouwen hebben echter een zogenaamde sociale reden. In evaluaties van de abortuswet werd naar deze redenen gevraagd. De gegevens uit 2005 (255 deelneemsters) worden als betrouwbaarder beschouwd dan die uit 2020 (55 deelneemsters). Vaak gaven vrouwen meerdere redenen op voor hun abortuswens. Ongewenst seksueel contact (verkrachting) werd in 2005 door minder dan 10% en in 2020 door geen enkele vrouw genoemd als reden.

Vrouwen die een abortus ondergaan, hebben drie keer vaker dan gemiddeld een psychische stoornis (gehad), zoals depressie, angststoornissen en drugsverslaving.

Medische redenen voor abortus

Er zijn twee interpretaties van een medische reden voor abortus:

  1. Aandoening bij het ongeboren kind: Dit kan levensbedreigend zijn, maar dat hoeft niet. Vanuit het perspectief van de NPV is een aandoening geen gerechtvaardigde reden voor abortus, omdat ieder leven kostbaar is, ongeacht gezondheid of beperking.
  2. Bedreiging van de gezondheid van de moeder: In zeldzame gevallen kan een zwangerschap het leven van de moeder bedreigen, bijvoorbeeld bij een ernstige vorm van zwangerschapsvergiftiging (HELLP-syndroom). Dit leidt tot een moeilijk dilemma waarbij gekozen moet worden tussen het redden van het leven van de moeder en het voortzetten van de zwangerschap.

Gevolgen van abortus

Een abortus kan zowel lichamelijke als emotionele/psychische gevolgen hebben voor vrouwen. Vrouwen bij wie de baarmoederhals is opgerekt en zuigcurettage is toegepast, hebben een verhoogde kans op vroeggeboorte bij een volgende zwangerschap. Dit geldt voor zuigcurettages voor 13 weken zwangerschap of instrumentele abortussen na 13 weken.

Direct na de abortus ervaren veel vrouwen opluchting, maar ook negatieve reacties zoals depressiviteit, schuldgevoelens, angst, verdriet en spijt komen voor. Een vrouw kan tegelijkertijd positieve en negatieve emoties ervaren. Onderzoek toont aan dat 58% van de vrouwen en 37% van de mannen negatieve gevolgen ervaart na een abortus, voornamelijk tijdelijke lichamelijke en emotionele klachten. Bijna één op de vijf vrouwen meldt blijvende emotionele klachten, en 16% is achteraf niet tevreden met de keuze voor abortus.

Onderzoek naar de vraag of abortus een psychische aandoening kan veroorzaken, levert tegenstrijdige resultaten op. Sommige studies vinden geen verband, terwijl andere wel een verband aantonen, vaak met methodologische problemen. Vrouwen die een abortus ondergaan, hadden vaker al psychische problemen vóór de ingreep.

De ervaring van spijt na abortus is ook niet eenduidig. Sommige onderzoeken suggereren dat de meeste vrouwen na vijf jaar geen spijt meer hebben, terwijl ander onderzoek aangeeft dat spijt kan voorkomen en soms pas na vijf jaar ontstaat.

grafiek met cijfers over abortus in 2022

Christelijke perspectieven op abortus

Vanuit een christelijk perspectief wordt benadrukt dat God het leven geeft en neemt, en dat het leven kostbaar is, ook het ongeboren leven. Bijbelgedeelten zoals Psalm 139 en Jeremia 1:5 worden aangehaald om te illustreren dat God ieder mens kent vanaf de vorming in de baarmoeder. Het is daarom belangrijk om het leven kostbaar te achten en ervoor te zorgen.

Tegelijkertijd wordt erkend dat veel vrouwen niet zomaar voor een abortus kiezen en te maken kunnen hebben met moeilijke omstandigheden, een verdrietige voorgeschiedenis, of seksueel geweld. De maatschappij wordt opgeroepen om onbedoeld zwangere vrouwen zoveel mogelijk te helpen.

De vraag of abortus de beste oplossing is voor sociale problemen wordt gesteld, en er wordt gepleit voor alternatieve manieren om moeders en kinderen te helpen, zodat het kind toch geboren kan worden.

Alternatieven voor abortus en informatievoorziening

De NPV (Nederlandse Patiëntenvereniging) vindt dat iedere vrouw de alternatieven voor abortus zou moeten kennen en overwegen. Zij is een partner in het Platform Zorg voor Leven. Organisaties bieden hulp bij ongewenste zwangerschappen, ook wanneer er afwijkingen bij het kind zijn vastgesteld.

Voor vrouwen die geconfronteerd worden met de optie van abortus vanwege ernstige afwijkingen bij het kind, medische risico's voor de moeder, of wanneer het kind niet levensvatbaar wordt geacht, zijn er gesprekken en ondersteuning beschikbaar.

Om negatieve gevolgen na een abortus te voorkomen, is goede voorlichting essentieel. Het bespreken van alternatieven voor abortus is een wettelijke eis, maar slechts 42% van de abortusartsen doet dit ‘meestal of altijd’.

Cijfers en beleidsontwikkelingen

Uit de jaarcijfers over 2024 van de Wet afbreking zwangerschap (Wafz) blijkt dat er in totaal 39.438 abortussen werden uitgevoerd, wat een lichte stijging is ten opzichte van het jaar ervoor. Het aantal blijft hoger dan de circa 30.000 abortussen die tot 2022 gebruikelijk waren. De NPV pleit daarom voor onderzoek naar de redenen voor dit hoge aantal abortussen.

Er is een initiatiefnota van D66 die oproept tot betere toegang tot abortus in het buitenland, met de stelling dat ‘toegang tot abortus een mensenrecht’ is.

Sinds 1 november 2024 is de verplichte scholing ‘Onbedoelde Zwangerschap in de huisartsenpraktijk’ beschikbaar, bestaande uit drie modules: Keuzehulp, Medicamenteuze abortus en Nazorg. Deze e-learning is geaccrediteerd en gebaseerd op de Leidraad huisartsenzorg bij onbedoelde zwangerschap.

Juridische en praktische aspecten van abortus

Sinds 1984 is de Wet Afbreking Zwangerschap van kracht, die de abortushulpverlening in Nederland regelt. Een zwangere vrouw kan ervoor kiezen haar zwangerschap af te breken. Sinds 1 januari 2023 geldt een flexibele bedenktijd, waarbij de vrouw in overleg met de abortusarts bepaalt hoeveel bedenktijd nodig is voor een weloverwogen besluit. Altijd vindt er eerst een gesprek plaats met een arts, de eigen huisarts of een arts van een abortuskliniek.

De wettelijke termijn voor abortus is gesteld op 24 weken, maar artsen houden in de praktijk vaak een termijn van 22 weken aan, omdat de duur van de zwangerschap tot op twee weken nauwkeurig kan worden bepaald.

De wet is geëvalueerd in 2005 en opnieuw in 2018 (evaluatie vanaf 2005) om de werking in de praktijk, de toekomstbestendigheid, nazorg, informatievoorziening en keuzehulpverlening te onderzoeken.

Abortus bij minderjarigen

Wanneer een meisje onder de 16 jaar zwanger is, is voor een abortus toestemming van de ouder(s) of voogd vereist. Indien deze toestemming niet wordt verkregen, kan de jonge vrouw direct naar de huisarts of abortuskliniek gaan. De arts beoordeelt dan of de minderjarige de gevolgen van haar keuze begrijpt. Indien dit het geval is, kan de abortusbehandeling toch plaatsvinden zonder toestemming.

Vergoeding van abortuskosten

Een abortusbehandeling wordt vergoed vanuit de Kaderwet VWS-subsidies, wat betekent dat vrouwen die in Nederland wonen, zelf niets hoeven te betalen. Een abortusbehandeling in het ziekenhuis, uitsluitend op medische indicatie, wordt vergoed door de zorgverzekeraar. Dit kan gevolgen hebben in gevallen waarbij de abortus geheim moet worden gehouden. Voor vrouwen die in het buitenland wonen, worden de kosten niet vergoed door de Nederlandse verzekeraar.

tags: #richtlijnen #draagmoederschap #abortus