Gebruik van de Vacuümpomp en Verlostang bij Bevalling

Tijdens de bevalling kunnen er situaties ontstaan waarin extra hulp nodig is om de baby veilig ter wereld te brengen. De vacuümpomp en de verlostang zijn medische hulpmiddelen die in dergelijke gevallen door een gynaecoloog ingezet kunnen worden. Deze interventies worden ook wel kunstverlossingen genoemd en vinden altijd plaats in een ziekenhuisomgeving.

Wanneer wordt een Vacuümpomp of Verlostang Gebruikt?

De beslissing om een vacuümpomp of verlostang te gebruiken, wordt genomen wanneer de bevalling op eigen kracht van de moeder of baby niet verder kan vorderen, of wanneer er snel gehandeld moet worden omwille van bijvoorbeeld zuurstoftekort bij de baby. Dit gebeurt doorgaans tijdens de uitdrijvingsfase, ook wel de persfase genoemd, wanneer er problemen ontstaan tijdens het persen.

Problemen tijdens het Persen

Voordat er tot een kunstverlossing wordt besloten, heeft de moeder meestal al een periode geperst. Er zijn verschillende redenen waarom deze hulpmiddelen ingezet kunnen worden:

  • Zuurstoftekort bij de baby: Dit wordt vastgesteld aan de hand van de hartslag van de baby. Een te langzame of te snelle hartslag kan duiden op onvoldoende zuurstoftoevoer, wat een snelle geboorte noodzakelijk maakt.
  • Niet-vorderende uitdrijving: Dit is het geval wanneer de moeder al lange tijd perst, maar het hoofdje van de baby nog niet significant verder is gekomen.

Factoren die de Beslissing Beïnvloeden

Het tijdstip van ingrijpen kan variëren en hangt af van de aanwezige arts of verloskundige, de conditie van de baby en de voortgang van de bevalling. Soms wordt er na 45 minuten tot een uur tevergeefs persen al besloten tot een interventie, terwijl in andere gevallen wordt gewacht zolang de toestand van de baby goed is. Ook een liggingsafwijking van de baby kan een reden zijn om een hulpmiddel te gebruiken, omdat dit de omvang van het hoofd kan vergroten en de uitdrijving bemoeilijkt.

Illustratie van een babyhoofdje met een vacuümcup erop geplaatst

De Voorbereiding op een Kunstverlossing

Een bevalling met een vacuümpomp of verlostang vindt uitsluitend plaats in het ziekenhuis en wordt uitgevoerd door een gynaecoloog. Indien de bevalling thuis al is begonnen en een ingreep noodzakelijk blijkt, zal de moeder naar het ziekenhuis worden getransporteerd.

Voorafgaand aan de procedure wordt het bed aangepast om de gynaecoloog optimale werkomstandigheden te bieden. Vaak is een episiotomie (inknippen) nodig, waarvoor een plaatselijke verdoving wordt toegediend.

De Ingreep met de Vacuümpomp (Vacuümextractie)

Bij een vacuümextractie wordt via de vagina een kapje (zuignap) op het hoofdje van de baby geplaatst. Dit kapje kan gemaakt zijn van metaal of zacht plastic. Een metalen kapje wordt gebruikt als het hoofdje van de baby nog hoog in het geboortekanaal zit, terwijl een zachtere variant geschikt is wanneer het hoofdje al lager is gelegen.

Het plaatsen van het kapje kan pijnlijk zijn. Het advies is om zo rustig en ontspannen mogelijk te blijven en ademhalingstechnieken toe te passen. Aan het kapje is een slang bevestigd die verbonden is met de pomp. Door lucht uit het kapje te zuigen, ontstaat een vacuüm waardoor het kapje zich aan het hoofdje van de baby hecht.

Tijdens elke perswee trekt de gynaecoloog aan een kettinkje dat aan het kapje vastzit, om de baby uit het geboortekanaal te begeleiden terwijl de moeder perst. Gemiddeld zijn er ongeveer drie krachtige weeën nodig om de baby op deze manier geboren te laten worden. Het is essentieel dat de moeder actief meeprest.

Diagram dat de werking van een vacuümpomp tijdens de bevalling toont

Verschillende Soorten Vacuümpompen

Er bestaan verschillende soorten vacuümpompen, elk met specifieke toepassingen:

  • Flexibele vacuümpomp: Vaak gemaakt van siliconen, bedoeld om het risico op schedeltrauma bij de baby te minimaliseren.
  • Rigide vacuümpomp: Meestal van metaal, biedt een betere grip voor situaties die meer trekkracht vereisen.
  • Elektrische vacuümpomp: Maakt nauwkeurige regeling van de zuigkracht mogelijk, een moderne optie voor moeilijke bevallingen.
  • Handpomp vacuümextractor (bv. "Kiwi"): Een modernere variant waarbij de zuigkracht handmatig wordt geregeld.

De keuze voor een specifiek type is afhankelijk van de klinische omstandigheden, de voorkeur van de arts en de ervaring van de gynaecoloog.

De Ingreep met de Verlostang (Tangverlossing)

Een verlostang bestaat uit twee grote metalen lepels die aan weerszijden om het hoofdje van de baby passen. De lepels worden één voor één in de vagina ingebracht en om het hoofdje gelegd, waarna de uiteinden aan elkaar worden bevestigd.

Tijdens de weeën trekt de gynaecoloog voorzichtig aan de tang om de baby door het geboortekanaal te helpen, terwijl de moeder actief meeprest. Net als bij het plaatsen van de vacuümcup kan het inbrengen van de lepels pijnlijk zijn. Rust en ontspanning zijn ook hier belangrijk.

Tegenwoordig worden tangverlossingen nog maar zelden uitgevoerd; de voorkeur gaat bij veel gynaecologen uit naar de vacuümpomp.

Illustratie van een verlostang

Mogelijke Gevolgen voor de Baby

Zowel de vacuümpomp als de verlostang kunnen tijdelijke, zichtbare sporen achterlaten op de baby:

  • Na vacuümextractie: Een bult op het hoofd, waar het kapje heeft gezeten, met daaromheen een rode striem. Soms is de huid op deze plekken licht beschadigd.
  • Na tangverlossing: Rode plekken of bloeduitstortingen aan de zijkanten van het hoofdje. Het hoofdje kan de eerste dagen enigszins vervormd zijn door het uitrekken.

Deze gevolgen zijn doorgaans tijdelijk en trekken binnen enkele dagen vanzelf weg. Naast deze zichtbare effecten zijn er zelden significante lichamelijke of geestelijke gevolgen voor de baby. Wel kan de baby de eerste dagen last hebben van misselijkheid of hoofdpijn, wat ook vanzelf overgaat.

Mogelijke Gevolgen voor de Moeder

Een vaginale kunstverlossing kan zwaar zijn voor de moeder. Mogelijke gevolgen kunnen zijn:

  • Schade aan de bekkenbodem en bloeduitstortingen.
  • Een episiotomie (inknippen) kan nodig zijn. Het risico op scheuren van het perineum is bij een tangverlossing hoger dan bij een vacuümextractie of een normale bevalling.
  • In zeldzame gevallen kan een totaalruptuur optreden, waarbij de kringspier van de anus scheurt. Dit wordt meestal onder ruggenprik of narcose gehecht.

Na een kunstverlossing kan de moeder pijn ervaren. Het is belangrijk om de emotionele impact van de bevalling te bespreken met de partner, familie of zorgverleners. Een nacontrole, vaak via een vragenlijst, helpt bij het verwerken en bespreken van de ervaring.

Verschillen tussen Vacuümpomp en Verlostang

Hoewel beide hulpmiddelen bedoeld zijn om de bevalling te ondersteunen, verschillen ze in hun toepassing en instrumentarium:

  • Vacuümpomp: Gebruikt een zuignap die zich aan het hoofd van de baby hecht door middel van onderdruk. Tractie wordt uitgeoefend via een ketting of draad.
  • Verlostang: Bestaat uit twee metalen lepels die om het hoofd van de baby worden geplaatst. De gynaecoloog trekt aan de stelen van de lepels.

De keuze tussen de twee instrumenten hangt af van factoren zoals de ligging van het kind, de indaling van het hoofdje, en de voorkeur en ervaring van de gynaecoloog. Het is raadzaam om tijdens zwangerschapscursussen of prenatale consultaties informatie in te winnen over deze extractie-instrumenten en deze eventueel op te nemen in het geboorteplan.

Delivery with Forceps

Nazorg en Herstel

Na een vaginale kunstverlossing kan de baby soms op de couveuseafdeling terechtkomen als extra zorg nodig is. De baby kan een blauwe, iets dikkere schedel hebben of een afdruk van de tang. Ook kan de huid geel worden. Hoofdpijn en misselijkheid bij de baby zijn eveneens mogelijke, tijdelijke klachten.

Voor de moeder wordt geadviseerd om de eerste periode rust te houden. Fietsen, autorijden en reizen met het openbaar vervoer worden afgeraden. Het is belangrijk om te praten over de bevallingservaring om het verwerkingsproces te ondersteunen.

tags: #zuig #plopper #bij #bevalling