Een normale zwangerschap duurt gemiddeld 40 weken. Een periode tussen 37 en 42 weken wordt als een normale draagtermijn beschouwd. Een vroeggeboorte treedt op wanneer de bevalling plaatsvindt vóór de 37e zwangerschapsweek. Hoewel de baby dan al volledig is aangelegd, zijn met name de longen en hersenen nog onvoldoende ontwikkeld. Een te vroeg geboren baby heeft daarom vaak extra medische zorg nodig. Hoe vroeger de bevalling, hoe groter de kans op noodzakelijke intensieve zorg.
Momenteel ligt de grens voor levensvatbaarheid rond 24/25 weken zwangerschap. Als de zwangerschap korter is dan 24 weken, wordt meestal geen behandeling gestart bij een dreigende vroeggeboorte.

Wat is een dreigende vroeggeboorte?
Een dreigende vroeggeboorte is een situatie waarin er tekenen zijn dat de baby te vroeg geboren zou kunnen worden, vóór de 37e zwangerschapsweek. Dit kan zich uiten door vroegtijdige weeën en/of het vroegtijdig breken van de vliezen.
Vroegtijdige weeën
Weeën zijn pijnlijke samentrekkingen (contracties) van de baarmoeder die leiden tot ontsluiting van de baarmoedermond en uiteindelijk tot de geboorte van de baby. Als weeën vóór de 37e zwangerschapsweek optreden, spreken we van vroegtijdige weeën. Het is echter niet altijd zo dat vroegtijdige weeën daadwerkelijk tot een vroeggeboorte leiden. Dankzij behandeling met rust en medicijnen kan de zwangerschap enkele dagen tot enkele weken worden verlengd. Op zich verschillen vroegtijdige weeën niet van ’echte’ weeën rond de uitgerekende datum. Vaak zijn echte weeën pijnlijk en regelmatig, maar ook vroegtijdige weeën kunnen dit zijn.
De oorzaak van vroegtijdige weeën is in de meeste gevallen niet te achterhalen. Soms begint een voortijdige bevalling met het breken van de vliezen.
Premature Rupture of the Membranes (PROM)
Het vroegtijdig breken van de vliezen vóór de 37e zwangerschapsweek wordt vaak kortweg PROM genoemd, de afkorting van de Engelse benaming (Premature Rupture of the Membranes). Om het vermoeden van een PROM te bevestigen, voert de zorgverlener een test uit. Dit gebeurt met een wattenstokje dat vaginale afscheiding afneemt. Het laboratorium beoordeelt vervolgens of het vruchtwater is.
In tegenstelling tot wat sommigen denken, hoeft een vrouw na het voortijdig breken van de vliezen niet binnen 24 uur te bevallen, zeker niet als de zwangerschapsduur nog jong is. Een oorzaak voor het ontstaan van een PROM kan een infectie van de vliezen of in de vagina zijn. Ook vaginale bloedingen kunnen een PROM veroorzaken. Een vruchtwaterpunctie vroeg in de zwangerschap of andere medische ingrepen, zoals een operatie rond de baarmoedermond, zijn ook mogelijke oorzaken.

Onderzoek bij dreigende vroeggeboorte
Bij vroegtijdige weeën of het vermoeden van gebroken vliezen, doet de zorgverlener onderzoek om te beoordelen of er werkelijk sprake is van een dreigende vroeggeboorte. Dit kan bestaan uit:
Inwendig onderzoek
Om te beoordelen of er al ontsluiting is, verricht de zorgverlener veelal een inwendig onderzoek (vaginaal toucher of vaginale echo). Hierbij voelt de zorgverlener of de baarmoedermond al geopend is. Bij 10 centimeter ontsluiting kan een kind van 40 weken geboren worden, maar bij een vroeggeboorte hoeft er niet altijd 10 centimeter ontsluiting te zijn.
Cervixmeting
Bij vroegtijdige weeën wordt vrijwel altijd een cervix- of baarmoedermondmeting uitgevoerd. Hierbij kan de arts vaststellen hoe lang de cervix nog is. Bij vroegtijdige weeën die tot ontsluiting leiden, wordt de cervix namelijk korter. De cervixmeting gebeurt via een inwendige echo.
Laboratoriumonderzoek
Er kan bloed worden afgenomen om te controleren of de infectiewaarden verhoogd zijn. Daarnaast neemt de verpleegkundige met een wattenstokje een kweek af van de baarmoedermond en/of de ingang van de schede (een vaginakweek) om eventuele infecties op te sporen. Bij een PROM wordt dit elke week herhaald. Ook wordt urineonderzoek afgenomen.
Cardiotocogram (CTG)
Door middel van een cardiotocogram (CTG) wordt de conditie van de baby in de gaten gehouden en kunnen eventuele weeën worden geregistreerd. Een CTG is een registratie van de hartslag van de baby en de weeënactiviteit.
Bedieningsvideo van de COMEN C22 foetale monitor
Behandeling bij dreigende vroeggeboorte
De behandeling van een dreigende vroeggeboorte is gericht op het zo lang mogelijk rekken van de zwangerschap om de baby de kans te geven zich verder te ontwikkelen.
Bedrust
(Bed)rust is belangrijk in de behandeling van vroegtijdige weeën en dreigende vroeggeboorte. Rust is nodig om de baarmoeder zo min mogelijk te prikkelen. In de meeste gevallen mag u wel voor douche en toilet uit bed. Als in de loop van de opname blijkt dat de weeën afnemen, mag u meer bewegen. Echter, als er sprake is van ontsluiting of gebroken vliezen, is het niet altijd toegestaan om uit bed te gaan, afhankelijk van de ligging van de baby in de baarmoeder.
Medicatie
De zorgverlener kan medicijnen voorschrijven om de weeën te remmen (weeënremmers) en om de samentrekkingen van de baarmoeder te bestrijden. Het effect van de weeënremmers is sterk afhankelijk van de persoonlijke situatie. Er zijn verschillende soorten weeënremmende medicijnen:
- Tractocile®: Dit wordt in de meeste gevallen via een infuus toegediend bij pijnlijke en regelmatige weeën.
- Indocid® (zetpil): Dit is een pijnstiller die ook weeën remt en kan worden gebruikt naast Tractocile®. Het werkt optimaal na ongeveer twee uur. Mogelijke bijwerkingen zijn slaperigheid of misselijkheid.
- Calciumblokkers (zoals Nifedipine/Adalat®): Deze medicijnen geven vergelijkbare klachten als bètamimetica, maar in mindere mate, en hebben geen effect op de suikerstofwisseling.
- Indometacine: Dit medicijn kan maag- en darmklachten en duizeligheid veroorzaken bij de moeder en heeft potentieel ernstige ongewenste effecten op de baby. Het mag daarom maar kort en in een lage dosis worden gegeven, bij voorkeur niet na de 30e zwangerschapsweek.
Als er duidelijke tekenen van een infectie bij moeder of kind zijn, wordt er geen weeënremmende medicatie gestart. In dat geval is het beter dat het kind geboren gaat worden, omdat het dan op de Neonatale Intensive Care Unit (NICU) antibiotica kan krijgen. Een infectie kan weeën veroorzaken. Met antibiotica wordt de infectie bestreden; deze komen via een infuus bij moeder en kind terecht.
Corticosteroïden
In de meeste gevallen zijn de longen van de baby pas rijp bij 32 tot 34 weken zwangerschap. Om de longen versneld te laten rijpen, krijgt u bij een PROM en/of een dreigende vroeggeboorte vóór de 34 weken zwangerschap gedurende twee dagen een injectie in de spier van de bil of bovenbeen. Deze corticosteroïden (bijnierschorshormonen) komen via de placenta bij de baby en zorgen voor een versnelde rijping van de longen en andere orgaansystemen. Kinderen die vóór 33-34 weken geboren worden na toediening van corticosteroïden, hebben een betere prognose.

Pessarium
In sommige gevallen kan een pessarium worden ingebracht. Dit is een rubberen ring met een gat in het midden die dient ter ontlasting van de druk op de baarmoedermond en de kans op ontsluiting verkleint. De ring wordt alleen ingebracht als de vliezen niet gebroken zijn en de baarmoedermond nog lang genoeg is. Het pessarium blijft in principe zitten totdat de zwangerschap niet meer geremd hoeft te worden.
Opname in het ziekenhuis
Bij een dreigende vroeggeboorte is een ziekenhuisopname noodzakelijk. Als u minder dan 32 weken zwanger bent, wordt u opgenomen op de Obstetrische High Care Unit (OHC). Deze unit is gespecialiseerd in het begeleiden van zwangerschappen, bevallingen en de eerste opvang van zeer vroeg geboren kinderen. Mocht uw kind op deze afdeling geboren worden, dan wordt het altijd opgenomen op de Neonatale Intensive Care Unit (NICU) voor intensieve zorg en beademing. Wordt uw baby geboren tussen de 32 en 37 weken, dan wordt hij of zij opgenomen op de kinderafdeling.
De opname is een spannende en onzekere tijd voor u en uw partner. Niemand kan u vertellen hoe lang u nog zwanger zult zijn, of en wanneer de bevalling doorzet en hoe uw kind het gaat doen na de geboorte. Aan de hand van verschillende fotoboeken kunnen u en uw partner zo goed mogelijk worden voorbereid op de aanstaande bevalling en de geboorte van uw kind. Als u minder dan 32 weken zwanger bent, heeft u ook een gesprek met de neonatoloog (kinderarts van de NICU-afdeling). In dit gesprek zal vooral naar voren komen wat u kunt verwachten van een kind dat geboren wordt bij het aantal weken dat u zwanger bent.

Verloop van de bevalling bij vroeggeboorte
De bevalling van een te vroeg geboren kind hoeft niet anders te verlopen dan een bevalling op termijn. Wel is het lastiger te voorspellen hoe het proces van ontsluiting zal gaan. Het kan voorkomen dat u dagenlang weeën heeft met toenemende ontsluiting. Het is dan best mogelijk dat u met 5 centimeter ontsluiting (of meer) nog dagenlang zwanger zult zijn.
Meestal wordt bij vroegtijdige weeën een kind vaginaal geboren, afhankelijk van de ligging en de conditie van het kind tijdens de weeën. Bij de geboorte zal uw kind niet of maar heel even op uw buik mogen liggen om afkoeling te voorkomen en direct een zo goed mogelijke start te maken. Uw baby zal snel afgenaveld worden en naar de kinderarts worden gebracht die klaarstaat bij de opvangtafel. Na de eerste opvang wordt uw kind in de couveuse gelegd en naar de NICU-afdeling of de Amalia kinderafdeling gebracht. Uw partner mag mee om te kijken waar uw kind komt te liggen.
Gevolgen van vroeggeboorte voor de baby
Een te vroeg geboren baby heeft specifieke zorg nodig, omdat hij of zij zo kwetsbaar klein is en nog onrijpe organen heeft. Ook door het onrijpe maagdarmstelsel vindt de opbouw van de voeding bij een premature baby heel voorzichtig plaats. Bij te vroeg geboren kinderen is het maagdarmkanaal nog niet volledig in staat om voedsel op te nemen. Vaak mag uw kind wel een klein beetje voeding krijgen ter bescherming van de maag. Bij deze kinderen heeft borstvoeding de voorkeur, omdat borstvoeding het lichtst verteerbaar is. Om de borstvoeding op gang te laten komen, kunt u gaan kolven.
De onzekerheid over hoe lang de zwangerschap nog duurt en het verloop van de bevalling maken dat de opname een zeer intensieve periode is, zowel voor u als voor uw partner. Tijdens de opname wordt geprobeerd u en uw partner zo goed mogelijk voor te bereiden op de komst van uw kind. U krijgt informatie door middel van fotoboeken over de NICU en de keizersnede. Heeft u nog vragen, vraag dan uw zorgverlener gerust om uitleg. Het wordt aangeraden om uw vragen op papier te zetten.

Wat betekent een vroeggeboorte voor jou en je partner?
Als je baby te vroeg wordt geboren, kan dat je erg overvallen. Je mist het rustig toeleven naar de bevalling en bent er misschien nog helemaal niet op voorbereid. Daarbij heb je direct veel zorgen om je baby. Je moet omgaan met onzekerheid over hoe het verder zal gaan. Er kunnen allerlei gevoelens voorbijkomen: angst, machteloosheid, verdriet en boosheid, die samengaan met liefde voor je baby. Er is tijd nodig om te herstellen en te verwerken wat je is overkomen. Praten met je partner, familie en vrienden kan hierbij helpen. Een gesprek met je verloskundige en de arts kan vaak je vragen over de bevalling wegnemen.
Ook de kraamtijd is anders dan je je had voorgesteld. In plaats van thuis, ben je in het ziekenhuis. Gun jezelf ook af en toe rust om lichamelijk te herstellen van de bevalling. Probeer rust te nemen op de momenten dat je dat thuis in je kraamweek ook zou doen. Spreek met de verpleging af wanneer je er wel en niet bent. Al ben je in de overlevingsmodus om voor je kwetsbare kindje te zorgen, het is belangrijk dat je ook voor jezelf zorgt. Je baby heeft baat bij een gezonde moeder.
Na een vroeggeboorte zijn de zorgen van je partner niet alleen gericht op jullie baby, maar ook op jou als kraamvrouw. En misschien zijn er al oudere kinderen om voor te zorgen. Het is dan heel fijn om een vangnet te hebben. Aarzel niet om vrienden en familie te vragen jullie te ondersteunen waar het kan. Mensen willen vaak graag helpen. Partners kunnen met andere vragen rondlopen dan de pas bevallen moeder. Je partner kan hier net als jij terecht bij jullie verloskundige en de arts.
tags: #cervizuitstrijk #premature #partus