Randpremature baby's: Kenmerken, zorg en voeding

Een randpremature baby is een kindje dat geboren wordt tussen de 35e en 37e zwangerschapsweek. Hoewel deze baby's dichter bij de voldragen termijn zijn dan extreem premature baby's, kunnen ze toch specifieke zorg en aandacht nodig hebben. Soms vertonen baby's die op tijd geboren zijn, maar met een laag geboortegewicht voor hun zwangerschapsduur (dysmature baby's), ook kenmerken die lijken op die van een te vroeg geboren kind. In sommige gevallen heeft een randpremature baby extra medische zorg nodig.

Illustratie van een pasgeboren baby met een weegschaal om het gewicht te bepalen.

Kenmerken van prematuriteit

Prematuur betekent letterlijk 'vóór de rijpheid'. Een kindje wordt als prematuur beschouwd wanneer het geboren wordt vóór de 37e zwangerschapsweek. Bij een geboorte na 35 of 36 weken spreken we van randprematuur. Prematuriteit is niet hetzelfde als dysmaturiteit; een dysmatuur kindje heeft een te laag geboortegewicht voor de zwangerschapsduur. Een baby kan zowel prematuur als dysmatuur zijn.

Prematuren hebben over het algemeen een lager gewicht dan voldragen baby's. Een voldragen baby weegt gemiddeld ongeveer 3500 gram, terwijl dit bij een prematuur kindje minder is. De specifieke kenmerken van een prematuur geboren kind kunnen variëren:

  • Huid: Vaak dun, rood en licht doorzichtig, met weinig tot geen vet onderhuids. Hierdoor zijn bloedvaatjes goed zichtbaar en kwetsbaar.
  • Beharing: Een donsachtige beharing over het hele lichaam.
  • Oortjes: Kunnen tegen het hoofdje liggen omdat het kraakbeen nog zacht en buigzaam is.
  • Spieren: Vaak wat slapper, omdat nog niet alle spieren en zenuwen volledig volgroeid zijn.
  • Bewegingen: Ongecontroleerde en schokkende bewegingen.
  • Longen: Nog onvoldoende ontwikkeld, wat kan leiden tot snelle, oppervlakkige ademhaling en soms 'vergeten' te ademen (apneu).
  • Darmen: Nog onvoldoende ontwikkeld, wat voeding soms lastig kan maken.
  • Afweersysteem: Werkt vaak nog niet optimaal.
  • Geslachtsorganen: Nog niet goed ontwikkeld; bij jongetjes zijn de testikels soms nog niet ingedaald, bij meisjes liggen de grote schaamlippen nog over de kleine schaamlippen heen.
Illustratie die de fysieke kenmerken van een prematuur baby toont, zoals dunne huid en donsbeharing.

Oorzaken van vroeggeboorte

De vroeggeboorte van een baby kan diverse oorzaken hebben, die zowel bij de moeder als bij het kind kunnen liggen:

  • Bij de moeder:
    • Verzwakte baarmoedermond (cervixinsufficiëntie).
    • Roken, alcohol en drugsgebruik.
    • Optimale werking van de placenta is niet aanwezig.
    • Infecties, zoals een ontsteking van de baarmoeder.
    • Te veel vruchtwater in de baarmoeder, waardoor deze teveel uitzet.
  • Bij het kind:
    • Chromosoomafwijkingen.
    • Aangeboren afwijkingen.
    • Meerlingzwangerschap.
  • Factoren gerelateerd aan de baarmoeder:
    • Ontsteking.
    • Loslaten van de placenta (solutio placentae).
    • Voorliggende placenta (placenta praevia).
    • Voortijdig gebroken vliezen.

Vaak is de precieze oorzaak van vroeggeboorte echter niet duidelijk.

Specifieke behoeftes van een randpremature baby

Randpremature baby's hebben, net als andere te vroeg geboren baby's, speciale aandacht nodig op het gebied van voeding, rust en temperatuurregulatie.

Voeding

Borstvoeding wordt beschouwd als de beste voeding voor elke baby, en zeker voor te vroeg geboren of te kleine baby's. Moedermelk bevat essentiële stoffen voor groei en ontwikkeling. Randpremature baby's kunnen echter in het begin van de borstvoedingsperiode meer opstartproblemen ervaren:

  • Ze slapen veel en melden zich daardoor minder vaak voor een voeding.
  • Ze drinken minder actief aan de borst.
  • Het zuigen kan minder krachtig zijn en de baby kan korte zuigreeksen maken.

Het kan daarom zijn dat de baby in het begin niet alle voedingen aan de borst kan drinken. In zulke gevallen kan (een deel van) de voeding op een andere manier worden aangeboden. Het kan enkele weken duren voordat de baby alle voedingen aan de borst drinkt.

Kolven is belangrijk om de melkproductie te stimuleren, omdat randpremature baby's vaak minder lang en minder actief drinken. Het advies is om na elke voeding nog 10 minuten te kolven, of 15 tot 20 minuten als de baby niet actief heeft gedronken. Minimaal 8 keer per dag kolven wordt aanbevolen.

Bijvoeding is vaak nodig omdat randpremature baby's minder reserves hebben. De afgekolfde moedermelk, met name het colostrum (de eerste melk), bevat veel antistoffen en energie. Indien nodig kan de voeding worden aangevuld met kunstvoeding. Er zijn verschillende manieren van bijvoeding:

  • Sonde aan de borst: De baby wordt bijgevoed via een slangetje terwijl hij aan de borst drinkt. Dit is geschikt als de baby al goed kan zuigen, maar nog niet voldoende drinkt.
  • Vingervoeding: De baby wordt bijgevoed terwijl hij op een vinger zuigt. Dit werkt goed als training om te leren aanhappen.
  • Flesvoeding: Kan worden gebruikt als andere methoden niet goed lukken, te veel energie kosten, of de hoeveelheid voeding te groot is.
  • Maagsonde (sondevoeding): Wordt gebruikt als de baby te weinig energie heeft om zelf te drinken. De baby wordt dan opgenomen op de afdeling Neonatologie.
Illustratie van verschillende methoden van bijvoeding: sonde aan de borst, vingervoeding, flesvoeding.

Rust

Drinken, groeien en op temperatuur blijven kosten een randpremature baby veel energie. Het verwerken van prikkels kan ook moeilijker zijn. Het is daarom essentieel om de baby voldoende rust te geven:

  • Praten met een zachte stem.
  • Het dempen van het licht.
  • Contact maken tijdens de verzorging.
  • Het gebruik van kruiken en een muts om de baby op temperatuur te houden (een goede temperatuur ligt tussen de 36,9 en 37,2 graden Celsius).
  • Het vermijden van te veel inspanning, zoals langdurig in bad gaan in de eerste dagen.

Huid-op-huidcontact (Buidelen)

Huid-op-huidcontact, ook wel buidelen genoemd, is zeer waardevol. Het bevordert intensief contact, ontspanning (door vrijkomen van oxytocine), hechting, een stabielere hartslag, ademhaling en temperatuur. Ook kan het de voedingsreflexen stimuleren en helpen bij het aanleggen. Het biedt indirecte bescherming tegen infecties doordat de moeder via het knuffelen in contact komt met bacteriën die de baby bij zich draagt, waartegen het lichaam antistoffen aanmaakt die via moedermelk worden doorgegeven.

Het advies is om 1 tot 2 keer per dag minimaal 1 uur te buidelen. Langer mag altijd.

Foto van een ouder die huid-op-huidcontact heeft met een baby.

Voedingssignalen herkennen

Randpremature baby's slapen veel en melden zich niet altijd duidelijk voor een voeding. Het is belangrijk om voedingssignalen te herkennen, zelfs als de baby nog (licht) slaapt:

  • Smakken
  • Likken
  • Zoeken door het gezicht te draaien
  • Sabbelen op de handen

Dit zijn de momenten om de baby aan te leggen. Wachten tot de baby huilt, maakt het voeden vaak moeilijker. Als de baby deze signalen nog niet laat zien, is het aan te raden de baby ongeveer drie uur na de laatste voeding te wekken, om minimaal 8 voedingen per dag te garanderen.

De eerste dagen met borstvoeding

In de eerste dagen wordt de alertheid tijdens voeding, actieve drinkgedrag, plas- en poep luiers en gewichtsverloop van de baby nauwlettend gevolgd. Afhankelijk van deze observaties wordt advies gegeven over de borstvoeding. Als de baby snel vermoeid raakt, kan het zijn dat niet alle voedingen aan de borst gedronken kunnen worden. Soms lijkt voeden in het begin goed te gaan, maar raakt de baby later vermoeid en heeft meer hulp nodig. In dat geval wordt het voedings- en kolfadvies aangepast.

Een voedings- en verzorgingsmoment moet idealiter niet langer dan 45 minuten duren om voldoende slaaptijd voor de baby te garanderen.

Houdingen bij het voeden

Een goede ondersteuning tijdens het aanleggen kan het drinken vergemakkelijken. De doorgeschoven bakerhouding en de rugbyhouding zijn hiervoor geschikt:

  • Doorgeschoven bakerhouding: De baby ligt dicht tegen de ouder aan, met oor, schouder en heup op één lijn. De ouder ondersteunt het hele lichaam van de baby. De hand van de ouder ligt onder de onderste schouder en het hoofd van de baby.
  • Rugbyhouding: De baby ligt naast de ouder met de benen richting de rug van de ouder. Oor, schouder en heup liggen op één lijn. De ouder ondersteunt het lichaam van de baby met de arm.

Bij beide houdingen kan de baby het hoofd naar achteren bewegen bij een zoekreflex. De tepel wordt naar de neus van de baby geleid, en als de baby de mond wijd opent, wordt de baby naar de borst bewogen.

Illustratie van de doorgeschoven bakerhouding en de rugbyhouding bij borstvoeding.

Borstcompressie en tepelhoedje

Borstcompressie kan de melkstroom vergroten, waardoor de baby makkelijker meer melk kan drinken. Dit gebeurt door druk uit te oefenen op de borst tijdens het drinken. Als de baby een pauze neemt, ontspant de druk.

Een tepelhoedje kan tijdelijk helpen als randpremature baby's moeite hebben de borst goed vast te houden.

Naar huis

Wanneer de baby naar huis mag, wordt er een plan opgesteld voor het voortzetten van de borstvoeding thuis, met begeleiding van kraamzorg en het consultatiebureau.

tags: #ik #ben #mama #van #een #rand