Stuitligging bij baby's: oorzaken, gevolgen en behandelopties

Een stuitligging bij een baby, waarbij het kind in de baarmoeder met de billen of voeten naar beneden ligt in plaats van met het hoofd, is een veelvoorkomende situatie die vragen oproept bij aanstaande ouders. Hoewel vroeg in de zwangerschap een stuitligging normaal is, ligt de meerderheid van de baby's tegen het einde van de zwangerschap met het hoofd naar beneden. Dit artikel biedt een uitgebreid overzicht van wat een stuitligging inhoudt, mogelijke oorzaken, de procedures rondom het draaien van de baby, en de opties voor bevalling.

Wat is een stuitligging?

Bij een stuitligging ligt de baby in de baarmoeder met de billen of voeten naar beneden gericht, in plaats van met het hoofd. Dit is de meest voorkomende afwijkende ligging van de baby tijdens de zwangerschap.

Soorten stuitliggingen

Er worden verschillende soorten stuitliggingen onderscheiden:

  • Onvolkomen stuitligging: De benen van de baby liggen omhoog naast het lichaam.
  • Volkomen stuitligging: De bovenbenen zijn langs het lichaam gestrekt, maar de knieën zijn gebogen, vergelijkbaar met een kleermakerszit.
  • Half-onvolkomen stuitligging: Eén been ligt gestrekt omhoog, terwijl het andere been gebogen ligt.
  • Voetligging: Het kind ligt met één of beide benen gestrekt naar beneden, zodat een of twee voetjes onder de billen liggen.

In de gevallen van een dwars- of voetligging is een vaginale geboorte doorgaans niet mogelijk.

Hoe vaak komt een stuitligging voor?

Vroeg in de zwangerschap is een stuitligging heel gewoon, omdat de baby dan nog veel ruimte heeft om te bewegen. Naarmate de zwangerschap vordert, neemt deze ruimte af. Rond 36 weken zwangerschapsduur ligt nog ongeveer 3 tot 4% van de baby's in een stuitligging. Tegen de uitgerekende datum daalt dit percentage verder, met minder dan 3% van de kinderen die in stuitligging blijven.

Oorzaken van een stuitligging

In meer dan 85% van de gevallen is er geen duidelijke aanwijsbare oorzaak voor een stuitligging. Echter, er zijn enkele factoren die de kans op een stuitligging kunnen verhogen:

  • Meerlingzwangerschap
  • Afwijkende vorm van de baarmoeder of het bekken
  • Ligging van de placenta (moederkoek) of een myoom (vleesboom) voor de ingang van het bekken
  • Een te slappe buikwand
  • Te veel vruchtwater

In zeldzame gevallen kan een aangeboren afwijking bij het kind de oorzaak zijn.

Onderzoek bij een stuitligging

Wanneer een stuitligging wordt vastgesteld, vindt doorgaans echoscopisch onderzoek plaats, meestal via de buik. Dit onderzoek heeft meerdere doelen:

  • Het beoordelen van de ligging en conditie van de baby.
  • Het controleren van de hoeveelheid vruchtwater.
  • Het bepalen van de ligging van de moederkoek.
  • Het opsporen van eventuele duidelijk zichtbare aangeboren afwijkingen die zeldzaam zijn, maar mogelijk de oorzaak van de stuitligging kunnen zijn.
  • Het inschatten van het gewicht van de baby.
  • Het beoordelen of de placenta de ingang van het bekken blokkeert.

Een uitgebreid onderzoek naar kleinere aangeboren afwijkingen vindt hierbij doorgaans niet plaats.

echoscopisch onderzoek van een baby in stuitligging

Het draaien van de baby (versie)

Voor 36 tot 37 weken zwangerschapsduur draaien veel kinderen nog zelf naar een hoofdligging. Daarom is het verstandig om een poging tot draaien (versie) pas na deze termijn te plannen. Soms wordt geadviseerd om iets eerder of later te draaien, afhankelijk van factoren zoals de hoeveelheid vruchtwater.

Procedure van de versie

De versie wordt uitgevoerd door een ervaren verloskundig zorgverlener, zoals een gynaecoloog, arts in opleiding of klinisch verloskundige (onder supervisie van een gynaecoloog). De procedure verloopt als volgt:

  1. Voorbereiding: U ligt op een onderzoeksbank of bed. Een CTG (cardiotocogram), een hartfilmpje van de baby, wordt gemaakt om de conditie van de baby te beoordelen. Dit duurt meestal 30-45 minuten.
  2. Medicamenteuze ondersteuning: Soms wordt een infuus met een medicijn zoals ritodrine of Atosiban toegediend. Deze medicijnen ontspannen de baarmoeder, wat de kans op succes van de versie vergroot en helpt om harde buiken te voorkomen. Mogelijke bijwerkingen zijn hartkloppingen, trillen of een gejaagd gevoel, die weer verdwijnen na toediening.
  3. Optimale houding: Voor een succesvolle versie is het belangrijk dat u zo ontspannen mogelijk ligt en uw buikspieren niet aanspant. Een kussen onder uw knieën kan helpen een comfortabele houding te vinden. Een halfvolle blaas wordt als ideaal beschouwd, dus het is raadzaam om het uur voorafgaand aan de versie niet volledig uit te plassen.
  4. De draaibeweging: De zorgverlener pakt de billen van de baby net boven het schaambeen vast en probeert deze omhoog te duwen. Tegelijkertijd wordt met de andere hand het hoofdje van de baby aan de bovenkant van de buik zachtjes naar beneden begeleid. Op deze wijze wordt geprobeerd het kind te laten 'duikelen' tot het met het hoofd beneden ligt.
  5. Controle: Tijdens en na de poging tot draaien wordt de ligging van de baby opnieuw gecontroleerd met een echo en de hartslag gemonitord.
Illustratie van de uitwendige versie van een baby

Succeskans en factoren

De kans op succes bij het draaien van een baby ligt gemiddeld tussen de 40-60% zonder medicatie. Deze kans wordt beïnvloed door verschillende factoren:

  • Eerdere zwangerschappen: Bij een tweede of derde zwangerschap is de kans op succes groter dan bij een eerste zwangerschap, omdat de baarmoeder en buikwand minder stevig zijn.
  • Hoeveelheid vruchtwater: Hoe meer vruchtwater, hoe gemakkelijker het draaien over het algemeen is.
  • Ligging van de placenta: Een placenta aan de voorwand van de baarmoeder kan het vasthouden van de baby bemoeilijken.
  • Lichaamsbouw van de moeder: Een kleinere en/of zwaardere bouw kan het draaien moeilijker maken.
  • Zwangerschapsduur: Naarmate de zwangerschap vordert, neemt de hoeveelheid vruchtwater af en wordt de baby groter, wat het draaien lastiger maakt.

Bij een tweelingzwangerschap is het niet mogelijk om één of beide kinderen te draaien.

Na de versie

Ongeacht of het draaien gelukt is, wordt opnieuw een CTG gemaakt. Indien de bloedgroep van de moeder Rhesus-D negatief is en de baby Rhesus-D positief, wordt ter preventie van antistofvorming een injectie met Anti-D gegeven.

Als het draaien niet gelukt is, kan soms een nieuwe poging worden overwogen, meestal een week na de eerste keer. Het is belangrijk om de dagen na de handeling de bewegingen van de baby goed in de gaten te houden. Bij toenemende buikpijn, ongerustheid, bloedverlies, vochtverlies, of minder beweging van de baby, dient direct contact te worden opgenomen met de verloskundig zorgverlener.

Als het draaien succesvol was, kunt u in principe thuis bevallen, tenzij er andere medische redenen zijn voor een ziekenhuisbevalling.

Bevallen van een baby in stuitligging

Als uw baby na 36 weken nog steeds in stuitligging ligt, zijn er drie hoofdopties die de arts met u zal bespreken:

  • Poging tot draaien van de baby naar hoofdligging (versie).
  • Een geplande keizersnede, meestal rond 39 weken zwangerschapsduur.
  • Een vaginale stuitbevalling.

Vaginale stuitbevalling

Een vaginale bevalling van een baby in stuitligging is in Nederland alleen verantwoord onder bepaalde voorwaarden, die door gynaecologen zijn afgesproken:

  • Er waren geen ernstige problemen bij een eerdere bevalling, zoals een moeizame vacuüm- of tangverlossing.
  • Het geschatte gewicht van het kind is niet te hoog.
  • Het hoofd van het kind ligt voorover (niet naar achteren gekanteld).
  • Er is sprake van enige indaling van de baby in het bekken.
  • De ontsluiting en uitdrijving verlopen vlot.

De ontsluitingsfase kan bij een stuitbevalling iets anders verlopen. Doordat de billen, benen of voeten kleiner zijn dan het hoofd, kunnen ze al door de baarmoedermond zakken en persdrang veroorzaken voordat er volledige ontsluiting is. In zo'n geval mag u nog niet persen.

Tijdens de persfase, wanneer het lichaam van de baby tot ongeveer halverwege geboren is, kan de gynaecoloog vragen om te zuchten en te stoppen met persen. In de volgende wee kan dan de rest van het lichaam en het hoofd in één keer geboren worden. Om de geboorte van het hoofd te vergemakkelijken, wordt bij een stuitbevalling bijna altijd gebruik gemaakt van een dwarsbed. Hierbij wordt het voeteneinde van het verlosbed verwijderd en plaatst de moeder haar benen in beensteunen, vergelijkbaar met een gynaecologisch onderzoek.

Voordelen van een vaginale stuitbevalling zijn dat dit de minste risico's voor de moeder met zich meebrengt en dat ontslag op dezelfde dag mogelijk is indien de bevalling zonder problemen verloopt.

Nadelen kunnen zijn dat het hoofdje als laatste geboren wordt, wat tijdelijk zuurstoftekort kan veroorzaken doordat de navelstreng wordt dichtgedrukt. Soms is na de geboorte extra ondersteuning voor de baby nodig. Omdat een stuitbevalling moeizamer kan verlopen, wordt de ontsluiting nauwkeurig gevolgd. Als deze niet vlot verloopt, kan alsnog een keizersnede worden geadviseerd. In Nederland wordt bij ongeveer 50% van de vrouwen die aan een vaginale stuitbevalling beginnen alsnog een keizersnede uitgevoerd.

De kans op complicaties voor de moeder is bij een vaginale stuitbevalling niet groter dan bij een vaginale hoofdligging. Kinderen die vaginaal in stuitligging worden geboren, worden echter vaker kort na de geboorte opgenomen op de couveuseafdeling dan kinderen die via een keizersnede geboren worden. Dit kan komen door behoefte aan extra zuurstof, ademhalingsondersteuning, of door complicaties zoals een botbreuk of zenuwbeschadiging.

Keizersnede

Een keizersnede is een operatie waarbij de baby via de buikwand ter wereld komt. De operatie duurt gemiddeld 45 minuten. Hoewel een keizersnede risico's met zich meebrengt, is de kans op ernstige complicaties voor gezonde zwangeren erg klein, maar wel groter dan na een gewone bevalling. Deze complicaties zijn over het algemeen niet-levensbedreigend en kunnen variëren van bloedarmoede en trombose tot nabloedingen, wondinfecties, of beschadiging van blaas of darmen.

Bij een stuitligging kan het soms lastig zijn de baby uit de baarmoeder te halen, wat in zeldzame gevallen tot (zenuw)beschadiging kan leiden. Als een keizersnede te vroeg in de zwangerschap wordt gepland, kan het kind longproblemen ontwikkelen, waarvoor opname op de couveuseafdeling noodzakelijk is.

Een belangrijk nadeel van een keizersnede is het litteken in de baarmoeder, wat een verhoogd risico op complicaties geeft bij een volgende zwangerschap, zoals het openscheuren van het litteken, een voorliggende moederkoek, of een sterk vergroeide moederkoek. Na een keizersnede wordt geadviseerd om in het ziekenhuis te bevallen.

Een geplande keizersnede wordt meestal vanaf 39 weken zwangerschapsduur uitgevoerd om de kans op longproblemen bij de baby te minimaliseren.

Keizersnede (Cesarean Delivery)

Keuzes en overwegingen

Uiteindelijk is de keuze tussen een vaginale stuitbevalling en een keizersnede een persoonlijke beslissing die u neemt in overleg met uw gynaecoloog. Het is belangrijk om alle argumenten, voor- en nadelen zorgvuldig af te wegen. Soms kan de situatie veranderen, waardoor de aanvankelijk gemaakte keuze moet worden aangepast.

Het is normaal om veel vragen te hebben als uw kind in stuitligging ligt. Een gesprek met de gynaecoloog, verloskundige of huisarts biedt de gelegenheid om al uw zorgen en twijfels te bespreken.

Na de geboorte van een baby in stuitligging kan het voorkomen dat de beentjes in een bepaalde stand blijven staan. Dit is doorgaans onschuldig en wordt snel minder. Standaard wordt na ongeveer drie maanden een echo van de heupen gemaakt om de ontwikkeling te volgen.

tags: #stuitligging #baby #oorzaak