Na de geboorte van je kind ontvang je een uitnodiging om je kind te laten vaccineren. Het is een belangrijk onderdeel van de jeugdgezondheidszorg, met als doel je baby te beschermen tegen diverse infectieziekten. Hoewel vaccineren niet verplicht is, raden artsen het sterk aan. Dit komt doordat een hoge vaccinatiegraad bijdraagt aan de bescherming van de hele gemeenschap, inclusief kinderen die om medische redenen niet gevaccineerd kunnen worden of bij wie de vaccinatie minder goed aanslaat.
Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) beschermt tegen 14 besmettelijke infectieziekten. Ongeveer twee weken na de geboorte van je kind krijg je bezoek van een jeugdarts of jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau. Dit huisbezoek is bedoeld voor een eerste kennismaking en informatie over het RVP. Tijdens dit bezoek wordt je baby nog niet medisch onderzocht; dat gebeurt een paar weken later op het consultatiebureau. De verpleegkundige die op huisbezoek is geweest, maakt meestal meteen een afspraak voor het eerste bezoek aan het consultatiebureau, vaak als je baby 4 weken oud is.
Het vaccinatieschema en de aangeboden vaccinaties
In het eerste jaar krijgt je baby verschillende vaccinaties aangeboden. Het vaccinatieschema is vanaf 2025 iets veranderd. Hieronder een overzicht van de vaccinaties die je baby kan ontvangen:
Belangrijke vaccinaties in het eerste jaar
- DKTP-Hib-HepB: Deze vaccinatie beschermt tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio, ziekten veroorzaakt door de Hib-bacterie (Haemophilus influenzae type b) en hepatitis B. Dit zijn ernstige ziektes die door vaccinaties bijna niet meer voorkomen. Als je als moeder tijdens de zwangerschap gevaccineerd bent (de 22-wekenprik), heeft je baby deze prik niet direct nodig.
- Pneumokokkenziekte: Een vaccinatie tegen pneumokokken, een bacterie die ernstige infecties kan veroorzaken.
- RS-virus: Vanaf het najaar van 2025 krijgen baby's een vaccin aangeboden tegen het RS-virus. Dit virus veroorzaakt infecties aan de luchtwegen, waarbij baby's benauwd kunnen worden of een longontsteking kunnen krijgen. Hoe jonger de baby, hoe groter de kans op ernstige ziekte. De prik beschermt ongeveer 6 maanden en wordt gegeven in het bovenbeentje. Baby's geboren vanaf april tot en met september krijgen de prik in september of oktober.
- Rotavirus: Sinds 1 januari 2024 krijgen baby's een vaccin aangeboden tegen het rotavirus. Dit is geen prik, maar druppels in de mond. Rotavirusinfecties komen veel voor, vooral bij jonge kinderen tot 2 jaar oud, en veroorzaken een ontsteking aan de maag en darmen. De vaccinatie voorkomt de infectie of vermindert de ziekte. Kinderen die vanaf 1 januari 2024 zijn geboren, krijgen de eerste vaccinatie tussen 6 en 9 weken oud.

BCG-vaccinatie
Niet alle baby's krijgen de BCG (Bacillus Calmette-Guérin) vaccinatie. Deze vaccinatie beschermt tegen tuberculose. Je kind krijgt een oproep voor deze vaccinatie alleen als één of beide ouders geboren zijn in een land waar veel tuberculose voorkomt. De vaccinatie verkleint de kans op tuberculose aanzienlijk en beschermt tegen de meest ernstige vormen van de ziekte. De BCG-vaccinatie kan gelijktijdig met andere vaccinaties worden gegeven.
De Hielprik
De allereerste procedure die je baby ondergaat, is geen inenting, maar de hielprik. Hierbij wordt bloed afgenomen uit de hiel van je kindje, dat vervolgens wordt onderzocht op 17 erfelijke aandoeningen. De hielprik wordt gegeven in de eerste week na de geboorte, meestal door een jeugdverpleegkundige die bij je thuis komt, tegelijk met de gehoortest. Hoewel niet geheel pijnloos, gebeurt het snel en is je baby het na een knuffel vaak alweer vergeten.
Voorbereiding op de hielprik
Om de hielprik zo soepel mogelijk te laten verlopen, kun je helpen door te zorgen dat het voetje van je baby warm is. Trek warme sokjes aan, gebruik eventueel een extra dekentje en wrijf het voetje een beetje warm voor het prikje. Een warm bad voor de verpleegkundige komt, kan je baby ook rustig maken en de bloedvaatjes openen, wat het prikken makkelijker maakt.
Vaccinaties op het consultatiebureau
Als je baby 1 maand oud is, ga je voor het eerst naar het consultatiebureau voor een preventief gezondheidsonderzoek. De eerste inenting vindt meestal plaats rond de 3 maanden via het Rijksvaccinatieprogramma. Als je als moeder tijdens de zwangerschap geen 22-wekenprik hebt gehad, krijgt je baby al met 2 maanden een extra inenting, belangrijk voor vroege bescherming tegen kinkhoest.
Bij 3 maanden krijgt je baby mogelijk twee prikken: een DKTP-Hib-HepB vaccinatie en een vaccinatie tegen pneumokokken en het rotavirus. De injecties worden meestal in het dijbeen of soms in de bovenarm toegediend.
Voorbereiding op vaccinaties
Voor een bezoek aan het consultatiebureau is het handig om standaard een aantal dingen mee te nemen:
- Het Groeiboekje van je baby
- Een setje verschoningsmateriaal
- Een voeding
- Badjas of wikkelhanddoek
- Eventueel een speentje om te troosten
Voor de prikken ontvang je telkens een oproepkaart die je niet mag vergeten mee te nemen.

Mentale voorbereiding en omgaan met spanning
Zowel de hielprik als de eerste inenting kunnen spannend zijn voor jou en je baby. De verpleegkundige op het consultatiebureau zal altijd uitleggen wat er gaat gebeuren. Het is normaal dat je baby gaat huilen van schrik. Jouw rol is om je baby zo goed mogelijk te steunen. Probeer zelf ontspannen te blijven, want je kindje voelt jouw spanning aan. Lees je in en stel gerust vragen aan het consultatiebureau als je die hebt.
Overweeg om iemand mee te nemen, bijvoorbeeld je partner of een ander vertrouwd persoon, om je te ondersteunen. Probeer te bedenken dat het snel voorbij is en dat de pijn van een vaccinatie vergelijkbaar is met een flinke stoot die je kindje later kan oplopen tijdens het spelen.
Troost en afleiding
Tijdens de prik kun je je baby afleiden. Vaak mag je je kindje vasthouden, wat ook helpt bij de fixatie. Wrijf over zijn ruggetje en praat rustig tegen hem; je vertrouwde stem kan kalmerend werken. Als je kindje na de prik huilt, troost hem dan zoals je gewend bent. Zachtjes de prikplek masseren kan de pijn verzachten. Een favoriet knuffeltje kan ook helpen.
Bijwerkingen na vaccinatie
Elke baby reageert anders op een vaccinatie. Sommige baby's ervaren geen bijwerkingen, terwijl anderen wel lichte klachten kunnen hebben. Over het algemeen zijn deze bijwerkingen onschuldig:
- De prikplek kan gevoelig, rood en gezwollen zijn.
- Je baby kan wat verhoging krijgen.
- Je baby kan huilerig, hangerig worden, minder willen drinken en meer slapen.
Bij de vaccinatie tegen bof, mazelen en rodehond (rond 14 maanden) kunnen kinderen vijf tot twaalf dagen na de prik last krijgen. Als je baby hoge koorts krijgt (meer dan 39 graden), slap of suf wordt, of als je je om een andere reden zorgen maakt, neem dan contact op met je huisarts. Dit hoeft niet direct door de prik te komen; er kan ook iets anders aan de hand zijn. Als je twijfelt of iets een bijwerking is, neem dan contact op met het consultatiebureau of de organisatie die de prik geeft.
Hoe werkt een vaccin?
Waarom vaccineren?
Uit onderzoeken blijkt dat vaccinaties niet schadelijk zijn voor je kind. Ze zorgen ervoor dat je kind veel infectieziektes niet oploopt. Hoewel het heel soms kan voorkomen dat een kind na vaccinatie toch de ziekte krijgt, is het belangrijk om je kind te laten vaccineren ter bescherming tegen gevaarlijke infecties. Hoe langer je wacht, hoe groter de kans dat je kind de infectie ondertussen oploopt. Infecties kunnen levensbedreigend zijn of ernstige letsels veroorzaken.
Vaccinaties beschermen een kind door het opbouwen van antistoffen, waardoor de kans op het krijgen van ziekten aanzienlijk kleiner wordt. Ook personen die niet ingeënt kunnen worden, zoals mensen met een sterk verminderde weerstand, lopen hierdoor minder risico op besmetting. De Wereldgezondheidsorganisatie verklaarde Europa in 2002 poliovrij, mede dankzij vaccinaties.
Vaccinatie is de eenvoudigste, veiligste en goedkoopste manier om antistoffen aan te maken. Een kind gebruikt slechts een klein deel van zijn immuunsysteem om op een vaccinatie te reageren. De productie van vaccins is steeds verfijnder, waardoor huidige vaccins zuiverder zijn dan vroeger, met minder antigenen en lichaamsvreemde eiwitten per vaccin. Hoewel de immuniteit na het doormaken van een infectie soms groter is, brengt het doormaken van de infectie veel meer risico's met zich mee dan de mogelijke nevenwerkingen van een vaccin.
Toestemming en vaccinatieoverzicht
Vaccineren is vrijwillig en gratis. De arts of verpleegkundige vraagt de ouder vóór de eerste prik om toestemming. Voordat vaccinaties worden gegeven, onderzoekt de arts de baby altijd. Als je een overzicht wilt van de vaccinaties die jij of je kind hebben ontvangen, kan dit online via MijnRIVM of via een aanvraagformulier. Vanaf 1968 is de registratie van vaccinaties geleidelijk ingevoerd; als je na die datum geboren bent, is je vaccinatiestatus bekend.
Wil je voordat je kind gevaccineerd wordt in gesprek met een arts of verpleegkundige, maak dan een afspraak met de jeugdgezondheidszorg in jouw regio.