Problemen met de vruchtbaarheid bij melkkoeien: oorzaken en oplossingen

Het drachtig krijgen van een koe lijkt steeds lastiger te worden, waardoor de tussenkalftijd op Nederlandse melkveebedrijven oploopt. De meeste problemen zijn te herleiden naar de voeding, de bedrijfsvoering of de genetische aanleg van de koe. Daarnaast spelen individuele vruchtbaarheidsproblemen een rol.

Grafiek die de toenemende tussenkalftijd op melkveebedrijven weergeeft

Baarmoederontstekingen: een veelvoorkomend probleem

Een belangrijke oorzaak van vruchtbaarheidsproblemen is baarmoederontsteking. Deze ontsteking kan ervoor zorgen dat de koe niet tochtig wordt of zelfs niet drachtig raakt. Bij baarmoederontsteking kan onderscheid worden gemaakt tussen acute en chronische vormen.

Acute baarmoederontsteking

Acute baarmoederontsteking treedt op binnen 10 dagen na afkalven. Het uit zich voornamelijk door stinkende, rood-bruine of purulente uitvloeiing. Vaak worden algemene ziekteverschijnselen waargenomen, zoals een afname van de melkproductie, sloomheid en koorts (hoger dan 39.5 °C).

Chronische baarmoederontsteking (witvuilen)

Chronische baarmoederontsteking, ook wel witvuilen genoemd, ontstaat meestal ongeveer twee weken na afkalven. De uitvloeiing, die niet altijd optreedt, is dun en etterig, en de koe is daarbij meestal niet ziek. De diagnose wordt bij de chronische vorm vaak niet of niet op tijd gesteld. Chronische baarmoederontsteking is een onderschat probleem; het komt veel voor bij ongeveer 20% van de koeien en heeft invloed op de vruchtbaarheid van de koe, met een verminderde kans op dracht, verminderde melkgift en vertraagde ovulatie tot gevolg. Tijdige diagnose en een juiste behandeling zijn dus van groot belang. Een dierenarts kan dit met rectaal onderzoek vaststellen.

Illustratie van de symptomen van acute en chronische baarmoederontsteking

Niet tochtig worden: anoestrus en suboestrus

Als koeien niet tochtig worden gezien, moet eerst worden bepaald of ze wel in cyclus zijn of dat ze inderdaad niet tochtig worden. Het niet tochtig worden van koeien kan verschillende oorzaken hebben.

Anoestrus

Bij anoestrus heeft de koe na het afkalven geen normale cyclus meer gehad. Hierbij moet de algehele gezondheid en energiestatus van de koe onderzocht worden. Het verbeteren van de gezondheidsstatus zal de cyclus weer op gang kunnen brengen; soms zal hormoonbehandeling echter nodig zijn.

Suboestrus

Bij suboestrus heeft de koe wel een normale cyclus maar laat ze geen duidelijke tochtsignalen zien. Een behandeling met een prostaglandine kan uitkomst bieden. Na de behandeling laat het merendeel van de koeien tochtigheid zien binnen enkele dagen.

De basis voor goede vruchtbaarheid zijn voeding en bedrijfsvoering. De tweede stap is het aanpakken van de vruchtbaarheidsproblemen van de individuele koe.

Ovariële cysten: een verstoring van de cyclus

Een andere oorzaak van onregelmatige cycli zijn cysteuze ovariële follikels. Hierbij zitten cystes op de eierstokken. In het geval van cysten op de eierstokken laat 62 tot 85% van de koeien geen tochtverschijnselen zien; het overige deel van de koeien zal juist continu tochtverschijnselen laten zien. Er zijn twee typen ovariële cysten: de meest voorkomende zijn de folliculaire cysten, en het tweede type zijn de geluteïniseerde cysten. Het onderscheid tussen deze cysten is alleen te maken door middel van rectaal (echografisch) onderzoek. Gezien elk type cyste zijn eigen benadering vereist, is onderzoek noodzakelijk voor het bepalen van de juiste behandeling. Cysteuze ovarïele follikels kunnen worden behandeld met een gonadotrofine (GnRH), wat zal zorgen voor ovulatie van de cysteuze follikel.

In plaats van wachten op de tocht en het eventueel behandelen van cysteuze ovarïele follikels en suboestrus, kan men ook kiezen voor oestrus of cyclus synchronisatie. In het kort gezegd is dit het laten ovuleren van koeien op het moment dat de veehouder dit wenst. Dit heeft als groot voordeel dat de kunstmatige inseminatie (KI) kan plaatsvinden op een vooraf bekend tijdstip, eventueel voor meerdere koeien tegelijkertijd. Daarnaast kan de tussenkalftijd ermee worden verkort en zal er minder afvoer vanwege vruchtbaarheidsproblemen nodig zijn. In de praktijk worden hiervoor de fertiliteitshormonen GnRH en prostaglandine gebruikt.

Echografische afbeelding van ovariële cysten bij een koe

De rol van voeding en energiebalans

Elk jaar is het weer even zoeken wat de juiste manier is om met het gewonnen ruwvoer de koeien optimaal te laten presteren. Belangrijk is het om de oorzaken van productiedaling in beeld te hebben, voordat we handelen. Soms zitten koeien nog in een herstelproces en is er tijd nodig. Blauwtong, hittestress en andere ziekten zoals longontsteking (BRD) en diarree bij kalveren hebben op veel bedrijven huisgehouden en koeien veel energie gekost. Het afweersysteem vraagt veel energie, en die energie kon een koe dan niet meer voor de productie gebruiken. Zieke koeien vreten minder en leveren ook in op conditie. Conditieverlies betekent een extra belasting van de lever, maar ook dat het verloren lichaamsgewicht weer moet worden aangevuld. De productie komt vaak niet eerder terug dan wanneer de conditie (BCS) weer op peil is.

Energie is voor een rund erg belangrijk en is de brandstof voor het lichaam. Als een koe goed in haar energie zit, zal dit onder andere een positieve bijdrage hebben op de melkproductie, vruchtbaarheid, immuniteit en het afkalven. Helaas zijn er momenten dat de energievoorziening in het gedrang komt, met grote gevolgen voor de vruchtbaarheid. Een optimale energiebalans is belangrijk voor de gezondheid van de koe. Het ongeboren kalf groeit hard in de laatste twee weken van de droogstand, waardoor de omvang van de baarmoeder toeneemt en de pens in het gedrang komt. Een koe die zich in een te diepe negatieve energiebalans bevindt, mobiliseert en gebruikt haar eigen lichaamsvet als energiebron en probeert hiermee de balans te herstellen. Wanneer een koe veel lichaamsvet mobiliseert, kan de lever dit niet goed verwerken. Dit heeft als gevolg dat de lever als het ware dichtslibt. Bovendien kunnen er ook uitdagingen rondom de stofwisseling ontstaan. De lever kan dan minder glucose produceren, wat belangrijk is voor een goede productie en een goed werkend afweersysteem. Tevens zal een vervette lever minder goed werken als filter van het bloed. Als u de vervetting niet aanpakt, kan dit vergaande gevolgen hebben voor de vruchtbaarheid van uw koeien. Vervetting van de lever is namelijk een belangrijke oorzaak van uitdagingen met betrekking tot de vruchtbaarheid en heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van de eicellen.

Negatieve energiebalans en lactatie

Bij hoogproductieve koeien neemt na afkalven de melkproductie sneller toe dan de droge stof opname. Hierdoor verkeren de meeste hoogproductieve koeien de eerste twee maanden van de lactatie in een negatieve energiebalans. De dieren geven meer energie af via de melk dan dat zij energie kunnen opnemen via de voeding, wat leidt tot een negatieve energiebalans. Hierdoor komt de activiteit van de eierstokken minder snel op gang, waardoor hoogproductieve koeien minder snel tochtig en drachtig worden. Dit energietekort vermindert de eicelkwaliteit en hormoonproductie en leidt tot kortere tocht intervallen.

Schema van de energiebalans van een melkkoe tijdens de lactatie

Mineralenmanagement en voeropname

De basis van een goede vruchtbaarheid is onder andere een goed mineralenmanagement. Mineralen verstrekken via het water is een zeer effectieve methode om de vruchtbaarheid te ondersteunen, waardoor ze snel en effectief beschikbaar zijn. Dit resulteert in een beter rendement. Een goede opname van smakelijk voer is de belangrijkste vereiste voor een goede productie. Producten als Diamond V of NutriTek, die metabolieten bevatten die de celwandvertering in de pens bevorderen, kunnen hierbij helpen.

Er zijn dit jaar kuilen gewonnen van veel te dikke snedes, gras dat een tijdje met de voeten in het water heeft gestaan en snedes die slecht zijn geconserveerd. Deze kuilen ruiken niet fris en broeien ook nog eens snel. De kans dat er mycotoxinen in zitten is ook aanwezig.

Praktijkvoorbeelden en uitdagingen

Een melkveehouder op de kleigrond in Friesland heeft al jaren problemen met het drachtig krijgen van de koeien. De koeien zijn wel goed cyclisch en laten de tocht goed zien. Toch gaat driekwart van de afgevoerde koeien weg vanwege vruchtbaarheidsproblemen. Op dit melkveebedrijf worden de koeien allemaal gescand op dracht, meestal met teleurstellend resultaat. De veearts geeft in een aantal gevallen aan dat de eisprong wat aan de late kant plaatsvindt. Ook komt na 200 dagen schijntocht voor, terwijl ze wel drachtig zijn. Er is al van alles gedaan om de oorzaak op te sporen. Het ruwvoer wordt geanalyseerd op mineralen en met een mineralensamenstelling op maat gemaakt worden tekorten aangevuld. Door middel van een mineralencheck via de GD wordt de mineralenhuishouding nauwlettend gevolgd. Ook is al het ijzerwerk in de stal geaard; van de melkstal, de waterbakken, tot aan de ligboxen toe. Het lijkt ook geen genetisch probleem te zijn. Enkele jaren geleden kocht de veehouder namelijk een aantal koeien aan uit Brabant. De koeien werden altijd geïnsemineerd. De laatste twee jaar worden ze gedekt door een stier. Dit zorgt ervoor dat de tussenkalftijd, met rond de 410 dagen, nog op een acceptabel niveau blijft.

Bij een uitgelopen tussenkalftijd ligt het gevaar van te dikke koeien aan het eind van de lactatie op de loer. Probeer deze koeien zo persistent mogelijk te laten produceren om vervetting tegen te gaan.

Oplossingen en management

Een koppel met vruchtbare koeien is de spil waar het bedrijf om draait, maar eenvoudig is het niet. Basis voor goede vruchtbaarheid zijn voeding en bedrijfsvoering.

Vruchtbaarheidsbegeleiding en data-analyse

Met behulp van gegevens uit de MPR (melkproductieregistratie) kunnen we zien hoe het met de vruchtbaarheid van de koeien op een bedrijf gesteld is. We kijken dan met name naar de (verwachte) tussenkalftijd (TKT), aantal inseminaties per geïnsemineerde koe/pink en de (verwachte) afkalfleeftijd van de vaarzen (VALVA). Het is wel belangrijk dat u als veehouder (samen met ons) bepaalt wat u een optimale tussenkalftijd en afkalfleeftijd van de vaarzen vindt. Economisch is daarbij niet altijd hetzelfde als optimaal; een ALVA van 22 maanden kan (zeker met de huidige fosfaatregelgeving) economisch weliswaar gunstig zijn, maar past lang niet bij alle veehouders en managementsystemen. Als u als veehouder niet tevreden bent over één of meer van de vruchtbaarheidskengetallen, kunnen we verder gaan kijken naar de oorzaken.

Als er te veel inseminaties nodig zijn om de koeien drachtig te maken, gaan we met name kijken wanneer dieren geïnsemineerd worden en welke dieren specifiek te veel inseminaties nodig hebben. We kunnen daarna besluiten om dieren lichamelijk te onderzoeken of algemene vruchtbaarheidstips te geven.

Als de tussenkalftijd te lang is, maar er niet per se te veel inseminaties nodig zijn om koeien drachtig te krijgen, kunnen er verschillende oorzaken zijn. Te lang wachten voordat dieren geïnsemineerd worden, “bewust”, of omdat dieren de tocht slecht laten zien. Dieren die van een eerste inseminatie niet drachtig worden, lopen te lang uit doordat ze niet de volgende tocht alweer geïnsemineerd worden. Soms gaat het om dieren die niet gezien worden als ze 21 dagen later weer tochtig zijn, maar soms gaat het voornamelijk om dieren die in eerste instantie drachtig zijn, maar waarbij “vroeg embryonale sterfte” optreedt (bijvoorbeeld door infectieuze aandoeningen). Een select groepje dieren loopt opvallend lang uit en zorgt daardoor dat de gemiddelde tussenkalftijd heel lang wordt. Het is dus heel belangrijk om eerst de cijfers goed te bestuderen voordat we een plan van aanpak maken. Soms is een enkele keer ingrijpen alweer voldoende voor een goed resultaat. Soms is langer begeleiden nodig.

Individuele vruchtbaarheidsproblemen

Een vruchtbaarheidsprobleem bij het individuele dier is totaal anders dan een bedrijfsprobleem.

  • "Stille tocht": Dieren zijn in cyclus, maar laten de tocht slecht/niet zien. We kunnen deze dieren behandelen met hormonen zodat het tijdstip van de eerstvolgende tocht vaststaat, of inschatten hoe lang het nog gaat duren voordat de volgende tocht optreedt.
  • "Cysteus": De eierstokken zijn afwijkend en een normale tocht zal niet optreden zonder ingrijpen.
  • Dracht: Met enige regelmaat komen wij dieren tegen die onverwacht toch drachtig blijken.
  • Terugkomers: Een ander probleem is als dieren wel tochtig zijn, maar na herhaaldelijke inseminatie niet drachtig worden. De terugkomer is een koe die is geïnsemineerd maar die niet drachtig is geworden. Ze laat dus weer tochtigheidssignalen zien ondanks inseminatie. Het is van belang om in geval van herhaaldelijk terugkomen van de koe met de dierenarts onderzoek te doen naar de oorzaken.
  • Afwijkende anatomie: Een afwijkende ligging/stand van de vulva en vagina, waardoor lucht en/of urine in de vagina (en dus tegen de baarmoedermond aan) blijft staan (“luchtzuiger”). Als de koe tochtig is en geïnsemineerd wordt, is de baarmoedermond wat week en loopt urine (en ander vuil) de baarmoeder in. Het (grootste deel van) het sperma sterft dan door het vuil in de baarmoeder. Als er voldoende sperma blijft leven om het eitje te bevruchten, komt het embryo uiteindelijk vaak in een besmette baarmoeder aan, waar innesteling dan niet mogelijk is. Soms is het voldoende om bij inseminatie een extra hoesje aan te brengen om de pipet waardoor het sperma veiliger in de baarmoeder aankomt.
  • Slechte eisprong of gele lichaam: Een slechte eisprong of slechte ontwikkeling van het geel lichaam (de structuur op de eierstok die zorgt dat de dracht ondersteund wordt door het lichaam). Het is belangrijk om op tijd te signaleren dat een dier te veel inseminaties nodig heeft, zodat dieren niet al te ver uitlopen. Een dier dat voor de vierde keer geïnsemineerd moet worden, kunt u beter aanbieden op het moment dat u de voortocht signaleert.
Overzicht van de vruchtbaarheidsbegeleiding: van data-analyse tot individuele problemen

Preventieve maatregelen en programma's

Om de vruchtbaarheid te ondersteunen en problemen te voorkomen, zijn er diverse strategieën en producten beschikbaar.

Energiemanagementprogramma's

Om de zware perioden, waarin de energievoorziening in het gedrang komt, te overbruggen, zijn er programma's zoals het Energie & Stofwisseling Programma. Een optimale energiebalans is belangrijk voor de gezondheid van de koe. Helaas is het onvermijdelijk dat melkkoeien na het afkalven in een energetisch dal terecht komen. Ze nemen op dat moment nog te weinig voedsel op om te kunnen voorzien in de energie die nodig is voor de melksynthese. Twee weken voor het afkalven kan deze uitdaging al ontstaan. Het ongeboren kalf groeit hard in de laatste twee weken van de droogstand, waardoor de omvang van de baarmoeder toeneemt en de pens in het gedrang komt. Een te diepe negatieve energiebalans kan voorkomen worden door proactieve ondersteuning. De AHV Booster Tablet 14 dagen voor het afkalven is erg belangrijk. Daarnaast heeft de koe rond het afkalven een verminderde eetlust en kan het rantsoen maar gedeeltelijk voorzien in de energiebehoefte. Het is dus erg belangrijk om een koe in staat te stellen om zelf te blijven eten en haar energiebalans op peil te houden. Dit voorkomt veel problemen vlak voor het afkalven en stelt haar in staat om vol energie het afkalfproces tegemoet te treden. Het toedienen van de AHV Booster Tablet 7 dagen na het afkalven zorgt er voor dat de koe in staat is om zich voldoende te blijven voeden en noodzakelijke mineralen op te nemen. Hierdoor kan een koe beter en sneller herstellen na het afkalven. Daarnaast zorgt het voor een verbeterde start van de lactatie. De koe houdt meer energie over die ze in de melkproductie kan steken. Hierdoor bereikt ze eerder haar verwachte melkproductie en houdt ze deze stabieler tijdens de lactatie.

Baarmoedergezondheid en transitie

In overeenstemming met het Transitie en het Baarmoedergezondheid & Vruchtbaarheidsprogramma, moet een boostertablet 14 dagen voor het afkalven worden toegediend. Geef direct na het afkalven één Metri, twee StartLac Tablets of één StartLac Paste en één Aspi Tablet. De Metri Tablet is speciaal ontwikkeld om de baarmoederhygiëne te verbeteren, het vrijkomen van de placenta te stimuleren en de prestaties van de koe te ondersteunen. StartLac vermindert het risico op melkziekte en subklinische hypocalciëmie door te zorgen voor voldoende inname van magnesium, calcium en fosfor.

Oestruscyclus

Veehouders zien koeien slecht tochtig of hebben te weinig tijd om goed naar de tocht te kijken. Allereerst moet aan de randvoorwaarden voor een goede vruchtbaarheid worden voldaan. Met name de voeding en de bedrijfsvoering (bijvoorbeeld het droogstandsmanagement en de tochtwaarneming) zijn daarbij essentieel.

tags: #slechte #vruchtbaarheid #goede #koe