Wat is Intra-Uteriene Groei Retardatie (IUGR)?
Wanneer een kindje in verhouding tot de zwangerschapsduur te klein is, is sprake van Intra-Uteriene Groei Retardatie (IUGR). Het woord 'intra-uterien' betekent 'in de baarmoeder', en 'retardatie' betekent 'vertraaging'. Dit houdt dus in dat de groei van de foetus in de baarmoeder vertraagd is.
De groei van een kindje wordt bepaald door twee hoofd factoren: het eigen groeivermogen van het kind en de aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen vanuit de placenta (moederkoek). Bij het overgrote deel van de zwangere vrouwen met groeivertraging is de oorzaak een aanvoerstoornis door een verminderde placentafunctie. Hierdoor krijgt het kindje steeds minder zuurstof en voedingsstoffen aangeboden. Met name in de tweede helft van de zwangerschap kan het aanbod vanuit de placenta tekort gaan schieten.
Bij een hoge bloeddruk in de zwangerschap, zoals bij pre-eclampsie en het HELLP-syndroom, is de kans op IUGR verhoogd. Dit komt doordat bij deze aandoeningen de functie van de placenta ook verminderd is. Omgekeerd kan een slechte placentafunctie ook leiden tot een te hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap.
Daarnaast spelen ook factoren zoals de leeftijd van de vrouw, het aantal eerdere zwangerschappen, ras, voedingstoestand en leefgewoontes (roken, drugs, alcohol) een rol in het ontstaan van IUGR.
Kindjes met aangeboren afwijkingen vertonen vaak een vertraagde groei in het gehele lichaam, dit wordt ook wel symmetrische groeivertraging genoemd. Asymmetrische groeivertraging daarentegen, houdt in dat de groeivertraging niet in verhouding staat tot het gehele lichaam van het kindje.

Diagnostiek van IUGR
Als uw gynaecoloog vermoedt dat er sprake is van IUGR, zal er in het ziekenhuis een nauwkeurige echo worden gemaakt. Tijdens deze echo wordt niet alleen het gewicht van het kindje geschat, maar wordt ook een flowmeting (Doppler-meting) gedaan. Deze meting kijkt naar de bloeddoorstroming in de bloedvaten van de baby, waaronder in de navelstreng en in het hoofd.
De Doppler-meting zegt iets over de werking van de placenta en de aanpassing van het kindje op eventuele tekorten. Bij IUGR veroorzaakt door een verminderde placentafunctie kan de flowmeting laten zien dat het kindje aan het 'herverdelen' is. Dit is een slimme overlevingsstrategie van de baby, waarbij meer bloed naar vitale organen zoals de hersenen, het hart en de bijnieren gaat, en minder naar bijvoorbeeld het buikje.
De echoscopist zal ook letten op de verhoudingen tussen de verschillende lichaamsdelen van de baby. Is de buik van de baby in verhouding veel kleiner dan de benen en het hoofd? Dan is de kans groter dat de placenta onvoldoende werkt. Als de verhoudingen wel kloppen, maar de baby toch klein is, wordt de bloeddoorstroming gemeten.
Een andere belangrijke diagnostische tool is de CTG (Cardiotocografie). Dit is een hartfilmpje van de baby, waarmee de conditie van het kindje nauwkeurig wordt geobserveerd. De perinatoloog (gespecialiseerde gynaecoloog) bepaalt hoe vaak een CTG gemaakt moet worden, meestal één keer per dag. Bij een afwijkende flowmeting kan dit twee- tot driemaal daags zijn.
Als er gedacht wordt aan IUGR, zal de gynaecoloog altijd vragen naar de regelmaat van de menstruatiecyclus om zeker te zijn van de zwangerschapsduur.

Verschillende soorten groeivertraging
Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten groeivertraging:
- Asymmetrische groeivertraging: De IUGR staat niet in verhouding tot het hele lichaam van het kindje. Dit wordt vaak veroorzaakt door problemen met de placenta.
- Symmetrische groeivertraging: De IUGR staat wel in verhouding tot het lichaam van het kindje. Dit kan wijzen op een probleem dat al vroeg in de zwangerschap is ontstaan, zoals een infectie of aangeboren afwijking.
Foetale groeirestrictie betekent dat de foetus de eigen optimale groei niet haalt. Na verloop van tijd valt de grootte van de foetus buiten de normaalwaarden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:
- Vroege foetale groeirestrictie: Ontdekt vóór 32 weken zwangerschapsduur. Deze vorm is vaak ernstiger en extremer en leidt vaker tot vroeggeboorte.
- Late groeirestrictie: Ontdekt na 32 weken zwangerschapsduur. De groei is vaak minder extreem, maar kan soms ook over het hoofd worden gezien, waardoor risico's niet tijdig worden onderkend.
De rol van de placenta
De placenta, ook wel moederkoek genoemd (hoewel het strikt genomen 'kindkoek' is omdat het uit materiaal van de baby wordt gevormd), speelt een cruciale rol bij de foetale groei. De belangrijkste functies zijn de uitwisseling van:
- Brandstoffen, bouwstoffen en afvalstoffen: Essentieel voor de groei van de baby.
- Zuurstof: Cruciaal voor het overleven van de baby.
Wanneer de placenta niet goed functioneert, ontstaan meestal eerst problemen met de stofwisseling, gevolgd door problemen met de zuurstofvoorziening. Afwijkende groei van de baby kan een voorbode zijn van ernstige problemen en het tijdig opsporen ervan kan overlijden voorkomen.

Wat gebeurt er bij verdenking op IUGR?
Als er een vermoeden is van IUGR, wordt de zorg intensiever. Bij de verloskundige kan dit leiden tot een verwijzing naar de gynaecoloog als de buikomtrek bij herhaalde echo's te klein blijft of als de baby significant afbuigt in de groeilijn. De gynaecoloog zal dan vervolgecho's maken om de groei te volgen en Doppler-metingen uitvoeren om de bloeddoorstroming te beoordelen.
Als er geen Doppler-afwijkingen zijn, is de kans groter dat de baby 'gewoon' klein is. Bij wél Doppler-afwijkingen wordt gesproken van groeirestrictie, waarbij extra aandacht nodig is voor de risico's.
Wanneer een vrouw zwanger is van een kindje dat in verhouding te klein is voor de zwangerschapsduur, kan zij worden opgenomen op de afdeling Obstetrische High Care (OHC). Het doel van deze opname is om het ongeboren kindje intensief te bewaken en het optimale tijdstip voor ingrijpen te bepalen bij tekenen van nood.
Tijdens de opname wordt geprobeerd een compleet beeld te krijgen van de moeder en het kind. Ook wordt er voorbereid op de aanstaande bevalling, onder andere door kennismaking met de neonatoloog (gespecialiseerde kinderarts). Soms wordt een pop getoond die de grootte van een kindje met een bepaalde zwangerschapsduur of gewicht weergeeft.
Behandeling en Begeleiding
De huidige behandeling voor groeirestrictie richt zich op het op het juiste moment opwekken van de geboorte (inleiden) om de risico's van zuurstoftekort te voorkomen. Hierbij wordt een afweging gemaakt tussen de risico's van blijven zitten in de baarmoeder (met kans op zuurstoftekort) en de risico's van een vroegtijdige geboorte (met kans op onrijpheid).
Indien u onder de 32 tot 34 weken zwangerschap bent, kunt u injecties krijgen om de longrijping van de baby te versnellen. Afhankelijk van de zwangerschapsduur kunnen deze injecties na twee weken herhaald worden.
Rust is belangrijk, hoewel overmatige inactiviteit ook schadelijk kan zijn. Roken schaadt de groei en ontwikkeling van het kindje aanzienlijk en stoppen wordt sterk aangeraden. Leefstijlveranderingen zoals een mediterraan dieet, voldoende rust en het beperken van stress kunnen de omstandigheden gunstiger maken.
In geval van foetale nood, wat zichtbaar kan zijn aan veranderingen in de hartslag van de baby op de CTG, kan de perinatoloog besluiten tot een keizersnede. Dit kan op elk moment van de dag nodig zijn.
Een kindje dat is achtergebleven in groei door een verminderde placentafunctie wordt dysmatuur genoemd. Deze kinderen zijn vaak mager, hebben een gerimpelde en rode huid door een gebrek aan onderhuids vet, en missen huidsmeer. Ze worden meestal opgenomen op de Neonatale Intensive Care Unit (NICU) vanwege hun kwetsbaarheid en intensieve zorgbehoefte.
De zorg op de NICU omvat observatie, ondersteuning van de ademhaling, voeding en medicatie via infuus, en temperatuurregulatie. Borstvoeding heeft de voorkeur vanwege de lichte verteerbaarheid en de aanwezigheid van antistoffen. Om de borstvoeding op gang te brengen, kan kolven noodzakelijk zijn.

De rol van de ouders en toekomstig onderzoek
Als u bent opgenomen met IUGR, blijft u tot de bevalling in het ziekenhuis. De onzekerheid en spanning kunnen deze periode erg intensief maken. Het is belangrijk te beseffen dat elke dag extra zwangerschap de prognose voor uw kindje kan verbeteren.
Het is goed om te weten dat veel kinderen die klein zijn, gewoon gezond zijn zonder medisch probleem. Variaties in het normale groeipatroon kunnen veroorzaakt worden door genetische aanleg (lengte in de familie), een langzamer of sneller groeitempo, of een latere puberteit. Ook kinderen die klein zijn bij de geboorte (Small for Gestational Age - SGA) halen vaak na de geboorte hun groeiachterstand in.
Er is nog steeds onderzoek gaande om de diagnostiek van foetale groeirestrictie te verbeteren. Het doel is om beter onderscheid te kunnen maken tussen kinderen die 'gewoon' klein zijn en kinderen met echte groeirestrictie die extra zorg nodig hebben. Medewerking aan onderzoeken kan bijdragen aan betere zorg voor toekomstige zwangere vrouwen.
Informatie en ondersteuning kunt u vinden bij de afdeling Obstetrische High Care en diverse patiëntenverenigingen.